24 februari, 2014 | Trefwoord: indonesie
Correspondent: Wilma van der Maten
Wilma van der Maten (49) werkt vanuit Jakarta als freelance correspondent. Na een succesvolle carrière als vaste correspondent voor de NOS in Indonesië en Zuid-Azië, richt ze zich nu als vrije 'Superfreelancer' op de inhoudelijke verhalen die zij zelf interessant vindt. Haar stukken kan ze altijd wel ergens kwijt.
Hoe staat het ervoor met de berichtgeving over het buitenland in de Nederlandse media? Dat onderzochten 18 deelnemers van de Beyond your World-editie Onderzoek buitenlandjournalistiek. Zij interviewden correspondenten in meer dan 10 landen.
Van der Maten groeide op in een klein dorpje in de buurt van Zwolle. Na studies journalistiek en antropologie belandde ze in 1999 als correspondent in Jakarta. “Destijds was het nog relatief gemakkelijk. Ik had met een vertrekkende correspondent door Azië gereisd. Daarna zei ik tegen mijn baas 'Ik wil zijn post in Singapore wel'. De volgende dag meldde hij dat de correspondent in Indonesië ook stopte en dat ze de posten gingen samenvoegen. Dus werd het Jakarta. Eigenlijk was het mijn droom om naar Afrika te gaan, maar ik wilde zo graag correspondent worden dat ik het wel best vond.”
Heel stoer vond ze het, dat ze met een half contract van de NOS naar Indonesië vertrok. Daarnaast schreef ze freelance voor andere media – goed voor de creativiteit en voor de portemonnee. Na zeven jaar vroeg de NOS of ze in Delhi een multimediale post wilde opzetten. Toen de hoofdredactie haar vijf jaar later vroeg of ze terug naar Nederland wilde komen, wees ze het aanbod af:Ze was een globetrotter geworden. Op 1 juli 2011 trad ze daarom uit dienst en ging ze vanuit Jakarta verder onder de zelfbedachte titel ‘Superfreelancer’.
Van der Maten maakt graag menselijke verhalen. Als Superfreelancer kan ze haar verhaalideeën altijd wel ergens kwijt. Dit was anders toen ze nog vooral nieuws maakte: verhalen die afweken van de hype, waren lastiger te slijten. Zoals die keer dat ze een genuanceerd verhaal over Pakistan wilde schrijven, en de redactie zei "Doe toch nog maar een keer Malala". Van der Maten: “Het moet allemaal heel spannend zijn. Maar soms is het ware verhaal gewoon minder sexy. Armoede is ook uit, we willen enkel droomplaatjes zien van opkomende economieën. Maar door de stijgende prijzen wordt de meerderheid juist armer. Daar lees je in Nederland vrijwel nooit wat over”.
De manier waarop Nederlandse media berichten over de islam is vaak te kort door de bocht, vindt ze. “De islam is in Indonesië en Pakistan grotendeels politiek. Dat snappen we in Nederland nog steeds niet. De extremistische stroming binnen het hindoeïsme in India is minstens even gevaarlijk, maar daar wil niemand een verhaal over hebben. Dan denk ik 'Wat gaat er mis met de buitenlandjournalistiek?!' Om niet in de valkuil van de baardenislam mee te gaan, is het van belang dat er correspondenten zijn die langer in een land meedraaien.”
Als grootste tegenvaller in al haar jaren als correspondent noemt Van der Maten dan ook de toenemende oppervlakkigheid. “Die wordt veroorzaakt door slinkende budgetten, maar ook door ideeën over wat de kijker wil. Er is helemaal nooit onderzocht wat de kijker wel of niet wil! Ik vind dat de media heel erg van zichzelf uitgaan. Als CNN een verhaal heeft, maken anderen dat verhaal ook. Er is totaal geen originaliteit meer.”
Onrealistische verwachtingen maken het werk als Nederlandse correspondent soms lastig. “Bij een ramp zijn CNN en BBC altijd als eerste ter plaatse. Die komen in herculessen met teams van wel tien man. Bovendien zijn ze door hun grote budgetten verantwoordelijk voor het opdrijven van prijzen van fixers, de lokale tussenpersonen die contacten leggen, afspraken maken en kunnen fungeren als tolk. Daar kom jij als klein duimpje achteraan, zonder geld of vervoer. En dan vraagt de redactie zich af waarom jij die beelden nog niet hebt! Daar moet je tegen kunnen. In een rampgebied ben je op dag een de koningin van het nieuws, op dag twee vinden redacties het opeens al veel minder interessant.”
Als Superfreelancer kan de correspondent nu de verhalen maken die ze zelf boeiend vindt. Ze heeft een “belachelijk lange” lijst met opdrachtgevers – de oogst van het jarenlange correspondentschap. Om uit de kosten te komen is het wel noodzakelijk sommige verhalen meerdere keren te verkopen. “Iedereen wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, maar dat kan niet. Bij mij is niemand meer eerst.”
Ze geeft toe dat het, zo zonder contracten, een fragiel bouwwerk is. Maar Indonesië heeft haar geleerd met de dag te leven: “Ik moest er wel even aan wennen dat ik niet meer elke dag met mijn kop op televisie was, maar eigenlijk vind ik dit de leukste tijd die er is. Ik heb nu de ruimte om mooie inhoudelijke verhalen te maken, ben niet meer gebonden aan items van twee-minuut-tien. Als ik zie hoe andere correspondenten knokken om het hoofd boven water te houden, dan denk ik 'Ik mag heel blij zijn'."
"Hoe lang het vak nog blijft bestaan? Ik weet het niet. Ik vrees dat studenten en rugzaktoeristen ons werk op den duur zullen overnemen.”