12 februari, 2014 | Auteur: Lindy Janssen | Trefwoord: bosnie-herzegovina
Nu ook een Bosnische lente
“Resign!”, roepen de demonstranten tegen overheidsfunctionarissen in Bosnië. Ze zijn boos en niet van plan te stoppen. Wat afgelopen woensdag begon als een protest tegen het sluiten van een fabriek spreidde zich snel over de rest van het land en werden gewelddadige protesten tegen de hoge werkloosheid, corruptie en het logge politieke systeem dat vooruitgang tegenhoudt.
De politie gebruikte rubberen kogels en traangas om demonstranten af te weren. Overheidsgebouwen in verschillende Bosnische steden, zoals Sarajevo, Tuzla, Mostar, Zenica en Bihac, zijn in brand gestoken. Volgens velen is dit het ergste geweld sinds het einde van de burgeroorlog in 1995.
In Bosnië is veel reden tot klagen. Het politieke systeem verdeelt het land nog altijd langs etnische lijnen. Het zijn vooral politici die de etnische kaart spelen. De overheid is vaak corrupt en de werkloosheid is opgeloen tot zo’n veertig procent. Onder jongeren is de werkeloosheid zelfs 57 procent. Het nauwelijks functionerende overheidssysteem en complete sociale onvrede zijn dan ook niets nieuws in Bosnië. Daartegen zijn ook wel eerder demonstraties geweest, maar niet zo gewelddadig en massaal. Hoe komt dit? En waarom is de 'Bosnian Spring' juist in Tuzla begonnen?
Tuzla
Tuzla is de derde stad van Bosnië. De stad groeide in het communistische Joegoslavië uit tot een industrieel en cultureel centrum. De laatste jaren is daar steeds minder van over. Grote bedrijven die voorheen door de staat gerund werden, zijn sinds 2000 geprivatiseerd. Velen zijn hier aan onderdoor gegaan of ontzettend gekrompen. Met honderden tot duizenden werklozen tot gevolg.
Werknemers wachten soms al twee jaar op hun salaris. Begin februari gingen meer dan tienduizend mensen de straat op. Ze eisten dat de privatisering wordt teruggedraaid of begeleid tot een fatsoenlijk faillissement, zodat zij in ieder geval hun onbetaalde salaris zouden ontvangen of terug aan het werk zouden kunnen gaan. Maar de demonstranten voelden zich niet gehoord, de demonstraties werden groter en de eisen hoger. Ze willen dat de regionale regering aftreedt.
Er werd gevochten met de politie en betogers slaagden erin het lokale regeringsgebouw binnen te komen en er brand te stichten. De protesten sloegen over naar andere steden. Zo wordt in Sarajevo al een paar dagen gedemonstreerd en in minder grote steden en dorpen in beide delen van het land eisen betogers het aftreden van de regionale overheid.
Massale demonstraties
Eerdere demonstraties in Bosnië waren uit onvrede met de overheid, de werkloosheid en de politieke en economische situatie. Afgelopen zomer nog gingen mensen dagenlang de straat op in protest tegen de politieke situatie. Die protesten liepen op niets uit. De opkomst werd steeds minder, totdat er niemand meer kwam.
Vooralsnog lijken de recente protesten anders. Ze zijn massaler en bovendien gewelddadiger. De politie moet in actie komen. Tientallen politieagenten zijn gewond geraakt. Betogers ook. Er wordt brand gesticht in overheidsgebouwen of ze worden geplunderd. Ook het nationaal archief moest er aan geloven. Duizend oude stukken gingen in vlammen op.
Voorlopig lijkt er geen eind te komen aan de protesten. De woede van de betogers is groot en niet zomaar ingedamd. “Als we nu niet doorzetten, gebeurt er nooit iets”, wordt er op twitter gezegd.
De eerste ontslagen van politici en overheidsfunctionarissen zijn al ingediend. De demonstranten gaan door. Zal er nu eindelijk een doorbraak komen in het politieke systeem dat Bosnië al jarenlang remt op de weg naar vooruitgang?