21 april, 2020 | Trefwoord: verenigd-koninkrijk
Coronavirus werpt licht op verscheurde wereldpolitiek in een tijd waarin samenhang en leiderschap van vitaal belang zijn
De regeringsleiders van ’s werelds grootste economieën kwamen op 27 maart 2020 tijdens een virtuele G20-top bijeen om “al het nodige te doen om de coronaviruspandemie te boven te komen.” Maar in werkelijkheid is het mondiale vermogen om de grootste uitdaging voor het internationale welzijn sinds de Tweede Wereldoorlog aan te kunnen, zowel beperkt als verscheurd.
Dit is een vertaling van een artikel dat eerder werd gepubliceerd door The Conversation.
In een G20-verklaring na de 90 minuten durende vergadering tussen wereldleiders, worden de juiste dingen gezegd over het vermijden van verstoringen in de toeleveringsketen bij de levering van medisch materiaal, en over een akkoord om 8,2 biljoen Australische dollar (4,5 biljoen euro) in de wereldeconomie te steken.
In alle opzichten waren de uitwisselingen tussen de verschillende spelers constructiever dan bij eerdere bijeenkomsten in het Donald Trump-tijdperk. Maar sussende woorden in de officiële verklaring, waarin de leiders beloofden om een "gemeenschappelijk front tegen deze gemeenschappelijke dreiging" te vormen, konden de diepe verdeeldheid tussen verschillende spelers niet verhullen.
De VS en China hebben dan wel erkend dat gecoördineerde actie noodzakelijk is om de pandemie en de economische gevolgen ervan te trotseren, maar dit verhult nauwelijks de kloof tussen de twee economische grootmachten. Hoewel Trump beweert dat hij en de Chinese president Xi Jinping een goede relatie hebben, neemt dat niet weg dat Washington en Beijing met elkaar overhoop liggen over meerdere problemen die niet gemakkelijk op te lossen zijn.
Een van die problemen is handel en alle aspecten daarvan. Centraal daarbij staat een technologische "wapenwedloop". Dan is er nog Trumps voortdurende – en met opzet provocerende – verwijzing naar een “Chinees virus”. Beijing maakte ernstig bezwaar tegen deze typering.
Overkoepelend bij dit alles is het Chinese streven naar wereldleiderschap, wedijverend met de VS en zijn bondgenoten. De VS en zijn vrienden zien dit streven als meedogenloos en ontwrichtend. In een reactie op de coronapandemie, die zijn oorsprong vindt in de Chinese provincie Hubei, heeft Beijing geprobeerd de wereldwijde afkeuring van haar aanvankelijke pogingen om het virus geheim te houden, te verhelpen door haar diplomatieke inspanningen op te voeren.
In dit opzicht is de Chinese houding tegengesteld aan die van de regering Trump, die vasthoudt aan een naar binnen gekeerde 'America first' mentaliteit. Deze nationalistische impulsen worden versterkt door het besef van de Amerikaanse afhankelijkheid van Chinese toeleveringsketens. De VS importeren maar liefst 90% van hun antibiotica uit China, waaronder penicilline. Amerika is gestopt met de productie van penicilline in 2004.
In opmerkingen tegen farmaceutische beleidsmakers eerder in maart zei Trump dat de afhankelijkheid van Chinese farmaceutische toeleveringsketens onderstreept hoe ‘belangrijk het is om die productie terug te halen naar Amerika’. Halfslachtige Amerikaanse steun aan internationale instituties zoals de Verenigde Naties en haar agentschappen, waaronder op de eerste plaats de zWereldgezondheidsorganisatie, komt de huidige omstandigheden niet ten goede.
Trump’s verbale aanval tegen 'globalisme' in toespraken tot de VN heeft het vertrouwen in de wereldorganisatie ondermijnd en vraagtekens geplaatst bij de Amerikaanse steun voor multilaterale benaderingen in wereldwijde crises. De ongelijksoortige reacties op de coronapandemie wijzen op de gevaren die onvermijdelijk zijn in een wereld waarin wereldleiderschap is verwelkt.
In Europa discussieerden leiders op 26 maart vooral over de vraag of een gezamenlijke verklaring een toespeling zou moeten maken op financiële lastenverdeling voor het herstellen van de schade aan hun economieën. Duitsland en Nederland verzetten zich tegen de druk om bij te dragen aan een "coronabonds"-noodfonds voor landen als Italië en Spanje, die het zwaarst zijn getroffen door de pandemie.
Deze weerzin is er, ondanks een waarschuwing van Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank, dat het continent een crisis van "epische" proporties tegemoet gaat.
Verzet tegen het aandringen van Europese leiders onder aanvoering van Emmanuel Macron van Frankrijk, om collectief schuldverplichtingen te ondertekenen, dreigt de unie op te breken.
Dit soort geopolitieke spanningen zijn onvermijdelijk als de pandemie zich blijft verspreiden en daarbij druk zet op de ontwikkelde wereld om meer hulp te bieden aan zowel haar eigen burgers als minder bedeelden. In een alarmerende inschatting van de besmettingsrisico’s in conflictgebieden wijst de International Crisis Group (ICG) specifiek de overvolle vluchtelingenkampen in Syrië en slachtoffers van het door oorlog geteisterde Jemen aan als belangrijke probleemgebieden.
In beide situaties is de medische hulpvoorziening op zijn zachtst gezegd rudimentair, waardoor het coronavirus niet te bedwingen valt als het opduikt.
In haar sombere beoordeling stelt de ICG:
De wereldwijde uitbraak kan in kwetsbare gebieden grote schade aanrichten, wijdverbreide onrust veroorzaken en internationale crisisbeheersingssystemen zwaar onder druk zetten. De implicaties ervan zullen met name ernstig zijn voor degenen die zich midden in een conflict bevinden als de ziekte, zoals waarschijnlijk lijkt, de humanitaire hulpstromen verstoort, vredesoperaties aan banden legt en lopende pogingen tot diplomatie vertraagt.
Hierbij komt dat globalisering als drijfveer voor wereldwijde ontwikkeling op zijn retour is, terwijl de wereld juist op dit moment gediend is met een 'geglobaliseerde' reactie op een gezondheids- en economische crisis. Deze problemen zullen het vermogen van de rijkste landen om op te treden in een wereldwijde gezondheidsnoodsituatie waarschijnlijk ver te boven gaan.
De uitgave van 8,2 biljoen Australische dollar om de wereldeconomie te stabiliseren, zal waarschijnlijk worden beschouwd als een druppel op een gloeiende plaat wanneer de volledige omvang van deze wereldwijde pandemie duidelijk wordt. Recentelijk passeerden de Verenigde Staten China en Italië als het zwaarst getroffen land door het coronavirus. Medische experts gaan ervan uit dat het meerdere weken zal duren tot de piek van de verspreiding van het coronavirus bereikt zal zijn in de VS. Trump lijkt die realiteit moeilijk te bevatten.
Afgezien van de reacties van landen als de VS, China, Italië, Spanje en Zuid-Korea, waar de zorgstelsels een relatief geavanceerde reactie op het virus mogelijk hebben gemaakt, zijn er reële en legitieme zorgen over landen waarvan de gezondheidszorg snel overbelast zullen raken.
Tot deze categorie behoren landen als Pakistan, India, Indonesië en Bangladesh, waar ongeveer 1 miljoen Rohingya-vluchtelingen verblijve
Vragen die onmiddellijk opkomen na de “virtuele” top zijn:
- Hoe kan de wereld het hoofd bieden aan een furieuze pandemie die tienduizenden levens eist in landen als Syrië en Jemen?
- Welk orgaan coördineert de 8,2 biljoen Australische dollar om de wereldeconomie te stabiliseren?
- Welke rol zal het Internationaal Monetair Fonds spelen bij deze reddingsactie?
- Welke aanvullende middelen kunnen worden toegewezen aan de Wereldgezondheidsorganisatie voor het coördineren van een wereldwijde inspanning die weerstand biedt tegen een gezondheidstsunami?
Het korte antwoord op deze vragen is dat de wereld minder toegerust is om een crisis van deze proporties te doorstaan dan wanneer mondiale instituties niet onder vuur lagen, zoals nu het geval is.
De huidige situatie steekt ongunstig af bij het optreden van de G20 tijdens de wereldwijde financiële crisis van 2008/9. Toen was Amerikaanse leiderschap doorslaggevend.
In deze huidige crisis is een dergelijk verenigd wereldleiderschap nog niet tevoorschijn gekomen.
De verdere afbrokkeling van internationale overeenstemming en de terugtrekking uit een globaliserende wereld met landen die alleen voor zichzelf zorgen, kan wel eens een van de voortdurende gevolgen van de coronapandemie worden. Dit zal voor niemand echt gunstig zijn, voor de kwetsbaren wel het allerminst.
Tony Walker is adjunct professor aan La Trobe University (Australië)