24 november, 2013 | Auteur: Marrit van den Akker | Beeld: Marrit van den Akker | Trefwoord: nederland
Oog voor effecten van zoutwinning
Multinational Frisia Zout BV wil de komende jaren zout winnen in het Waddengebied. Staatssecretaris Dijkstra van Economische Zaken moet de vergunning nog verlenen en als het aan natuurorganisaties ligt, gaat dit niet gebeuren. De zoutwinning staat namelijk haaks op de wens om de rijkdom in de Waddenzee te herstellen en druist in tegen de afspraken die zijn opgesteld in het Natura 2000 besluit.
Frisia, onderdeel van K+S Salz, heeft al een vergunning om op land en net voor de Friese kust steenzout te winnen. Uit de vergunningaanvraag blijkt dat Frisia de komende jaren ook zout wil winnen in een gebied dat verder uit de kust ligt: de Ballastplaat. Een zandplaat tussen Griend en Harlingen. Een plek waar zeevogels graag toeven en zich veilig voelen. Een zanderige vlakte omgeven door zee, fungerend als ‘restaurant’ voor kanoeten en bergeenden.
Ingenieursbureau ARCADIS heeft een Milieu Effect Rapportage (MER) ingediend, waaruit blijkt dat winning geen aantoonbaar effect zou hebben op beschermde wadvogels, maar in deze MER is belangrijk, openbaar gepubliceerd en peer-reviewed ecologisch onderzoek in het Ballastplaatgebied niet meegenomen. In het MER is ook niet onderkend dat wadvogels in korte maar cruciale perioden afhankelijk zijn van de Ballastplaat. De ligging van het gebied zorgt voor een unieke situatie in de Waddenzee ten aanzien van het tij: tussen Richel, een zandplaat nabij Vlieland, en de Ballastplaat zit twee uur getijverschil. De vogels vliegen van plaat naar plaat en hebben hierdoor langer de tijd om te dineren. Op geen enkele andere plek in de Nederlandse Waddenzee bestaat een soortgelijke situatie. Vandaar dat wadvogels, zoals de kanoet, dankbaar gebruik maken van deze unieke ‘getijverlenging’ in de Waddenzee.
De Ballastplaat is de laatste tien jaar uitgegroeid tot een belangrijk gebied voor ruiende bergeenden. Eenden kunnen tijdens de rui van hun vleugelveren bijna een maand niet vliegen. Ze zijn dan erg kwetsbaar voor verstoring en zoeken rustige gebieden op, zodat ze veilig kunnen wachten op hun nieuwe veren. Dat er steeds meer bergeenden komen ruien op de Ballastplaat, heeft te maken met de toename van beschikbaar voedsel zoals slijkgarnaaltjes. Bodemdaling kan een negatief effect hebben op de samenstelling van de zeebodem en de dieren die daarin leven, zoals dus die slijkgarnaaltjes. Slijkgarnaaltjes hebben een voorkeur voor fijn sediment. In de westelijke Waddenzee bevindt dit fijne sediment zich voornamelijk rondom de Ballastplaat en ook dit verklaart waarom bergeenden massaal naar de Ballastplaat trekken. De zoutwinning zal het sediment grover maken en dat kan tot veranderingen leiden in het voedselaanbod voor bergeenden.
Door de veranderingen in de sedimentsamenstelling zal de soortensamenstelling veranderen. Om hiervan een idee te krijgen: er lopen per hectare gemiddeld zo’n tien kanoeten in het Waddengebied rond. Met het verlies van dit stukje wad is alleen al een afname van ruim tweeduizend kanoeten te verwachten. Dat is ongeveer vijf procent van de huidige najaarspopulatie. Zowel de kanoet als de bergeend zijn in Nederland beschermde soorten. In het kader van het Natura 2000 besluit is niet voor niets bepaald dat de populaties van deze soorten in stand gehouden dienen te worden.
Steenzout zit op zo’n 2.500 tot 3.000 meter diepte en wordt gewonnen door water onder hoge druk in de grond te injecteren. Het zoutgesteente lost op in water en wordt vervolgens als pekel omhoog gepompt. In de ondergrondse zoutlagen blijven holle ruimtes achter waardoor de (zee)bodem inklinkt.
Frisia heeft een onderzoeksrapport opgesteld met daarin de tijdelijke effecten van zoutwinning op de ecologische waarden in de Waddenzee. Volgens het rapport zullen er inderdaad veranderingen optreden in de zeebodem. Want anders dan bij gaswinning, waarbij een beperkte en gelijkmatige bodemdalingskom ontstaat, treedt bij zoutwinning een lokale maar scherpe bodemdaling op. Toch kan er volgens de onderzoekers met zekerheid worden vastgesteld dat de bodemdaling geen effecten heeft op de bodemsamenstelling.
De veranderingen van de wad bodem zullen volgens het rapport zo klein zijn ten opzichte van de natuurlijke trend dat deze als niet merkbaar en niet meetbaar moeten worden beschouwd. De ecologische effecten van de bodemdaling door zoutwinning zullen volgens de onderzoekers veroorzaakt worden door veranderingen in hoogteligging van de bodem en zouden zich ruimschoots binnen de natuurlijke variatie in de oppervlakte van de droogvallende platen bevinden. De zoutwinning zelf heeft geen effect op de ecologische waarden van de Waddenzee omdat de winning diep onder het oppervlakte plaats vindt.
In de ogen van de opponerende natuurorganisaties gaat de winning van fossiel bodemzout niet samen met de kernwaarden van de Wadden. “Frisia ziet de Waddenzee als een bak zand, terwijl het bulkt van het leven. De berekeningen die onder de aanvraag voor de natuurvergunning liggen, gaan veel te kort door de bocht”, aldus regiodirecteur Wilfred Alblas van Natuurmonumenten. “Frisia vergeet dat juist de wadplaten die door de winning onder water verdwijnen cruciaal zijn voor trekvogels. Met een snavel van een paar centimeter heeft een vogel het nakijken. Het voedsel dat de vogels nodig hebben om de lange trektochten te overleven wordt onbereikbaar.”
De berekeningen die Frisia liet uitvoeren en zijn opgenomen in het onderzoeksrapport, wekken verbazing bij de natuurorganisaties. “Uit het rapport blijkt dat de zandplaten die door de zoutwinning onder water verdwijnen, door zandsuppletie uiteindelijk weer aangroeien”, licht directeur Fred Wouters van de Vogelbescherming toe. “De zoutmultinational gaat er kennelijk van uit dat de trekvogels wel een paar jaar zonder hun wegrestaurant kunnen op weg naar Afrika, maar het is glashelder dat tienduizenden trekvogels hier de dupe van worden.” Daarbij is er volgens Wouters geen garantie dat het rijke bodemleven waar de vogels nu van profiteren, terugkeert in de nieuwe zandplaten.
Directeur van de Waddenvereniging Arjan Berkhuysen, vertelt dat ook de Waddenvereniging goed gekeken heeft naar de consequenties en hierover met Frisia in gesprek is gegaan. “Ons standpunt is heel simpel, we zijn tegen de zoutwinning.” Op maandag 11 november 2013 kreeg Tweede Kamerlid Jan Vos (PvdA) een rapport aangeboden van de Waddenvereniging. “Het rapport is opgesteld door het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en laat zien dat de wadplaten die belangrijk zijn voor trekvogels, zoals kanoeten, een groot risico lopen om te verdwijnen”, vertelt Berkhuysen.
Berkhuysen is voorstander van rust en rijkheid van soorten in het Waddengebied, dat sinds 2009 de werelderfgoed status heeft. Of het nu ruiende bergeenden zijn of kanoeten die zich tegoed doen aan een maaltje van zeevruchten, “de Waddenzee wordt geconfronteerd met activiteiten die allemaal een eigen effect hebben. Niemand weet hoe de effecten van gaswinning, zoutwinning, schelpenwinning, zandsuppleties en diepere vaargeulen op elkaar inwerken. Het wordt tijd dat we daar oog voor krijgen.”