5 februari, 2014 | Beeld: Remko Tanis | Trefwoord: china
Correspondent: Bert van Dijk
Naam: Bert van Dijk, 41 jaar
Geboren in Haaksbergen, studeerde bedrijfseconomie in Groningen. Daarna werkzaam bij het Financieel Dagblad. Sinds september 2007 FD-correspondent in Shanghai, China.
Hoe ben je in China terechtgekomen? Was dat een bewuste keuze of ben je er toevallig ingerold?
"Ik wilde heel graag naar het buitenland en heb zelf een voorstel geschreven om naar China te gaan. Daar zat toen nog niemand. Met de komst van de toenmalige hoofdredacteur van het Financieel Dagblad Ulko Jonker begon het balletje te rollen. Hij was enthousiast en zegde steun toe zodat ik kon gaan. Het bureau opzetten was een zware klus. Ik ben ruim een half jaar bezig geweest met administratieve rompslomp, voordat ik überhaupt een ticket kon gaan boeken. Collega-correspondenten wisten toen ook niet hoe die procedures hier werkten. Alle journalisten hier waren in vaste dienst, ik kwam als freelancer."
Wat was je eerste indruk van Shanghai?
"De enorme hectiek in de stad. Nu rijden er veel auto’s, maar toen had je nog super veel brommertjes. Het was complete chaos op straat. Dat vond ik erg overweldigend, je werd helemaal gek van het verkeer. ’s Avonds in het hotel was ik helemaal kapot van alle indrukken. Maar het wende sneller dan ik dacht, inmiddels weet ik niet beter. Wat niet went is de Chinese logica. Die is echt totaal anders dan wat we in het Westen gewend zijn. Wij denken lineair: van A naar B naar C. In China beginnen ze bij B en gaan via C naar A. Dingen die voor ons vreselijk logisch zijn, zijn dat voor Chinezen totaal niet – en andersom.
Zo had ik een assistent die al een paar jaar voor me werkte. We waren op reis en hij zou een hotel regelen. We verbleven vaak in hotels en hij wist al drie jaar: het moet schoon zijn, er moet internet zijn en het liefst niet te duur. Ook nu liep hij een hotel binnen, terwijl ik wachtte in de auto. De assistent kwam terug met het goede nieuws dat het hotel aan de voorwaarden voldeed, dus ik gaf geld mee om te boeken. Na een minuut stond hij alweer buiten: er waren geen kamers beschikbaar. Ik was verbijsterd. Voordat je over het hotel begint, vraag je toch eerst of er kamers zijn?! Zijn reactie was typerend 'Van jou moest ik vragen of het schoon was en of er internet aanwezig was, niet of ze kamers hadden'."
Wat is de grootste tegenvaller die je tegenkwam?
"Moeilijk te zeggen. Over het algemeen vind ik het lastigste hier dat het zo slecht valt te controleren of iemand de waarheid spreekt. In Nederland is alles super transparant. Als je daar een CEO interviewt die een bullshit-verhaal ophangt, dan komt dat zeker uit, doordat je zijn verhaal kunt checken. Hier is dat niet het geval. Ik heb meerdere verhalen uiteindelijk niet geschreven omdat ik twijfelde aan de waarheid. Je moet constant op je hoede zijn. Het is erg makkelijk om onder de indruk te zijn van de ontwikkelingen die je ziet, maar vaak is het niet wat het lijkt."
Waar ben je het meest trots op?
"Ik heb een boek geschreven, verreweg het mooiste project waarmee ik het meest heb gereisd. Van mijn verhalen voor de krant ben ik het meest trots op een reportage vanuit een milieuvervuilende mijn. Dat was heel lastig en het lag politiek gevoelig om daar als journalist naartoe te gaan en dat is toch mooi gelukt."
Wat is je relatie met Nederland? Ben je anders naar Nederland gaan kijken?
"De clichés daarover zijn waar. Je gaat op een andere manier kijken naarmate je langer weg bent. Ik zie vooral de diepe kneuterigheid waarover ze zich in Nederland druk maken. Blaadjes op de rails, Koningslied, ga zo maar door. Ik neem me voor om daar niet aan mee te doen als ik terug ben. Mij zul je niet dagenlang voor een ziekenhuis zien posten als een belangrijk persoon op sterven ligt. Ik snap dat het interessant kan zijn voor kijkers, maar als journalist vind ik het zonde van mijn tijd."
Lukt het om stereotype verhalen te omzeilen, of halen Nederlandse redacties hun neus op voor verhalen die niet zo voor de hand liggen?
"Ik probeer ze te omzeilen, maar ik merk toch dat er behoefte is aan verhalen in de categorie ‘Kijk die rare Chinezen eens’. Het komt vaak in het nieuws als er iets geks in het binnenland is gebeurd. Dan wordt er een kindslaaf ontdekt in een grot buiten Xingjiang en dat haalt dan de kranten. Natuurlijk gebeuren die dingen, dit land is immens. Maar het zegt niets over het beleid van de overheid, of wat er écht speelt in China. Ik vind dat ik hier ben om de sociale en politieke ontwikkelingen goed in de krant te krijgen. Als een boer in ruraal Albanië iets geks doet, komt dat ook niet in de krant?"