23 januari, 2018 | Auteur: Laura Muns | Beeld: Laura Muns | Trefwoord: iran
Verdwaald in Teheran
Om half drie s‘nachts rijden we voor de derde keer langs de metershoge muurschildering op een flatgebouw. “Down with America” staat er geschreven boven de Amerikaanse vlag die verandert in vallende bommen. De warme lucht die door de open ramen naar binnen waait maakt onze monden droog. De rit vanaf het Imam Khomeini vliegveld naar de stad duurde lang. Zenuwachtig krabt onze taxichauffeur aan zijn snor terwijl hij op zijn telefoon kijkt. Vermoeid verzitten we nog maar eens op de plakkerige lederen achterbank; we zijn verdwaald. Tot de taxi opeens stopt. “Get out, get out" gebaart de chauffeur. We gehoorzamen aarzelend, maar zijn dankbaar om even de bloedhete auto uit te kunnen. Even later komt hij terug met vier flesjes koud water en twee koekjes. “For you”, glimlacht hij. “Welcome to Tehran”.
We zijn in Iran, het land van de Islamitische Revolutie in 1979. Die veel mensen zich herinneren door de beelden van schreeuwende gelovigen en vrouwen in allesbedekkende, zwarte chadors. Het land dat Amerika al jarenlang bestempelt als ‘the axis of evil’. Waar de inmiddels tot de verbeelding sprekende Sharia leidend is als wettelijk strafrecht. Een land dat onbewust bij velen direct verbonden wordt met het woord ‘terrorisme’. Tot een paar jaar geleden werd het door Europese en Amerikaanse sancties geïsoleerd.
De bekende leuze “Marg bar Āmrikā” of ‘Down with America’ – die vooral slaat op een oproep voor de val van het Amerikaanse imperialisme in plaats van een wens voor de destructie van de Amerikaanse natie – zorgt er nog altijd voor dat Westerlingen Iran zien als een kwaadaardige vijand. Toch gebeurt er sinds een paar jaar iets wat de bevolking van Iran al veel langer wilde; het land gaat open voor de rest van de wereld.
De bedrukkende hitte, luchtvervuiling en de chaos van toeterende auto’s zijn deel van de enorme metropool Teheran. Met acht miljoen inwoners is de stad op het eerste gezicht als iedere andere grote, vervuilde stad in het Midden-Oosten. Toch is het hier anders. In Teheran lacht iedereen. Winkeliers, taxichauffeurs, hoteleigenaren, mensen op straat. Misschien niet altijd zomaar en zonder reden, maar bij ieder contact lijkt een lach te horen, evenals de woorden “hello, welcome to Tehran”. Hier ervaren wij een hele warme gastvrijheid, waar we tussen alle vreemde geuren, auto’s en zingende moskeeën terecht zijn gekomen in een vreemd soort comfortabele veiligheid.
We lopen rond en verdwalen er om de haverklap. Ondanks de vele richting aanwijzingen vinden we de grote bezienswaardigheden, zoals het historische Golestan Paleis, helaas nooit. We geven al gauw onze plannen op. Mede omdat de middaghitte ons volledig lam slaat, maar ook omdat we eigenlijk de mensen hier interessanter vinden dan de gebouwen. In de zomer speelt het leven zich tijdens het warmste deel van de dag noodzakelijk af in de schaduw. Mannen spelen een bordspel. Vrouwen zitten met de kinderen in het park. Wij doen hetzelfde. We drinken vooral veel ‘dough’, een yoghurtdrankje met mint en zout. Regelmatig horen we “Hello! Where are you from?” zo komen we in gesprek. Als onze dough op is kopen we versgeperste granaatappelsap voordat we heel langzaam weer ergens anders heen verdwalen.
Waar we ook heen gaan, in de stad zien we overal levensgrote portretten van mannen die gestorven zijn in de provincie Khoezistan, tijdens de oorlog tussen Iran en Irak. Martelaren worden op deze manier vereeuwigd. Hun boodschap, leren we later, is er een die we veel vaker tegen zullen komen. “Deze mannen zijn gestorven als martelaren en hebben hun leven gegeven voor jullie vrijheid, eer hen dus en respecteer de idealen van de Islamitische Republiek”.
In Teheran loopt het over van de muurschilderingen -gesponsord door de ideologisch aangedreven staat. Om publieke bewustwording te creëren en politieke kritiek te uiten. Maar vooral, om de idealen van de Islamitische Revolutie levend te houden. De portretten van Imam Khomeini en Imam Khamenei, de leiders van de Islamitische Republiek, sieren de muren van de stad alsof ze over ons waken. s’Avonds drinken we thee in de tuin van onze gastheer. We luisteren naar zijn verhalen over de revolutie en over de oorlog tussen Iran en Irak. Hij vertelt over de dag waarop er bommen uit de lucht vielen en zijn familie omkwam, maar hij overleefde. Als we vragen hoe hij de toekomst van Iran ziet, antwoordt hij “Ik heb geleerd dat je niets kan vasthouden, hoe graag je het ook wilt. Alles is tijdelijk. Als je er dan op had gerekend dat het voor altijd zo zou zijn, is het leven alleen maar een lijdensweg”.
Dit artikel is onderdeel van een reeks verhalen over Iran, een land bezaaid met historische gebouwen en moskeeën. De humane en goedhartige kant van Iran wordt vaak verborgen gehouden, door foto's en ervaringen te delen, hoopt maker Laura Muns bij te dragen aan het blootleggen van het dagelijks leven vol tegenstrijdigheden in dit prachtige en verrassende land.