10 maart, 2014 | Auteur: Michiel van Renselaar | Trefwoord: china
Rijkeluiskindjes of intelligente wereldburgers?
Dertienduizend kinderen wonen ver van Nederland vandaan, maar krijgen toch les over ’t kofschip en de Kinderboekenweek. Per 1 januari 2014 is er echter het één en ander veranderd. De regering zette de subsidie voor Nederlands onderwijs in het buitenland –zo’n 8,4 miljoen– stop. Scholen en ouders vrezen. Volgens hen is Nederlands onderwijs cruciaal en zijn Nederlandse taal- en cultuurscholen heus niet alleen maar gevuld met expatkinderen.
Directrice Christa Sterk had net leerkrachten aangenomen voor het nieuwe schooljaar, toen ze hoorde dat haar Nederlandse taal- en cultuurschool De Oranje Draak in China, samen met alle andere Nederlandstalige onderwijsinstellingen in het buitenland, kan fluiten naar subsidie. En dat vanaf januari 2014! Midden in het schooljaar. Er zat maar één ding op: “We konden voor de rest van het jaar nog wat uit eigen zak betalen, maar de rest moesten we doorberekenen aan de ouders. Volgend jaar moeten we onze schoolgelden verhogen.”
En hoewel dat nieuwe bedrag niet zo hoog klinkt (voor basisschoolleerlingen omgerekend van € 1.430,- naar € 1.824,-), heeft het volgens Sterk grote gevolgen. “Voor sommige families valt het te behappen, maar wat als je drie kinderen op onze school hebt zitten? Bedenk ook dat ouders naast schoolgeld voor Nederlands onderwijs, ook betalen voor een internationale school. Die kosten lopen op tot twintig duizend euro per jaar. Het kan zijn dat ouders besluiten hun kinderen van het Nederlandse onderwijs af te halen, terwijl het juist zo belangrijk is dat kinderen investeren in hun Nederlanderschap.”
Drie blondjes
In het klaslokaal lijkt er nog weinig aan de hand. Groep vijf, bestaande uit drie blonde meisjes, druppelt binnen. Ze gaan zitten aan tafel en bladeren door Nederlandse tijdschriften. In het lokaal valt niets Chinees te ontdekken. De boekenkast is gevuld met exemplaren van de Kinderboekenweek en aan de muur hangt een kaart met alle provincies en een geknutselde poster met daarop een uitleg over Prinsjesdag. Meester Tom begint de les. Als eerste laat hij de meisjes iets vertellen over hun weekend. “Dit doen we veel”, legt hij later uit, ”het vergroot hun woordenschat namelijk. Natuurlijk spreken hun ouders thuis Nederlands, maar de rest van de dag volgen ze Engelstalig onderwijs. Iedere les komen er minstens drie woorden bij die ze niet kennen.”
Meester Tom onderstreept hoe belangrijk een goede woordenschat is als de kinderen ooit terugkeren naar Nederland en instromen in regulier onderwijs. Dat weet ook de moeder van de zevenjarige Hannah. Zij streek zeven jaar geleden neer in Shanghai. “Voor het werk van mijn man. Voordat Hannah en mijn oudste dochter naar de middelbare school moeten, wil ik terug in Nederland zijn. Het op peil houden van hun Nederlands is daarom erg belangrijk. Thuis praten we sowieso Nederlands en eten we regelmatig aardappels, maar dat is niet genoeg”, vertelt ze. Meester Tom: “Natuurlijk hebben kinderen die Nederlands volgen als ze eenmaal terug zijn nog een achterstand, maar die is gering. 93 procent stroomt namelijk zonder aantoonbare vertraging in, blijkt uit cijfers van stichting Nederlands Onderwijs Buitenland (NOB).”
Wereldburgers
De subsidie diende echter voor meer, meent stichting NOB. Directeur Paul Bemelen liet in mei 2013 weten dat een subsidiestop de Nederlandse ambitie in het buitenland zou ondermijnen. Oranje Draak directrice Sterk legt uit: “Dit kabinet investeert enorm in het buitenland. Rutte kwam laatst naar China, juist om het belang van internationaal zakendoen te benadrukken. Maar een bedrag van 8,4 miljoen, dat echt niets voorstelt vergeleken bij de andere buitenlandse investeringen, laten ze vallen. Onbegrijpelijk. Mensen zullen zo minder snel een baan in het buitenland accepteren.”

Terug in de klas leert het blonde drietal over ontleden, het spellen van verkleinwoordjes en het verschil tussen de V en de F, om nog geen uur later in het vloeiend Engels –met een Amerikaanse tongval waar zelfs George Bush u tegen zegt– hetzelfde praatje over het weekend te herhalen. “Deze kinderen zijn van grote toegevoegde waarde voor Nederland”, meent directrice Sterk. “Ze spreken meerdere talen en hebben een flink cultureel besef.”
Rijkeluiskindjes
Maar zijn leerlingen op Nederlandse onderwijsinstellingen in het buitenland niet vooral rijkeluiskindjes, wiens expatouders makkelijk een paar honderd euro per maand extra kunnen ophoesten? Volgens voorstanders van de subsidiestop wel. En ja, veel leerlingen lijken rechtstreeks uit Bloemendaal geplukt te zijn. Namen als Beatrice of Carlijne zijn niet ongewoon. Gesprekken gaan over speelafspraakjes in de compounds of over de Chinese chauffeur, waarbij de laatste letter van chauffeur lekker op z'n Gooisch wordt uitgesproken.
Na schooltijd staat het schoolplein vol met tientallen Chinese vrouwen: de huishoudsters en nannies. Ze houden een nummerbordje in hun hand. De kinderen lopen op hun nummer af, waarna de Chinese Mary Poppinsen hen naar hun busje begeleiden. Al met al oogt het niet bepaald modaal. “Het is zo onterecht dat deze kinderen worden gezien als bevoorrecht”, reageert Sterk fel. Ze gelooft in het tegendeel. “Deze kinderen hebben vaak geen enkele vrijheid. Ze moeten keihard werken. Engels leren, Nederlands bijhouden, nieuwe vriendjes leren kennen, wennen aan een nieuwe omgeving. Spelen in de buurt of op het fietsje naar de bakker is er hier niet bij.”
Stichting NOB onderstreept dat echt niet alleen expatkinderen Nederlandstalig onderwijs volgen. Steker nog, het gaat slechts om dertig procent aldus cijfers van de stichting. “Dat geldt ook in Shanghai. Er zijn genoeg ouders met een eigen bedrijf die de eindjes aan elkaar moeten knopen. In andere landen geldt dat des te meer, vertelt Sterk, die in meerdere landen op NTC-scholen werkte. “Vooral in Zuid-Europa, Afrika of Zuid-Amerika zullen veel scholen moeten sluiten, omdat ouders het schoolgeld niet kunnen betalen. Naar schatting gaat het om zo'n twintig procent.”
Fristi
Terug in groep vijf mogen de kinderen een tekening van zichzelf maken. Met iets typisch Hollands op de achtergrond. Beatrice kiest voor kaas. Carlijne beeldt zichzelf af naast een tulp. En Nora tekent zichzelf met Fristi in de hand. “Ik mis Fristi zo”, verklaart ze vijfvoudig. De blonde koppies werken ijverig aan hun tekening als directrice Sterk het lokaal binnenkomt. Achter haar staat een jong gezin. “Als iedereen het hier leuk vindt, komt deze familie naar Shanghai”, roept ze enthousiast. De jongste kinderen van het gezin gaan onwennig aan tafel zitten. Maar als ze het lokaal bekijken en hun toekomstige klasgenootjes en meester Nederlands horen praten, lijkt het ijs te breken.
“Kinderen moeten voelen dat ze ergens bij horen, dat is zo belangrijk”, legt Sterk uit. De Oranje Draak probeert meer te zijn dan een school alleen. Met verschillende initiatieven, van evenementen tot een kast vol Nederlandse volwassen literatuur, hoopt de school dat de Nederlanders met elkaar binden. “Hier kunnen zowel leerlingen als ouders investeren in hun Nederlanderschap. We moeten weten wat er in Nederland speelt. Dat is hard werken, maar cruciaal voor een mogelijke terugkeer. Door die 'slechts' 8,4 miljoen weg te bezuinigen, wordt dat nu extra moeilijk gemaakt.”