22 mei, 2014 | Trefwoord: gabon
Verschrikkingen worden pas voorkomen als ze bekend zijn
Jean-Elvis Ebang Ondo loopt samen met zijn vrouw het kerkhof op. Vanaf de voet van de berg klinkt typisch Gabonese muziek. Het stel blijft staan bij een grote, wit betegelde zerk en de vrouw maakt een foto.
Diezelfde foto verschijnt later op de dag op de website van de organisatie Association Against Ritual Crimes (ALRC), die Ondo in 2009 heeft opgericht. Met de oprichting van de ALCR wil hij een stem geven aan degenen die niet gehoord worden. Door rituele moorden te registreren, hoopt hij dat het buitenland de ernst van de situatie ook ziet en meer landen bereid zijn hem te steunen in zijn strijd.
In 2009 vond hij het lichaam van zijn zoon terug aan het strand, niet ver van huis. Eric Ondo was slachtoffer geworden van een rituele kindermoord. Dit verschijnsel, waarbij willekeurige kinderen van onder de 20 jaar ritueel vermoord worden, komt veel voor in West-Afrika. Vorig jaar zijn in Gabon naar schatting zo'n dertig kinderen op deze manier om het leven gekomen. Volgens Ondo gebeuren de rituele moorden vaak in opdracht van bestuurders of politici. De rijke en machtige mannen geloven dat de organen, lichaamsedelen en het bloed van kinderen hen zullen helpen bij het behoud en de uitbreiding van hun macht. Het is zelfs te merken dat het aantal rituele moorden rond de verkiezingstijd toeneemt.
Na de aanvankelijke radeloosheid en het verdriet, wilde Ondo iets doen voor de nabestaanden van slachtoffers van rituele moorden. Hij richtte de ALRC op om het gevoelige onderwerp op de politieke kaart te zetten. Al snel merkte hij dat hij niet de enige machteloze ouder was die dit was overkomen. Maar het is een moeilijk en gevoelig onderwerp in Gabon en dat maakt Ondo tot een verbeten, eenzame strijder.
In mei 2013 organiseerde de ALCR voor het eerst een stille mars, waarin duizenden mensen meeliepen. Hiervoor werd jarenlang niets gedaan tegen de rituele moorden. Nog steeds wordt er weinig aandacht aan besteed, maar er komt verbetering in. De bekende hackersgroep Anonymous, bracht onlangs een filmpje uit met gruwelijke beelden van slachtoffers en hackte de belangrijkste overheidssites van de Gabonese regering. “De enige manier om deze verschrikkingen te voorkomen is door het bekend te maken”, zegt Ondo.
Het kantoor van de ALRC bevindt zich midden in een van de betere wijken van Libreville, de hoofdstad van Gabon. Ondo neemt plaats achter het enorme bureau, een van de weinige meubelstukken in het kleine kantoortje, waar het benauwd en donker is. Michelle komt binnenlopen, een schichtige angstige vrouw in een witte jurk met bijpassende pumps. Ze neemt plaats op een van de plastic stoelen ver van Ondo vandaan. Het gesprek tussen de twee verloopt stroef, het lijkt of Michelle hier tegen haar zin in zit. Starend naar de punten van haar witte schoenen vertelt ze haar verhaal. “Het was vorig jaar oktober. Ik werd gebeld door de politie dat ze mijn zoon gevonden hadden. Toen ik op het strand aankwam waar zijn lichaam gevonden was, stond er een grote groep mensen. Ik zag een jongen de mobiel van mijn zoon aan een van de politieagenten geven. Er werd hem niks gevraagd, niemand vroeg wat. Daarna heb ik de politie zo vaak gebeld, ze doen niks voor ons. Wie in dit land geen geld heeft, heeft geen rechten. Het vertrouwen in Gabon ben ik lange tijd geleden al verloren. De Association Against Ritual Crimes is de enige die ervoor zorgt dat wij een stem krijgen. Daar ben ik erg dankbaar voor.”
“Het voornaamste probleem van de rituele moorden”, zegt Ondo, “is dat het voor een groot deel te maken heeft met de enorme armoede in het land. De rijke bovenlaag geeft de opdracht aan de arme laag van de bevolking om de moorden te plegen en vervolgens de organen te leveren. Hiervoor bieden zij hen enorme bedragen. De reden dat de armen niet weigeren is dat het vaak de enige manier voor hen is om uit hun huidige situatie te ontsnappen. De oorzaak van deze moorden heeft dus voor een groot gedeelte te maken met het enorme armoede probleem in mijn land.”
Ondo komt met een strakke blik overeind in zijn stoel. “Eind 2013 heeft de ALCR al ruim 42 moorden geregistreerd, maar er is niemand die er iets aan doet en de politiek doet alsof haar neus bloedt. Ik strijd ervoor dat er wereldwijd meer bekendheid komt en ik hoop op hulp van het buitenland.”
Later gaat de oprichter van de ALCR op bezoek bij de jonge Augustine. Ze begroet hem met een baby op haar arm en een meisje van een jaar of zeven aan haar zijde. Augustine loopt naar het graf van haar vierjarige dochtertje Catherina is drie weken geleden vermoord door Augustines toenmalige vriend. Althans, dat is haar vermoeden. “Van de politie hebben we nooit wat gehoord. Ook al weet iedereen in ons dorp wie de dader is, niemand grijpt in.” Ze valt stil en zucht diep. Meer emoties laat ze niet zien. Voor haar is er geen ruimte om bij de pakken neer te gaan zitten. Ze moet ook nog voor vier andere kinderen zorgen.