16 april, 2014 | Trefwoord: rwanda
De jacht op Rwandese plastic tassensmokkelaars
In Rwanda zijn plastic tassen bij wet verboden. Steden als San Francisco en Manilla willen een soortgelijk verbod invoeren en zelfs de Europese Unie heeft er oren naar. Het kleine Oost-Afrikaanse ontwikkelingsland groeide uit tot een voorbeeld in de mondiale strijd tegen plastic.
De grensovergang tussen Rwanda en Burundi is berucht. In de stad Kibungo houdt de Rwandese politie regelmatig smokkelaars aan: zij worden ervan verdacht clandestien plastic tassen het land binnen te loodsen. Net zoals wapens en drugs zijn ook plastic zakjes verboden in Rwanda. Er staat een geldboete van tussen de tien en driehonderd euro staat op, volgens artikel 433 in het Wetboek van Strafrecht. Zelfs een gevangenisstraf is mogelijk.
Het verbod op plastic en het strenge beleid hierover hebben van Rwanda het milieuvriendelijkste land in Afrika gemaakt, dat voor zijn aanpak door de VN onderscheiden werd. Het kleine ontwikkelingsland in Oost-Afrika is een van de weinige plastic tassenvrije landen ter wereld – en daarom een voorbeeld voor andere staten en steden. Ook in San Francisco is de plastic tas in de ban gedaan, andere steden in de VS willen volgen. Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, heeft vorig jaar een verbod op plastic verpakkingen uitgebreid.
De Europese Commissie wil dat de lidstaten van de EU soortgelijke maatregelen nemen. Elke Europeaan verbruikt per jaar gemiddeld 198 tasjes. Na de invoering van een heffing of een verbod zou dat tachtig procent minder worden, hoopt commissaris Janez Potocnik.
Ambitieuze doelen
In een grijs kantoorgebouw in de Rwandese hoofdstad Kigali werkt de vrouw die het verbod op plastic tassen bedacht heeft. Rose Mukankomeje heeft haar familie verloren tijdens de genocide in 1994, toen in honderd dagen bijna een miljoen mensen om het leven werden gebracht. Mukankomeje wilde iets doen en het land wederopbouwen. Ze heeft als vrijwilliger milieuprojecten opgezet, ideeën ontwikkeld en een eigen netwerk opgebouwd. Inmiddels is ze directeur van REMA, de Rwandese Overheidsdienst voor Milieu. Rose Mukankomeje is vaak op conferenties en in het buitenland om over haar ideeën en de Rwandese aanpak te vertellen.
Clarisse Kawera, haar medewerkster in Kigali, legt uit dat Rwanda toevallig die voorbeeldfunctie heeft gekregen. De regering heeft na de genocide een dag geïntroduceerd waarop het hele land vrijwilligerswerk moet doen. Iedere laatste zaterdag van de maand vindt er eenvrijwilligersdag plaats. Een paar jaar geleden heeft de bevolking op zo‘n dag plastic zakjes en plastic afval ingezameld. “Het werd een succes", zegt REMA-medewerker Clarisse Kawera. "Daarom werd besloten om geen plastic tassen meer te gebruiken”.
De aanpak moet bovendien de landbouw ondersteunen, de belangrijkste pijler van de economie, zegt Kawera. Rwanda is bijna net zo groot als Nederland en heeft elf miljoen inwoners. Ruimte is daarom schaars en plastic afval is schadelijk voor de bodem, die duurzaam moet worden gebruikt.
In 2006 werd de wet door het parlement aangenomen, en in 2008 werd het verbod op plastic tassen ingevoerd. De achterliggende gedachte van het verbod verschilt van de intentie in andere landen en steden: In Rwanda gaat het ook om een maatschappelijk doeleinde, het verbod is een middel om de samenleving na de genocide te herstellen en te verzoenen.
De regering is in de jaren na 1994 verschillende projecten begonnen die het land weer vooruit moeten brengen. Ambitieuze doelen moeten de kloof tussen de bevolkingsgroepen verkleinen, een eenheid creëren, aldus president Paul Kagame. Zo wil Rwanda bijvoorbeeld de ICT-sector ontwikkelen, industrieën stimuleren, een kenniseconomie creëren, als eerste ontwikkelingsland geen weeshuizen meer nodig hebben én het milieuvriendelijkste land ter wereld worden. Het gaat hierbij niet alleen om het doel – bijvoorbeeld milieubescherming – maar ook om het proces – de maatschappelijke inzet die daarvoor nodig is en tot verzoening moet leiden.
Rwanda wil zijn kostbare landbouwgrond en bossen beschermen. En met dit vooruitstrevende milieubeleid is het een voorbeeld geworden voor veel andere landen en steden. Door de gigantische hoeveelheden plastic afval in de oceanen (de Plastic Soep), neigen steeds meer landen naar drastische maatregelen die het gebruik van plastic moeten beperken.
Rendement
Of zo‘n verbod op grote schaal effectief is, is echter niet bekend. “Het kan zeker van invloed zijn op de vervuiling van de zee, hoewel de effecten op globaal niveau moeilijk zijn vast te stellen”, zegt Jan Andries van Franeker van het wetenschappelijke Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies (IMARES-WUR).
Er zijn geen precieze cijfers over het aandeel van plastic tassen in de hoeveelheid plastic in zee. Resten van plastics van tassen en zakjes komen weliswaar in 57 procent van de magen van stormvogels uit het Noordzeegebied voor, maar maken slechts zo'n tien procent uit van het totale gewicht aan plastics in deze vogelmagen, vertelt van Franeker op Texel, waar hij onderzoek doet.
“Maar”, vult hij aan, “ook al kunnen we het precieze effect van een verbod op het leven in zee niet in exacte getallen aangeven, toch is een verbod op gratis plastic tassen zinvol voor verdere bewustwording van mensen.”
De bermen zijn schoon, op straat is geen afval te zien. Anders dan in veel andere ontwikkelingslanden zijn de straten en rivieroevers niet vervuild. Dat het beleid effect sorteert, wordt internationaal erkend. UN Habitat heeft Kigali in 2008 tot de schoonste stad in Afrika verkozen, in 2011 ontving de Rwandese regering de World Policy Award en de milieuorganisatie van de VN (UNEP) noemde het land een voorbeeld.
In Rwanda werd de milieumaatregel niet onmiddellijk door de bevolking op prijs gesteld. Maar nu de gevolgen merkbaar worden, neemt het begrip toe. Winkeliers delen nu alleen nog maar bruine papieren zakken uit. Zelfs de grote Oost-Afrikaanse supermarktketen Nakumatt moest de plastic zakken verbannen. Aan het begin uitten winkeliers kritiek omdat papieren zakken duurder zijn dan plastic tasjes. “Inmiddels brengen veel mensen echter hun eigen tassen mee”, zegt een straatverkoper in Kacyiru, een buitenwijk in Kigali. “We zijn dus uiteindelijk beter af dan voorheen.”