28 maart, 2019 | Auteur: Qali Nur | Trefwoord: nederland

Opnieuw spullen gevonden vanvluchtelingen in de bossen van Bladel

In zijn grote groene jeep komt jager Harry Peeters aan scheuren. Hij stapt uit en zegt: “Ik heb iets nieuws gevonden!”.  Wij hebben afgesproken op een parkeerplaats net over de grens met België. De vier lege gebouwen naast de parkeerplaats wijzen er al op dat de bossen en het gebied eromheen door sommige mensen gebruikt wordt als slaapplaats. De gebouwen zitten vol met afval en van de zachte plafondisolatie is er een geïmproviseerd matras gemaakt.

Voor Peeters zijn de bossen in Bladel bekend terrein, hij is er elke dag wel te vinden. “Ik liep nog even rond voor onze afspraak en ik zag ineens een plek die als kamp is gebruikt”.

Peeters heeft het kamp niet bij toeval gevonden. Voor zijn afspraak met 20 studenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek is Peeters op zoek gegaan naar achtergebleven sporen. De groep is die dag aanwezig voor het onderzoek van Lost in Europe, een internationaal collectief van onderzoeksjournalisten die onderzoek doen naar de gaten in de Europese wetgeving waardoor jaarlijks zo’n 10.000 onbegeleide minderjarige migranten verdwijnen.

Op verschillende manieren wordt het verhaal van de verdwenen kinderen verteld. Zo is stagiaire Sanne Scheffers bijvoorbeeld bezig met het bouwen van een journalistieke installatie om meer bewustwording onder vrijwilligers te creëren. Overgebleven spullen van migranten uit het bos van Bladel zullen onderdeel vormen van de installatie die in november tentoongesteld wordt in de Tilburgse LocHal.

De studenten halen vuilniszakken voor de spullen uit de auto en volgen de jager naar het kamp.

Peeters heeft niet vaak vluchtelingen in de bossen gezien, althans, hij kan het niet met zekerheid zeggen. “Af en toe zie je wel een groep mensen lopen, maar ik denk dan vaak dat het gewoon wandelaars zijn. Ik heb wel een keer meegemaakt dat ik ‘s avonds hier mensen heb zien lopen, waarschijnlijk vluchtelingen. Ik was aan het jagen op everzwijnen. Iedereen schrok van elkaar. Dat mensen hier moeten overnachten nadat ze alles hebben achtergelaten, dat doet wel wat met je”.

Hij krijgt waterige ogen, het is onduidelijk of dat komt door ons gesprek of door de koude harde wind. We lopen naar de plek waar de overgebleven spullen van vluchtelingen liggen. De blikjes tonijn, zakken chips, eieren en plastic flesjes bedekt door de naalden van de bomen wijzen erop dat een groep mensen hier een tijdje verbleef. “Kijk je ziet nog dat ze een poging hebben gedaan om het nog op te ruimen, in plastic tasjes bij elkaar, maar ze hadden geen tijd meer voor de rest”, zegt Peeters aangedaan terwijl hij een van de eieren opraapt.

Hij stuurt een foto via WhatsApp naar een medewerker van de gemeente, die verbaasd antwoordt: “Jeetje! Weet je zeker dat dit niet nieuw is?”. Vorig jaar oktober werd een groep Irakese vluchtelingen door de politie ontdekt in de bossen van Bladel, in totaal was het een groep van 38 mensen waaronder tien kinderen. Het kamp werd opgeruimd en de Irakezen werden meegenomen naar een AZC in Budel, maar zijn daarvandaan de volgende ochtend gelijk weer vertrokken. Waarnaartoe is onbekend.

Peeters herkent dit maar al te goed. “Ik bel daarom ook niet meer naar de politie, zij voeren toch niets uit. Als ik de Nederlandse politie bel, zeggen ze vaak dat het geen zin heeft omdat de mensen waarschijnlijk alweer over de grens met België zijn. Ook voor de Belgische politie is dit geen prioriteit. Zij zijn veel meer bezig met de drugssmokkel op de A67.”

Medewerkers van het Esso Tankstation vlakbij de bossen menen wel vaker vluchtelingen te hebben gezien. Een vrouw zegt: “Ja, die komen hier wel eens, maar kinderen heb ik nooit gezien. Die laten ze daar in de bossen, dat is natuurlijk een kwetsbare groep. Ze weten zelf ook wel dat wij dan de politie bellen. Daarnaast komt de politie en Marechaussee zelf ook regelmatig bij ons langs in het tankstation. Ik heb de politie deze week al drie keer gezien. Hoewel dit niet alleen voor de vluchtelingen is, zij komen ook langs als er bijvoorbeeld een onbemande auto staat of om te controleren of er geen drugshandel is.”

Toch wijzen kleine kleertjes en luiers in de bossen erop dat er wel degelijk kinderen zijn geweest in de bossen van Bladel. Broekjes in maat 74 wijzen op kinderen van een jaar of twee oud. Het is moeilijk om te weten te komen of de spullen toebehoorden aan de groepvan  38 Irakezen of dat er na die groep nog meer mensen op doorreis in de bossen hebben geslapen. Peeters vermoed in ieder geval wel dat het kamp waar hij de studenten mee naar toe nam minstens een maand of drie oud is.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het fonds IJ4EU.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.