3 oktober, 2017 | Auteur: Nina van Klaveren | Beeld: Nina van Klaveren | Trefwoord: indonesie
Balinezen gaan gebukt onder massatoerisme
Bali is een eiland met iconische rijstvelden, palmbomen en parelwitte stranden. De perfecte bestemming voor iedere vakantieganger. Helaas kent het toerisme ook een keerzijde: het eiland wordt namelijk langzamerhand ingepikt door westerlingen, die gigantische resorts en luxe restaurants uit de grond stampen.
Putu Boyd is een hoogopgeleide Balinees die in een beachclub werkt in zijn geboortedorp Lovina, ten noorden van Bali. Ondanks dat Putu Boyd het daar naar zijn zin heeft, is hij opgeleid voor meer verantwoordelijkheid. Hij weet dat hij grotere carrièrekansen zou hebben in het toeristische zuiden, maar wil daar koste wat kost vandaan blijven. “Gebieden zoals Kuta en Denpasar zijn geen Bali meer – er is niks meer over van de cultuur over die wij in het noorden nog wel kennen. Het zuiden is verwesterd, zelfs Javanen zijn ernaartoe verhuisd om een beter leven op te bouwen dan ze op het buurland van Bali zouden hebben. Ik wil niet dat mijn kinderen in die cultuur opgroeien.”
Putu Boyd praat vol lof over zijn baan als eindverantwoordelijke bij “Spice Beach Club”. Doordat zijn vader een goede baan had bij de overheid, kon hij een horecastudie volgen in het zuiden van het toeristische eiland. Deze kans is niet voor iedereen weggelegd. Putu prijst zich daarom een gelukkig man.
Na zijn opleiding kwam hij via-via in contact met een bedrijf dat horecapersoneel wierf voor een cruiseschip. Ondanks dat hij al een vriendin had en binnenkort zou gaan trouwen, greep hij het aanbod met beide handen aan. “Ik ben één van de weinigen uit mijn geboortedorp Lovina, die kan zeggen iets van de wereld te hebben gezien”. Na drie jaar was hij klaar voor het gezinsleven. Hij trouwde alsnog met zijn jeugdliefde, kreeg binnen no-time een zoontje en hij ging met zijn gezin weer in Lovina wonen. In de tussentijd had hij geen werk. Binnen de kortste keren was het spaargeld van de cruise op. “Ik móest wel werk vinden, ik wilde niet dat mijn vrouw zou werken. Het leidt tot gezichtsverlies wanneer je als man niet genoeg kunt verdienen.” Het was daarom ook een grote opluchting toen Boyd in een strandclub van een Westerse eigenaar aan de slag kon in zijn geboortedorp ten noorden van Bali.
Er is veel meer werk in het toeristische zuiden dan in het noorden. Het gebied is enorm verwesterd en compleet volgebouwd met restaurants, winkels, hotels, logies en café's. Wil je als toerist genieten van een bordje met traditionele rijst, dan moet je daar goed naar zoeken. Juist voor een hoogopgeleide en ervaren man als Putu Boyd zou het niet moeilijk zijn om een baan te vinden in dat toeristische walhalla.
Gevolg van het massatoerisme
De toeristenindustrie baart de inwoners van Bali echter zorgen. Zo ook Putu Boyd: “Vroeger was het kopen van een restaurant of hotel nog betaalbaar voor ons. Nu niet meer. Met uitzondering van de traditionele Warungs zijn er nog maar nauwelijks hotels of restaurants te vinden die in het bezit zijn van Balinezen.”
Aan welke Indonesische prestigieuze universiteit Balinezen ook studeren – ten opzichte van de rijke, hoogopgeleide westerlingen maken ze nooit een eerlijke kans. “Ik heb er altijd al van gedroomd om een eigen beachclub te hebben. Ik weet dat deze droom niet uit zal komen. Natuurlijk hoop ik genoeg geld te kunnen sparen en samen met een Westerling met veel geld iets op te kunnen zetten. Maar ik denk niet dat dit ooit gebeurt.”
Traditionele uitzichten verdwijnen
Het eiland is duur geworden voor de ‘gewone’ Balinees. Het is er bijna te duur om te wonen, vooral nu het toerisme zich nog verder verspreidt. De stukken grond zijn niet alleen in stedelijke gebieden duurder geworden door de toeristen, ook in de landbouw rijzen de prijzen de pan uit.
Ook Nyoman Bagiartha, een ecoloog die aanzien heeft in het Noorden, maakt zich ook zorgen over het toerisme. “De prachtige, iconische rijstvelden die Bali zo’n rijk uitzicht bieden, veranderen langzamerhand in droge grond of in Westerse resorts. De afgelopen tien jaar kopen toeristen steeds vaker een groot stuk grond in de bergen. De waarde van die grond is gigantisch gestegen. Een arme boer kan het nauwelijks veroorloven om zijn stukje land te behouden voor het verbouwen van exportproducten, zoals rijst, koffie en kruidnagel.”

De toeristen die deze stukken grond opkopen, laten het helemaal leeghalen, er wordt vervolgens jaren niks mee gedaan. Hierdoor ontstaan grote problemen. Nyoman vertelt somber: “Door het gebrek aan bomen of planten heeft de grond geen houvast meer. In het regenseizoen heeft dit gigantische modderstromen als gevolg.”
De overheid in het Noorden van Bali probeert een oplossing te bedenken voor dit probleem, maar Nyoman heeft daar weinig vertrouwen in. “De overheid kan dit niet tegenhouden, toerisme is te belangrijk geworden voor het eiland”, zegt hij. Het lijkt erop dat het niet lang zal duren voordat het voor de Balinezen te duur is geworden om in de dorpen te wonen waar zij zijn opgegroeid. “De dorpen zullen over een aantal jaar overspoeld zijn door toeristen of compleet zijn weggevaagd door modderstromen.”
Is het dan voor Putu Boyd en al die andere hoogopgeleide Indonesiërs niet verstandiger om te verhuizen en op een ander eiland iets op te bouwen? Een treurige glimlach verschijnt op zijn gezicht. Hij kijkt de nachtelijke stilte in, waar de golven van de oceaan rustig kabbelen. “Misschien zal het ooit wel moeten, maar daar wil ik liever niet aan denken. Ik wil zo lang mogelijk op het Bali blijven dat wij allemaal nog kennen, ook al betekent het dat ik nooit iets voor mezelf zal opzetten.”