2 december, 2016 | Trefwoord: brazilie

Alice (en de rest) in Wonderland

"Rwanda, Rwanda, Rwanda!!". Het Braziliaanse publiek barst helemaal los als de dames van het Rwandese zitvolleybalteam aan hun wedstrijd beginnen. Zelfs als het team alleen maar van veld wisselt, worden de speelsters toegejuicht alsof ze zojuist Paralympisch kampioen zijn geworden. De Rwandese dames zijn duidelijk onder de indruk en zwaaien regelmatig naar hun nieuwe fans. “Het publiek is inderdaad wel duidelijk op onze hand”, concludeert hun Nederlandse coach Peter Karreman. “Dat gebeurt als je de underdog bent.”

Peter blikt tevreden terug op de Paralympische Spelen. Dat team Rwanda geen medaillekansen had, stond voor iedereen wel vast. Voor het Rwandese team gold: ‘meedoen is belangrijker dan winnen’. Peter, volleybalman in hart en nieren, had stiekem overigens wel gehoopt op een zevende plek. Van de acht.

Hij had de Rwandese heren in 2012 al met succes naar de Paralympische Spelen in Londen geloodst en is daarna aan het werk gegaan met een nieuw damesteam. Dat betekende voor Agnes, Zaninka, de twee Claudines (waarvan een met de bijnaam GuGu), Sandrine, Alice, Carine, Solange, Clementine, Beatha, Yvonne en captain Liliane dat zij voor het eerst van hun leven naar Brazilië vlogen. En dat terwijl sommige van hen voordat ze geselecteerd waren voor het team, zich nog niet eens een tripje naar hun eigen hoofdstad Kigali konden permitteren.

Om die zevende plek te kunnen behalen, moest volgens coach Peter wel een knop om bij de dames: “Dat kostte nog heel veel moeite.” Het team moest zich focussen op het spel en zich niet laten afleiden door toeschouwers, muziek of de grote speelhal in Rio. Ook moesten ze zich niet geïntimideerd voelen door de harde smashes van hun tegenstanders. Dat was alleen makkelijker gezegd dan gedaan voor de vrouwen, die het afgelopen jaar in totaal maar tien weken met hun coach hebben getraind. Zij moesten daarnaast bijvoorbeeld al wennen aan het spelen op een echte wedstrijdvloer. In Rwanda trainen ze meestal op beton.

Maandag 12 september 2016: de wedstrijd tegen Iran. De tribunes zijn bijna leeg, maar voor het publiek dát er is, is team Rwanda nog steeds de lieveling. Uiteindelijk wint Iran met 25-10, 25-19 en 25-18. Toch zijn de dames erg tevreden, vertellen ze na de wedstrijd in de zogenoemde ‘mixed zone’, waar pers en spelers samenkomen. Yvonne (24 jaar): “Het ging goed, ook al hebben we verloren. Er was een hele goede teamspirit.” Solange (20), voegt toe: “Het belangrijkste: onze score tegen China was erg laag, maar vandaag heel hoog!” Ook Peter vond het een goede wedstrijd, maar hij moet natuurlijk ‘de strenge coach’ blijven: “Ze kunnen nog beter, de knop omzetten is nog niet gelukt. Bij de training scoren ze punt na punt, maar nu niet. Na één goed punt denken ze dat ze er zijn. Maar hallo, je hebt 25 punten nodig om een set te winnen!”

Dat die knop inderdaad nog steeds niet helemaal om is, blijkt als de tandarts ter sprake komt. Sporters kunnen die in het Paralympisch Dorp gratis bezoeken en de dames willen hier dan ook graag gebruik van maken. Bij captain Liliane (27) is zelfs al een tand getrokken. Peter merkt op dat ze hiervan gelukkig geen last heeft gehad en dat het zonder verdoving is gebeurd: “Ze wilde de avond voor de wedstrijd tegen China nog meer tanden laten trekken, maar daarvan heb ik gezegd: doe nou niet. Niet alleen voor de mogelijke pijn, maar wie weet veroorzaakt een verdoving wel een positieve uitslag bij de dopingcontrole. Nu gaan ze geloof ik allemaal de dag na de finales naar de tandarts.“

Het is ook wel begrijpelijk dat Team Rwanda goed gebruik maakt van de faciliteiten. Veel van de teamleden zitten nog op school, maar enkelen hebben een inkomen. Zo heeft Liliane een kledingwinkeltje en handelt Clementine in de bladeren die in Rwanda worden gebruikt om vuur te maken voor het koken. Ze hebben het dus niet breed. Toch zijn zij door hun sport wel beter af dan andere Rwandezen met een beperking; ze ontvangen bijvoorbeeld een kleine toelage van de overheid. Daarnaast dragen vele (Nederlandse) sponsoren het team een warm hart toe. Zo heeft een Nederlands orthopedisch bedrijf de protheses van de vrouwen gecontroleerd toen zij in juni voor een trainingskamp in Nederland waren. Zonodig zijn deze kosteloos hersteld of vervangen.

Naast het financiële plaatje ziet Peter dat topsport ook mentaal positieve gevolgen heeft voor de dames in het team: “Die meiden zijn ongelooflijk gegroeid, qua zelfvertrouwen. Vroeger werden ze nagewezen en nagekeken. Nu kunnen ze tegen die mensen zeggen: ik ben mooi wel in Europa en Zuid-Amerika geweest. En jij zit nog steeds hier.” Het spelen van een sport als zitvolleybal kan de acceptatie van mensen met een beperking in Afrika dus verhogen. Dit is een extra reden voor de Wereldbond zich daar in te zetten voor het geven van clinics en het opleiden van trainers. Voorzitter van de coaches-commissie Jouke de Haan reist daarvoor ‘als een nomade’ door Afrika. In Rio is hij nu bij elke wedstrijd in de zitvolleybal-hal te vinden. Zelf heeft hij ook een speciale band met Rwanda; Peter nam het stokje als trainer van het herenteam van hem over. Na de wedstrijd tegen Iran neemt Jouke graag de tijd om nog even op de tribunes te blijven zitten om te vertellen over Rwanda: ”Het is een land waar gehandicapten wel een plaats hebben in de samenleving. Mensen met een beperking kunnen zich rustig overal vertonen”, aldus Jouke (‘ze noemen me wel: zitvolleybalgoeroe’). “Het probleem in Rwanda met betrekking tot de gehandicaptensport is echter altijd: geld. Het komt daar dus alleen maar goed als de minister erachter staat.”

Donderdag 15 september 2016. Na een verloren wedstrijd tegen Amerika de dag ervoor is het dan zover: de strijd om de zevende en achtste plaats. Tegen Canada. De dames hebben er zin in, net als het publiek. De tribunes zitten goed vol – er zijn 3500 toeschouwers – en het gezang, gestamp en gejoel is soms bijna oorverdovend. Team Rwanda lijkt hierdoor een boost te krijgen; zelfs de reservespeelsters kunnen bijna niet stilzitten en joelen mee. Ondanks soms zeer spannende momenten, mag het niet baten; Rwanda verliest met 25-21, 25-15 en 25-20. Toch laatste dus. Voor Liliane geen reden om bij de pakken neer te zitten: “Ik ben heel trots en heb er een goed gevoel over, het was een andere wedstrijd als de eerdere. De spirit was goed! Dit was onze laatste wedstrijd, maar deze Paralympische Spelen waren een heel goede ervaring. We zijn er weer bij in Tokio en zullen dan heel sterk zijn!”

Ook Peter is best tevreden: “Ze hebben goed gespeeld ja. Er zat meer sfeer in deze wedstrijd, die heeft de hele week eigenlijk een beetje ontbroken. Maar pas als ze de laatste foutjes eruit halen, komt het helemaal goed.” Om de mededeling dat Liliane het team in 2020 in een sterkere vorm in Tokio ziet verschijnen, moet hij even glimlachen. “Medaillekansen in 2020? Dan moet er wel een plan gemaakt worden. Dan moeten ze fulltime gaan trainen en elk jaar ongeveer vijf keer een clinic in het buitenland doen. Daarbij zal geld het grootste probleem zijn.”

Er moet in ieder geval eerst een plan komen voor het WK dat in 2018 in Nederland plaatsvindt. Peter is in dan ieder geval geen bondscoach meer. Het is geen betaalde baan, zodat hij hiervoor vrij moet nemen van zijn baan als projectmanager: “Ik vind dat Rwanda hier zelf meer een rol in moet gaan spelen. Ik heb sowieso een rol in Afrika door mijn cursussen voor de Wereldbond. Je moet ook andere landen sterker maken. Als je alleen Rwanda hebt, daar heb je niks aan. ” Voormalig assistent-coach Jean-Marie Vianney Nsengiyumva volgt Peter op.

De dames hebben in ieder geval een goed gevoel aan hun tijd in Rio overgehouden. Alice (19): “Ik heb heel veel dingen geleerd deze week. Ik verwacht in de toekomst nog veel beter te worden. Yvonne: “Ik vind het echt heel fijn hier in Brazilië. In Rwanda is het heel anders om te spelen, hier is het veel beter.” Giechelend voegt ze daaraan toe: “En wat ik nog het fijnste hier vind, is het eten!”

Peter heeft inmiddels echter begrepen dat de dames sinds Rio niet meer met het hele team getraind hebben. “Ik krijg regelmatig nog appjes van die meiden, om te vragen hoe het gaat. Ze hebben nu gewoon niet zoveel te doen”, aldus Peter. Trainingskampen worden namelijk pas gesponsord als de dames naar een groot evenement toewerken.

Voor Peter betekent het stoppen als bondscoach zeker niet het einde van zijn Afrikaanse avontuur. Zo verschijnt deze maand een boek over zijn belevenissen, getiteld: ‘Onbeperkt’. Dit wordt bij het Liliane Fonds – dat vijf van de Rwandese speelster als kind heeft gesponsord – gepresenteerd. Dat het voor Peter geen makkelijke beslissing is geweest als bondscoach te stoppen, is duidelijk. “Het is even slikken, maar ja, ik kon toch niet eeuwig bondscoach blijven daar. Ze moeten het toch zelf gaan doen. Mijn verantwoordelijkheid vanuit de Wereldbond naar andere Afrikaanse landen vraagt ook tijd. En ik zal als adviseur op de achtergrond blijven meedenken.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.