29 april, 2009 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
Met Lafayette schrijf je aap weer met een lange Aa
“Het Nederlandse onderwijs is een lege huls”, aldus Aukje Koster, de directrice van de Lafayette school in Amsterdam. Deze basisschool is geen voorbeeld van vernieuwend onderwijs, zoals Iederwijs. Het lesmateriaal is juist gebaseerd op de ouderwetse basisvaardigheden voor rekenen en spellen, aangevuld met de studiemethode van Lafayette Ron Hubbard, de grondlegger van Scientology.
In het Concertgebouw genieten de kinderen van de bovenbouw van de Lafayette school op donderdagochtend van muziek. Zij nemen deel aan het project De wereld aan je voeten. Honderden kinderen van diverse basisscholen worden door het Concertgebouw geleid. Zij maken kennis met wereldmuziek. Als de groepen zich door de gangen verplaatsen, is het een drukte van jewelste. Aan de muur kijken de portretten van grote dirigenten van weleer toe. Ieder kind draagt een paspoort met daarin informatie over de muzikanten. De leerlingen en hun docenten zingen mee met de liedjes die zij tevoren hebben ingestudeerd.
Terug op school nemen de kinderen weer plaats in de schoolbankjes. Zij zitten ieder aan hun eigen tafeltje in de klas. Er zijn drie lokalen in de school, één voor de onderbouw, één voor de middenbouw en één voor de bovenbouw. Lafayette geeft particulier onderwijs. “De ouders betalen een vaste ouderbijdrage van 460 euro per maand, in totaal 5.520 euro per jaar. Er is geen regeling voor tweede en volgende kinderen”, beschreef de onderwijsinspectie in 2006. De school heeft zo’n dertig leerlingen nodig om alle kosten te dekken. “Op het moment tellen we 22 leerlingen. We kunnen rondkomen, maar het is krap”, zegt onderdirectrice Joyce Wijngaarde. De kasten, tafels en computers in het oude schoolgebouw zijn dan ook vooral krijgertjes.
Directrice Aukje Koster maakt zich sterk om haar school en onderwijsmethode op de kaart te zetten. Daarom heeft zij vorige maand een petitie aangeboden aan de Tweede Kamercommissie van Onderwijs. Koster ziet twee problemen: In de eerste plaats is zij van mening dat het Nederlandse onderwijs enorm verslechterd is. “Bijvoorbeeld het rekenen is veranderd in ‘Handig rekenen’. Een kind kan bij wijze van spreken nauwelijks tot twintig tellen of het krijgt al allerlei verschillende manieren aangedragen waarop sommen zijn op te lossen. Aan ‘Jantje rekent het zo uit’ en ‘Pietje doet het zo’ heeft een kind geen houvast. Er wordt geen strategie meer geboden. Op die leeftijd, als je nog bijna niks kunt, vraagt dat teveel van een kind”, zegt Koster. Bij de moderne methoden om de lees- en schrijfvaardigheid te ontwikkelen, heeft zij soortgelijke kanttekeningen.
Koster haar bevindingen over het Nederlandse onderwijs worden bevestigd in het artikel ‘t Kofschip leren op het werk , uit De Pers van 25 februari 2009: “Taalinstituten worden overstelpt met aanvragen voor cursussen in onze eigen taal door autochtone Nederlandse werkenden”, schrijft Jojanneke van den Berge in dat artikel. Zij citeert Caroliene van Berkom, “directeur van taalbureau Lexicom dat veel company trainingen geeft aan grote bedrijven en diverse ministeries: ‘De meeste jongeren die nu afstuderen zijn qua taalniveau gewoon niet klaar voor de arbeidsmarkt. Als je ziet wat hbo’ers en ook universitaire studenten afleveren, dat is niet top. Jongvolwassenen schrijven zó slecht. En als je ergens gaat werken, is Nederlands het eerste waar je op afgerekend wordt.”
Ook het televisieprogramma De school van Prem , waarin Prem Radhakishun tien kinderen met een leerachterstand in tien weken probeerde klaar te stomen voor de citotoets, gaf een flinke sneer naar het Nederlandse onderwijssysteem. “Hij liet met zijn programma zien wat ik in de praktijk tegenkom”, zegt Koster. “Sinds de jaren zestig wordt het lesmateriaal niet meer gemaakt door mensen uit het onderwijs, maar door psychologen en orthopedagogen. Dit zijn ivoren-toren-mensen die zelf nooit voor de klas hebben gestaan en niet weten wat het effect van hun bedenksels is. Het heeft een negatief effect op het leren lezen en rekenen.”
Als tegenhanger van het reguliere onderwijs richtte Anna van Baarsen in 1990 de Lafayette school op. Vernoemd naar de Amerikaanse onderwijzer, schrijver en filosoof Lafayette Ron Hubbard (1911-1986), die tevens de oprichter is van de Scientology kerk. Hubbard zette zich voornamelijk af tegen de gevestigde psychiatrie en de daarbij behorende farmaceutische industrie. Scientologen (leden van de scientology kerk) wantrouwen de enorme toename in psychiatrische medicatie zoals Ritalin, Strattera en Prozac voor kinderen en volwassenen. Deze toepassingen heeft Hubbard zelf niet meegemaakt, hij keerde zich in zijn tijd tegen insuline shocks en LSD behandelingen van patienten.
Naar aanleiding van zijn onderzoek naar 'waarom mensen tijdens het leren moeilijkheden hebben’ schreef Hubbard een studiecursus voor de kerk. De organisatie Applied Scholastics kreeg daarop de rechten om een breed scala aan boeken te publiceren over de studiemethode. Zijn opvoedkundige principes en onderwijsmethoden worden door de Lafayette school toegepast. In de lessen krijgen de leerlingen veel persoonlijke aandacht. De klassen bestaan nooit uit meer dan vijftien kinderen per leerkracht. Zij werken gedurende het schooljaar in hun eigen tempo volgens een eigen programmablad. Dat wordt van week tot week bijgehouden. Voor het leren lezen en rekenen worden onder andere de schoolboeken gebruikt van uitgeverij Wolters/Noordhoff. “Maar dan wel leesboekjes van Hoogeveen uit 1963 en Naar Zelfstandig Rekenen uit 1978”, verklaart Koster. “Daarin wordt gerekend met ouderwetse rekentafels en wordt spelling aangeboden waarbij A en B nog gewoon de Aa en de Bee zijn en niet Ah en Buh.”
Het tweede punt van kritiek dat Aukje Koster bij de Tweede Kamercommissie van Onderwijs heeft aangekaart, behelst de faciliteiten die de overheid beschikbaar stelt voor nieuwe onderwijsinitiatieven. “Tegenwoordig is het praktisch onmogelijk om een school met een nieuwe onderwijsmethode op te richten, omdat alleen scholen die binnen vijf jaar uitgroeien tot 200 à 300 leerlingen in aanmerking komen voor subsidie”, schrijft zij in de petitie. “Eerder, vóór 1995, lag dat aantal op ongeveer zestig. Dit betekent enorme verarming voor het onderwijs. Denk maar eens in; als Maria Montessori nu leefde en een school had willen oprichten om het Monterssori-onderwijs te ontwikkelen, dat zou niet meer kunnen.”
De leerkrachten op de Lafayette school zijn ervan overtuigd dat Hubbards studiemethode als toevoeging op het reguliere onderwijspakket het best is voor het kind. Drie van de vijf leerkrachten zijn scientoloog. De andere twee hebben de Hubbard Basiscursus Studeren gedaan om les te kunnen geven bij Lafayette. Het onbedoelde effect van de kleine groepjes en de grote persoonlijke aandacht is dat de school vaak als laatste redmiddel voor een zeer moeilijk lerend kind wordt gezien. Leerplichtambtenaren verwijzen ouders nog al eens door naar de school. Kinderen met leerachterstand worden op hun eigen niveau in de groep geplaatst. Zo stroomde ook Iris van Veldhuizen, nu 17 jaar oud, pas in toen zij op haar oude school al in haar laatste jaar zat. Op de Lafayette school werd ze een groep terug geplaatst, naar groep zeven. “Op mijn oude school was ik erg achter, daar bepaalde de meester het tempo en dat hield ik niet bij”, vertelt zij.
“Het was wel even wennen op deze school, met die kleine groepjes en mijn eigen programma”, gaat Iris verder. “Maar toen ik hier vandaan kwam, had ik wel havo/vwo advies en niet meer Vmbo-t.” Om de aansluiting naar het voortgezet onderwijs niet te missen en iets van de basisschoolmethode mee te geven, krijgen de kinderen van groep zeven en acht les uit het boekje Hoe leer ik leren. Daarmee leren ze de studiemethode van Hubbard zelf toe te passen bij de barrières van het studeren waar zij in de toekomst tegenaan kunnen lopen. In het boek staat met tekeningen uitgelegd wat een kind zou moeten doen als ze bijvoorbeeld een woord niet goed begrijpt. Eén van Hubbards tips is dan het woordenboek te gebruiken.
Iris heeft die methode ook geleerd, maar zij gebruikt hem niet meer, zegt ze. Wel is zij nu ter voorbereiding van haar eindexamen havo terug bij de Lafayette school om bijles wiskunde te krijgen. Het leesonderwijs op de Lafayette School wordt gegeven volgens methode de Haan gecombineerd met remedial teaching voor lezen en spellen. Dit zijn methoden voor dyslexie en lees- en spellingsproblemen in het algemeen. Tijdens schooltijd verzorgt Aukje Koster deze lessen voor de kinderen die dit nodig hebben en na schooltijd kunnen ook kinderen van andere scholen er terecht.
“Dertig procent van de leerlingen uit groep drie en vier heeft zoveel problemen met lezen en schrijven dat scholen remedial teaching voorschrijven”, benadrukt Koster. “In dat cijfer zitten alleen de slechtste gevallen. Alle kinderen die problemen hebben opgeteld zou wellicht het cijfer doen oplopen tot vijftig procent. Deze groep loopt vast als de Cito-toets in zicht komt. Dan blijkt dat zij te weinig hebben gelezen en daardoor een te kleine woordenschat hebben. Bij rekenen vallen ze uit omdat ze de tekst van de verhaaltjessommen niet begrijpen en dus niet kunnen antwoorden. Het schooladvies voor het voortgezet onderwijs valt daardoor veel lager uit dan de kinderen qua intelligentie aankunnen.”
Donderdagmiddag zit Aukje Koster samen met een meisje van de middenbouw gebogen over een schrift, een homp klei en een plaatjesboek. “Dit meisje lag net letterlijk onder tafel omdat zij vast liep in de theorie”, verklaart Koster. Het meisje wist niet wat een reiger was. Samen zoeken zij in het plaatjesboek naar een reiger en daarna mag het kind de afbeelding in klei namaken. De opdracht gaat over in een schrijfopdracht waarbij het meisje ‘reiger’ op een briefje zet en in haar kleistukje vastpint. In haar schrift staat de volgende uitdaging ‘Mus’, met het meervoud ‘Mussen’. “Weet je wat een mus is?”, vraagt Koster. “Nee”, antwoordt het meisje, waarna zij haar bovenlijf met een diepe zucht languit voorover op haar schrift op tafel legt.