20 februari, 2020 | Auteur: Qali Nur | Beeld: LOST IN EUROPE | Trefwoord: nederland
Lost in Europe 32: Kamervragen over Amber Alert bij verdwijnen AMV's
Naar aanleiding van het NRC-artikel waaruit bleek dat er in Nederland in tien jaar tijd al ruim 2.500 kinderen uit asielzoekerscentra zijn verdwenen heeft kamerlid Groothuizen van D66 Kamervragen gesteld aan Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Broekers-Knol. NRC publiceerde dat er tenminste 2.556 kinderen voortijdig zijn vertrokken in de laatste tien jaar, maar dat het exacte aantal hoger kan liggen omdat Nidos, de voogdij-instelling voor onbegeleide minderjarige migranten, geen cijfers heeft verstrekt voor de periode van 2011 tot en met 2014.
Naast vragen over de mogelijke oorzaken van de verdwijningen en de verantwoordelijkheid die de Nederlandse overheid heeft over deze kinderen vroeg kamerlid Groothuizen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ook over het Amber Alert en waarom die niet ingezet zou worden voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s). Verder vroeg D66-kamerlid Groothuizen ook of de Staatssecretaris van mening is dat het goed zou zijn te onderzoeken of en hoe het Amber Alert ingezet kan worden bij verdwijningen van AMV’s, wanneer er zorgen zijn over hun veiligheid en welzijn.
Op deze vragen antwoordt Staatssecretaris Broekers-Knol het volgende:
“Amber Alert is een algemeen opsporingsinstrument van de politie dat zich richt op vermiste kinderen. Het richt zich daarbinnen niet specifiek op bepaalde doelgroepen en sluit ook geen specifieke doelgroepen, zoals amv’s, uit.
Bij de vermissing of ontvoering van een minderjarige geldt dat door de Landelijke Eenheid – op verzoek van een regionale politie eenheid – en onder het geldende gezag – een landelijk waarschuwingsbericht kan worden uitgevaardigd indien in beginsel aan de volgende omstandigheden criteria is voldaan:
- het vermiste kind is jonger dan 18 jaar;
- er is onmiddellijk levensgevaar of directe vrees voor ernstig letsel;
- er is voldoende informatie over het slachtoffer, een mogelijke ontvoerder of een gebruikte auto, zodat met een AMBER Alert de kans vergroot wordt dat het kind gelokaliseerd kan worden; en
- er moeten geen redenen zijn om aan te nemen dat het kind zich in het buitenland bevindt.
Deze criteria gelden generiek, ongeacht de locatie of persoon van de vermissing. Bij de uiteindelijke afweging om een Amber Alert in te zetten zijn de omstandigheden van het concrete geval, gebaseerd op de op dat moment beschikbare informatie, doorslaggevend. De veronderstelling dat het systeem van Amber Alert per definitie niet ingezet wordt voor amv’s is daarom onjuist.
Gelet op het feit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen amv’s en andere vermiste jongeren bij het inzetten van Amber Alerts is het niet nodig om het gebruik van Amber Alerts voor amv’s nader te onderzoeken.’’
Volgens de Staatssecretaris is er dus geen reden om het gebruik van Amber Alerts voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen verder te onderzoeken, omdat er geen onderscheid gemaakt zou worden tussen hen of andere vermist kinderen. Uit de statistieken van Amber Alert blijkt dat er sinds 11 november 2008 29 Amber Alerts zijn geweest. De beschrijvingen van deze 29 kinderen op de Amber Alert website duiden erop dat alle 29 kinderen in Nederland zijn opgegroeid. In de tien jaar tijd dat ruim 2.500 kwetsbare kinderen zijn verdwenen uit azc’s, schijnt het dus dat er geen enkele keer een Amber Alert is ingezet voor een kind dat uit een azc is verdwenen.
Deze kinderen lopen vaak het risico om slachtoffer te worden van mensenhandel. Daarom worden sommige kinderen ondergebracht in een beschermde opvang. Maar ook daar verdwijnen er kinderen. In de laatste tien jaar zijn er ruim 100 kinderen verdwenen uit die beschermde opvang. Verder blijkt uit het artikel van NRC ook dat het aantal verdwijningen van onbegeleide kinderen is gestegen in de laatste jaren.