19 december, 2013 | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
De ingewikkelde discussie over wietbeleid
Is het Nederlandse softdrugsbeleid nog wel zo bijzonder? Enkele Amerikaanse staten experimenteren tenslotte ook met legalisering. Het parlement van Uruguay stemde dit jaar in met volledige legalisering van de productie, verkoop en het gebruik van cannabis. En landen als Zwitserland hebben de afgelopen jaren besloten tot decriminalisering van het gebruik van cannabis. Nu de houding van dergelijke landen aan het veranderen is, kan de vraag worden gesteld of Nederland zijn voortrekkers rol kwijt is.
Volgens D66-politicus Boris van der Ham is dit niet het geval: “Gebruik van cannabis is in Nederland al heel lang gedecriminaliseerd. Hierin volgen andere landen ons dus. Ik denk dat we over het algemeen nog steeds redelijk praktisch en liberaal zijn rond cannabis.” Wel maakt hij zich sterk voor regulering van de productie van cannabis. Uit recent onderzoek van de NOS bleek dat zijn plan steun krijgt van de meeste grote gemeenten in Nederland.
Regulering van de toevoer van softdrugs moet er, volgens de voorstanders, voor zorgen dat de georganiseerde misdaad in mindere mate betrokken is bij de wietverkoop. Ook kan de kwaliteit van de softdrugs beter getoetst worden als de herkomst bekend is. De reden dat dit nog niet eerder is gebeurd, heeft volgens Van der Ham te maken met een te letterlijke hantering van de VN-verdragen: “In Nederland zie je met name bij de VVD een angst om niet te voldoen aan die verdragen. Ik denk dat we hier best wat redelijker in mogen zijn en dat er onder de vlag van volksgezondheid veel meer mogelijk is dan Nederland nu wil doen.”

Volksgezondheid is een belangrijk speerpunt van het Nederlandse drugsbeleid. Het belangrijkste doel is "de preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende gemeenschapsrisico’s en individuele risico’s", zoals in de drugsnota van 1995 werd beschreven. Het beperken van gezondheidsproblemen en sociale uitsluiting als gevolg van drugsgebruik wordt in Nederland dus belangrijker gevonden dan het bestraffen van drugsgebruik. Dit beleid krijgt internationaal al lange tijd kritiek, met name uit landen met een sterk repressief drugsbeleid. Zo werd Nederland in 1996 in een Frans rapport afgeschilderd als drugsstaat, wat een politieke rel veroorzaakte. In Frankrijk heerst de filosofie dat drugsgebruik hard moet worden bestraft.
Volgens een rapport van het Trimbos Instituut uit 2009 slaagt het Nederlandse beleid er echter redelijk in individuele (gezondheids)risico’s te verminderen. Bovendien is het drugsgebruik in Nederland, vergeleken met andere Europese landen en de VS gemiddeld tot laag, met uitzondering van het gebruik van ecstasy. Wel wordt in het rapport melding gemaakt van criminele samenwerkingsverbanden die bij de wietteelt betrokken zijn. Deze betrokkenheid van criminele organisaties is de belangrijkste reden die wordt gegeven voor regulering van de teelt en aanlevering van cannabis, onder andere door diverse gemeenten.
Tegenstanders van regulering, waaronder minister Opstelten, denken echter dat het de criminaliteit niet zal oplossen. Volgens Marjan Heuving van het Trimbos Instituut is het ontzettend moeilijk om gevolgen van een drugsbeleid te voorspellen. Dit geldt dus ook voor de gevolgen van regulering van wietteelt en van volledige legalisering zoals die in Uruguay plaatsvindt. Wat dit uiteindelijk doet met de criminele activiteiten, zeker in internationaal opzicht, is onduidelijk.
Maar ook over de effecten van beleid op de gebruiker is volgens Heuving weinig eenduidigs te zeggen. “De uitwerking van beleid op gebruikers verschilt per land en per cultuur. Zo zijn Zweden en Frankrijk landen met een repressief beleid. In Zweden zijn relatief weinig gebruikers, terwijl er in Frankrijk weer veel gebruikers zijn”. Ook het Nederlandse gedoogbeleid heeft volgens haar voor- en nadelen: “Aan ons beleid zitten absoluut mooie kanten. Maar aan de andere kant denken de Nederlandse jongeren van alle Europese jongeren het meest lichtzinnig over de risico’s van zowel cannabis als andere soorten drugs.”
Heuving is dan ook benieuwd hoe de legalisering in Uruguay uit gaat pakken: “Het is interessant om te zien hoe het aantal probleemgebruikers zich daar gaat ontwikkelen na de legalisering ten opzichte van voorheen.” Toch kan volgens haar ook bij succes niet zomaar worden gesteld dat alle landen dat voorbeeld moeten volgen: ”Het is een hele ingewikkelde discussie, waarvan we niet zomaar kunnen zeggen welke kant het op moet.”