24 september, 2020 | Auteur: Yasmine Ahyud | Trefwoord: nederland
Redactiecultuur grootste ‘bottleneck’ voor diversiteit in de journalistiek
Journalistieke redacties blijken nog altijd veel te wit. Er is nog te vaak sprake van een disbalans tussen witte redacteuren en redacteuren met een biculturele achtergrond. Het NRC Handelsblad onderzocht 9 grote nieuwsredacties en kon aantonen dat slechts 5,4 procent van de redacteuren een niet-westerse achtergrond heeft. Waarom is diversiteit nog steeds zo’n ingewikkelde opgave voor de journalistiek anno 2020?
“Mensen zeggen vaak we vinden het heel erg belangrijk, maar hoe belangrijk vind je het? Vind je het belangrijk genoeg om daar dan ook plek voor te maken?” Het was ongeveer een jaar geleden toen fashion activist en journalist Janice Deul aanwezig was bij een presentatie over culturele diversiteit in Amsterdam. Deul houdt zich al jaren bezig met etnische diversiteit in de journalistiek. Als thema werd het onderwerp etnische diversiteit aan het licht gebracht. En wie staat daar dan op het podium te hosten? Juist. Een witte man. Tot grote verbazing van Janice. “Ja leuk gedaan, maar waarom sta jij hier in godsnaam?”
Een probleem dat al een lange tijd speelt in de journalistiek. En nog steeds lukt het niet om te slagen op het gebied van etnische diversiteit op journalistieke redacties. Zo deed het NRC Handelsblad onderzoek naar de diversiteit op de negen grootste nieuwsredacties van Nederland. Zij keken naar het aandeel van witte mensen op deze redacties tussen 2015 en 2018. In drie jaar tijd is het aantal redacteuren met een biculturele achtergrond gestegen van 54 naar 82 redacteuren. Een minimale hoeveelheid ten opzichte van het totaal aantal redacteuren op de redacties. Het totaal aantal bestond namelijk uit 1.528 redacteuren. Van alle redacteuren op deze onderzochte redacties heeft dus maar 5,4 procent een biculturele achtergrond.
“Etnische diversiteit als bij-project gezien”
Volgens Annebregt Dijkman ligt er nog te weinig prioriteit bij het thema etnische diversiteit op de journalistieke redacties. Dijkman is antropoloog en schreef samen met Zoë Papaikonomou het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’. Dijkman geeft aan dat het thema etnische diversiteit meer als een bij-project gezien wordt. “Iemand die zegt we hebben hier een leuk project en dan is het klaar, zo werkt het gewoon niet. Je moet er altijd mee bezig zijn.”
Hoogleraar van de opleiding Mediastudies Mark Deuze is het met Dijkman eens. Volgens Deuze zijn journalistieke redacties vanaf de jaren negentig al bezig met het thema etnische diversiteit. Toch ziet hij dat de focus in de journalistiek meer bij andere thema’s ligt dan bij het aanbrengen van diversiteit op de redacties. “Alles wat over verandering, vernieuwing en innovatie gaat binnen redacties gaat eigenlijk over nieuwe media. Dat is echt een probleem van de laatste 10-15 jaar. In de jaren negentig ging het echt nog wel over cultuur, vertegenwoordiging en diversiteit. Dat was echt wel een thema en daar werd ook in geïnvesteerd. En je ziet gewoon dat daarna alles werd verschoven naar technologie. En daarover vinden nu de discussies plaats en niet meer over de samenstelling van een redactie.”
Volgens Deuze is het beperkt aantal plekken op de redacties nadelig voor de etnische diversiteit.
“Het aantal plekken op redacties is minimaal en daarbinnen in wordt het meeste werk gedaan door mensen die er nooit zijn, zoals zzp’ers. En er is gewoon weinig discussie meer. Als je elkaar al niet meer treft of ziet en iedereen voor zich aan het werk is. Dat zijn denk ik de twee belangrijkste oorzaken.”
"Geen afvink-dingetje"
Deuze merkt dat redacties incidenteel met het thema diversiteit bezig zijn, maar dat een concreet beleid rondom dit thema vaak nog ontbreekt. “Zo nu en dan wordt er wel iets gedaan, maar het is geen structureel beleid. Er is zo nu en dan een keer een opvlieger. Dan komt er een hoofdredacteur met het idee om een diversiteitsprijs in te stellen of iemand heeft bedacht dat de volgende vier vacatures voor iemand met een etnische minderheids achtergrond moeten zijn en dat is dan een soort bevlieging, maar daarna verdwijnt het weer.”
Janice Deul is het met Deuze eens. Ze geeft aan dat journalisten diversiteit zouden moeten opnemen in hun beleid. “Het is geen afvink-dingetje en verder met een spierwitte redactie zitten, zo werkt het niet. Je moet zorgen dat je daar mensen van kleur hebt zitten. Je moet diversiteit onderdeel van je beleid maken, onderdeel van je redactieformule en dan komen we ergens. Werken met diversiteit moet gezien worden als een van de eisen. Je moet diversiteit erkennen als de kwaliteit die het is. Het is waardevol en moet ook gewaardeerd worden.”
Redactiecultuur als grootste ‘bottleneck’
Naast dat diversiteit opgenomen moet worden in het beleid van journalistieke redacties is het ook van belang dat de cultuur op de redacties verandert. Zoë Papaikonomou is onderzoeksjournalist. Daarnaast heeft zij ook trainingen gegeven aan journalistieke redacties onder meer vanuit Het Brede Netwerk. Papaikonomou ziet dat de huidige redactiecultuur veel invloed heeft op het behouden van journalisten met een biculturele achtergrond. “Uit mijn ervaring en onderzoek heb ik gezien dat de grootste bottleneck zit in de redactiecultuur. Er wordt bijvoorbeeld met periodes intensief geprobeerd bi-culturele journalisten binnen te halen, maar zij voelen zich niet altijd thuis op een redactie. De meeste redacties vormen een nogal homogeen geheel met een vrij specifieke, harde omgangscultuur.”
Iemand die zich bezighoudt met het veranderen van die redactiecultuur is Geesje van Haren. Door middel van het initiatief Het Brede Netwerk gaat zij in gesprek met redacteuren over de diversiteit op de werkvloer. Volgens van Haren is het belangrijk dat er een prettig klimaat gecreëerd wordt, maar daarvoor ontbreken nog vaak de concrete handvatten volgens haar. “Omdat de redactiecultuur zo homogeen is zijn mensen ook binnen die redactie ontzettend in strijd met elkaar. Dus als iemand zich kwetsbaar opstelt en zegt: ‘ik wil wel twee artikelen minder schrijven per week waardoor ik zelf minder vaak in de krant kom, zodat iemand met een diverse achtergrond mijn plekje krijgt’, dan is dat echt een enorme opoffering.”
“Bewust openstaan voor een andere manier van werken”
Ook Papaikonomou geeft aan dat het belangrijk is de redactiecultuur te veranderen om de diversiteit te bevorderen. “Kijk heel kritisch naar de redactiecultuur: hoe gaan wij eigenlijk met elkaar om? Dit vinden veel redacties lastig. Tijdens de trainingen die ik gaf, was juist de redactiecultuur de olifant in de kamer. Er wordt liever niet over gepraat of het wordt weggezet als soft gedoe. Veel redacties slaan die belangrijke stap liever over en vragen vooral naar tools over hoe ze diverser kunnen berichtgeven. Dat is ook belangrijk, maar het is oppervlakkig klussen aan de buitenkant, terwijl je fundering verrot is.”
Volgens Papaikonomou is het belangrijkste punt voor het veranderen van de redactiecultuur zelfreflectie en leren openstaan voor een andere manier van werken. “Je moet je realiseren dat niet iedereen jouw medium een als een door godgegeven geschenk vindt. Het is voor sommige mensen misschien helemaal niet zo aantrekkelijk om bij jou te werken, bijvoorbeeld vanwege de manier hoe je verslag doet over belangrijke onderwerpen in de samenleving. Neem dan een keer niet een 'graag of niet' mentaliteit aan, maar denk eens serieus na over deze kritiek en wat dat kan toevoegen aan jouw manier van werken.”