15 december, 2014 | Auteur: Claire van der Meer | Beeld: Nikki van der Westen | Trefwoord: myanmar

Traditionele olieboorders in Myanmar

De kustprovincie Arakan in het westen van Myanmar staat bekend om zijn natuurlijke grondstoffen. De aarde bevat gas, olie, jade, en marmer. Daarnaast is bóven de grond een van de beste soorten teakhout van de wereld te vinden. Toch zijn de bewoners van de Arakan een van de armste groepen van het voormalige Birma. Veel van de rijkdom vloeit nog steeds naar de grootmacht die in het oosten aan Myanmar grenst: China. Een land dat nauwe banden had met het voormalig militair regime in Myanmar.

Een man legt zijn rechteroor op de blauwe pvc-buis die de grond in verdwijnt. Zijn gezicht toont opperste concentratie, terwijl hij probeert het zwarte goud te horen. Kort hiervoor stopte de kleine generator pruttelend. Het oude beestje, dat via een katrol een touw met daaraan een soort zuiger aandrijft, werkt op dezelfde olie waarnaar hier wordt gezocht. 

Vijf paar blote voeten staan op de plakkerige, met olie bedekte vloer van het hutje, de teenslippers netjes op een rij buiten het bouwsel. De traditionele Myanmarese olieboorders hier op het Ramree eiland boren in krappe piramidevormige hutjes, gemaakt van vier bamboestengels bedekt met palmbladeren. De top wordt gesierd door een stuk plastic: bescherming tegen de heftige buien in de laatste dagen van het regenseizoen. In hun dorp, waarvan de naam zich vrij laat vertalen in ‘olieberg’, staan op korte afstand van elkaar wel honderd van deze hutjes.

De productiecapaciteit is klein. Als ze op olie stuiten laten de mannen steeds een smalle pijp met een stop aan de onderkant in de blauwe PVC buis zakken. Hoeveelheden van zo’n vier liter per keer kunnen daarmee omhooggehaald worden. Alle inwoners van het dorp (driehonderd huishoudens in totaal) weten samen slechts tien vaten per dag te vullen.

Van de bescheiden opbrengst kunnen ze in leven blijven, maar geld voor iets extra’s levert het niet op. De kennis en middelen om goede benzine van de olie te maken ontbreken. Na een provisorisch proces, waarbij de olie wordt verhit op een houtvuur en vervolgens afgekoeld in een bak water, is het eindproduct iets waar motorbikes, kerosinelampen en kleine generatoren op kunnen lopen, maar het spul in een auto gooien is levensgevaarlijk.

De hut waar de mannen zich op dit moment in bevinden bevat de diepste boorput in het dorp: 228 meter. De lokale boorders maken zich zorgen, het is de laatste tijd steeds moeilijker bij de olie te komen. Daarnaast hangt hen nog een dreiging boven het hoofd, een andere partij aast op de voorraad in de grond.

Energie voor China

Het afgelegen Ramree eiland heeft de laatste jaren steeds meer Chinese initiatieven moeten verwelkomen. Onder de noemer ‘Shwe gas and oil project’ (Shwe betekent goud) is het Chinese staatsbedrijf CNPC allerhande energieprojecten in de nabije omgeving begonnen. Zoals de aanleg van een boorplatform voor gas voor de kust van het eiland en de bouw van een gigantische diepzeehaven even verderop, waar binnenkort tankschepen met olie uit het Midden-Oosten zullen aanleggen. In die gloednieuwe haven in Kyaukpyu starten twee pijplijnen – één voor olie, één voor gas – die met een lengte van elk 900 kilometer dwars door Myanmar naar China lopen.

De traditionele olieboorders leken lange tijd veilig voor de honger van China naar grondstoffen in het gebied. De olieterminal die gebouwd is in Kyaukpyu gaat olie van elders naar China pompen. Tot voor kort was er nog geen interesse in de olie in de Arakan provincie zelf. Echter, even buiten ‘olieberg’ is nu een veld te zien dat omgewoeld is door grote rupsbanden.

Proefboring

“We hadden geen idee dat ze zouden komen, ze waren hier opeens met hun gigantische machines en namen ons land voor een proefboring, zonder enige vorm van compensatie.” In een klein bamboehutje zit de 53-jarige Mya Nwe Myo. Ze vertelt over de dag dat afgevaardigden van het Chinese CNPC op haar perceel stonden. Ze draagt een wit T-shirt waar de mouwen vanaf geknipt zijn, daaronder een traditionele oranje longi. Wat over is gebleven van dat bezoek in het verwilderde veld is een grote betonnen schacht van ongeveer een meter doorsnede, afgedekt met een metalen plak die vastgeschroefd zit met grote bouten.

Mya Nwe Myo is teleurgesteld: “De regering van Myanmar bekommert zich niet om ons.” Sinds 2011 waait er een gematigdere (democratische) wind door Myanmar, nadat een militair regime er bijna vijftig jaar de dienst uitmaakte. De rijkdom vloeide destijds naar de machthebbers of naar China, met wie zij een goede relatie onderhielden. Na de omslag hoopten de inwoners van Arakan op verbetering. Eerlijkere verdeling van al het waardevols dat de provincie te bieden heeft, elektriciteit, goede wegen, scholen en een sociaal vangnet. Maar hier in het westen lijkt een dergelijke vooruitgang nog steeds een droom. De opbrengsten van de gasboringen zijn bijvoorbeeld voor de komende dertig jaar al aan China beloofd. De kleine dorpen in de regio hebben óf geen, óf sporadisch elektriciteit. Ook op het gebied van werkgelegenheid hebben de projecten van CNPC weinig waardevols voor de lokale bevolking opgeleverd. Werknemers uit China en India bemannen vooral de projecten in de omgeving. 

Mya Nwe Myo vertelt hoe de Chinezen een stuk dieper boorden dan de traditionele olieboorders in de buurt en dat daarbij veel restafval werd geproduceerd. De chemicaliën die gebruikt worden tijdens het boren, zijn in de kleine stroompjes in het gebied gedumpt. “Dit land kan ik niet meer gebruiken als rijstveld”, zegt ze. Ze is weduwe, twee jaar geleden overleed haar man. Ze heeft geen idee of de Chinezen terug gaan komen om op grote schaal olie te gaan winnen. “Ik vrees voor die dag, ik heb twee zonen en een dochter, we hebben dit land nodig.” Op het moment verkoopt ze de klei op haar perceel aan een iemand die er bakstenen van maakt. Hulp vragen van de overheid of protest aantekenen bij CNPC durft ze niet, “ik ben bang voor de autoriteiten en voor CNPC”.

De olieboorders in het kleine hutje verderop zetten de generator weer aan, zo lang het mogelijk is blijven ze boren. Teveel vooruit kijken doen ze niet. Op de korte termijn gebruiken ze wat er over is van de proefboring. De grote stukken plastic die de Chinezen achterlieten, maken nu hun kleine oliehutjes waterdicht.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.