17 juli, 2014 | Beeld: Ilse van Loon | Trefwoord: indonesie
'Deze dingen smaken zó Nederlands'
'Conimex brengt in Nederland de Oosterse keuken thuis.' Een simpele slogan. Eén die het al tachtig jaar prima doet. Maar in hoeverre klopt ‘ie? Join ging op onderzoek uit en vroeg zich af: hoe Javaans zijn de Javaanse gehaktballetjes van Conimex eigenlijk?
Op bezoek bij Hilda Ismail, 47 jaar. Hilda is geboren en getogen op Java, maar heeft ook vijf jaar met haar man en twee kinderen in Nederland gewoond om de studie Farmacie te volgen aan de Technische Universiteit in Delft. Inmiddels woont het gezin alweer zeven jaar in Yogyakarta. Hilda spreekt geen Nederlands. Niet meer, in elk geval. “Maar”, zegt ze zelfverzekerd, “het begrip ‘Conimex’ ken ik nog wel hoor!” Ze lacht.

Hilda vertelt over de traditionele Javaanse gehaktballetjes: “Javaanse gehaktballetjes kunnen op verschillende manieren gemaakt worden, evengoed als dat in Nederland de ene gehaktbal de ander niet is. Maar er is wel één traditioneel recept. Die wordt dan ook altijd met het Suikerfeest of met andere speciale aangelegenheden gebruikt.”
Voordat Hilda begint met het maken van ‘haar’ gehaktballetjes, neemt ze eerst het geeloranje pakje van Conimex onder de loep. Als ze de foto op de voorkant ziet, begint ze hard te lachen. “Is dat nou satésaus?! Javanen eten satésaus alleen bij saté, nooit bij gehakt.” Ze staart nog enkele seconden naar de verpakking. Haar oog valt op de ingrediëntenlijst: zout, koriander, paprikapoeder, gistextract, tomaat, zwarte peper, suiker, kurkuma, plantaardig vet, knoflookpoeder, uipoeder, rozemarijn, citroensappoeder, aardappelzetmeel, cayennepeper, komijn en aroma. “Hm, dat ziet er op zich wel goed uit”, klinkt het vertwijfeld. “Maar het zijn over het algemeen niet de ingrediënten die wij gebruiken voor onze balletjes. Gist niet bijvoorbeeld, of tomaat. Of komijn.”
“Je moet het zo zien”, begint Anita Alsemgeest, werkzaam bij de managementafdeling van Unilever, “een merk past zich aan aan de wensen van de consument. Denk je dat ze in China dezelfde gerechten eten als wij hier afhalen bij de Chinees om de hoek?” Een stilte. “Nee”, vult ze vervolgens zelf in. “De Chinese restaurants in Nederland maken gerechten waarvan ze denken en vervolgens ook mérken dat wij ze lekker vinden.” Weer een stilte, daarna een ander voorbeeld: slagroom. “In België zit er geen suiker in de slagroom, in Nederland juist wel. Dat heeft gewoon met smaak te maken. De slagroommerken passen zich daar op aan.”
Hilda grijnst nog wat na. “Satésaus”, mompelt ze onderweg naar de keuken, terwijl ze haar hoofd zachtjes heen en weer schudt. Op het aanrechtblad legt ze alle benodigde ingrediënten voor de traditionele balletjes netjes naast elkaar neer: het gehakt, de aardappelen, kokosmelk, olie, palmsuiker, zout, gember, kurkuma, kentjoer (familie van de gemberwortel), citroengras, salamblad, limoenbladeren, ui, rode peper, lente-ui en de knoflook. “Wat een spullen hè?” Ze zet haar handen triomfantelijk in haar zij.
Bereidingswijze
De gehaktballetjes van Conimex zijn in een mum van tijd klaar. Tien minuten werk, een kwartier hooguit. Een kwestie van het ene zakje mix aan het gehakt toevoegen, balletjes draaien, balletjes bakken in wat olie en daarna het tweede zakje mix met wat water toevoegen. Even laten pruttelen en klaar. Dat is bij de traditionele gehaktballetjes wel anders. Dat recept bestaat uit iets meer stappen: kruiden mixen met een staafmixer, ui, knoflook en peper bakken in de pan, zelfgemaakte kruidenmix meebakken, ondertussen gehaktballetjes draaien en laten koken – ja koken -, aardappels in blokjes snijden en frituren in de pan, kokosmelk aan de pan met kruidenmix toevoegen, gehaktballetjes erbij, evenals de aardappelblokjes, het geheel op smaak brengen met zout en palmsuiker, rijst koken en dan pas klaar.
Is het niet gewoon onmogelijk om zo’n tamelijk ingewikkeld, traditioneel gerecht in twee zakjes te stoppen? “Daar kan en mag ik niks over zeggen”, is het antwoord van Anita. “Dat heeft met productontwikkeling te maken en dat is verder geheim. Ik kan alleen maar zeggen dat er dus wordt gekeken naar de wensen van de consument en die wensen kunnen afwijken van het eigenlijke gerecht, dat klopt.” Op de vraag of de mix wel in Indonesië wordt samengesteld of juist in Nederland, of ergens daartussenin, zwijgt ze. “Geen idee”, is het enige dat klinkt.

Vergelijken
Na ruim anderhalf uur is het eindelijk tijd om aan tafel te gaan. Het moment van evalueren is daar. Alhoewel, de traditionele balletjes zien er naast die van Conimex zó kleurrijk uit en ruiken zo lekker, magisch bijna, dat de conclusie van de evaluatie voor de hand ligt: er is weinig Javaans aan de Javaanse gehaktballetjes van Conimex.
Hilda is nog wel heel nieuwsgierig naar het eindresultaat. Ze geeft de balletjes nog een goede kans. Ze prikt met haar vork direct in een Conimex-variant en proeft, haar ogen gesloten. “De smaak is prima”, concludeert ze. “Maar deze dingen smaken zó Nederlands!” Ze moet hardop lachen en vertelt over haar eerste kennismaking met de Nederlandse satésaus:
“Ik weet het nog goed, we woonden net in Delft toen we ergens saté gingen eten. Lekker, dacht ik, daar heb ik wel zin in! Toen de saté werd geserveerd, vond ik het er al een beetje gek uitzien. De saus was veel lichter dan ik vanuit Indonesië gewend was. Afijn, ik nam een hap van het vlees, van de saus, en dacht dat ik voor de gek werd gehouden. Was dit serieus satésaus?!” Hilda lacht nog steeds, uitbundig, zoals daarnet. “Ik vond het echt veel en veel en veel te zoet.”
Ze stopt met lachen en kijkt nu met een geconcentreerde blik naar de bruine massa op haar bord. “Nee, deze satésaus, echt, die kun je hier in Indonesië nergens krijgen hoor. Dit is satésaus zoals jullie die in Nederland kennen. En bovendien, die balletjes smaken verder ook niet erg uitgesproken, wel?” Gauw schept ze een paar traditionele balletjes op. Ze neemt een hap. Een tevreden blik. “Met liefde gemaakt en dat proef je”, glimlacht ze. “Oh, en een beetje aan de scherpe kant misschien, maar hey, dat is ook juist wel weer heel Javaans.”