10 september, 2013 | Auteur: Jolanda van Benthem | Beeld: Stella Peters | Trefwoord: india
Geen berg te hoog: Vrouwelijke gidsen in Ladakh
Het is zomer: hoogseizoen in Ladakh, Noord-India. De regio, met zijn droge, rotsachtige berglandschappen, oefent een grote aantrekkingskracht uit op toeristen. Een meerdaagse trektocht is een populaire manier om dit deel van de Himalaya te verkennen, al dan niet vergezeld door een gids. Voorheen was het avontuurlijke beroep van gids alleen voor mannen weggelegd. De Ladakhi Women’s Travel Company brengt hier verandering in.
De werknemers van dit bedrijfje begeleiden hun cliënten, vooral vrouwelijke toeristen, op tochten met een duur van twee tot veertien dagen. Samen steken ze wilde rivieren over, lopen ze langzaam maar gestaag bergopwaarts en met wat meer gemak bergafwaarts. De gidsen weten de weg. Ze komen langs boeddhistische kloosters, waar gouden Boeddhabeelden, de rode gewaden van de kloosterlingen, de wapperende gebedsvlaggen en het geluid van mantra’s, trompetten en een gong een luisterrijke afwisseling zijn op het grauwe landschap. Ze slapen in dorpjes – waar de rechtlijnigheid van de huizen afsteekt tegen de grillige vormen van de bergen op de achtergrond – in guesthouses of bij mensen thuis. En als die er niet zijn, biedt een tent onderdak voor de nacht.
Met 280.000 inwoners is het gebied dunbevolkt. De gidsen nemen toeristen mee op een tocht waar ze nauwelijks andere mensen tegenkomen. Het reisgezelschap is veelal alleen te midden van stilte en kale woestenij waar nauwelijks iets groeit. Soms duikt een groene oase op, waar mensen er door middel van irrigatie in zijn geslaagd bomen of gewassen te planten.
De Ladakhi Women’s Travel Company is als zo’n groene oase. Een zeldzaamheid. Het is het eerste trekkingsbureau in Ladakh dat alleen vrouwelijke werknemers heeft. Thinlas Chorol richtte het bedrijfje in 2009 op in de stad Leh, de grootste stad in Ladakh. Ze oogt sportief en fit. Aan de muur hangt een schema met een tijdsindeling voor deze zomer.
Het bureau telt momenteel zeven gidsen, inclusief Thinlas zelf. Daarnaast heeft ze diverse dragers in dienst. Toeristen huren vaak een drager om een deel van hun bagage mee te nemen op hun tocht. Als een meisje een jaar lang drager is geweest, mag ze het proberen als gids.
Hoewel Thinlas de vrouwen in Ladakh vaak verlegen en nederig vindt, beschouwt ze zichzelf niet zo. Ze wist dat ze de capaciteiten had om de Ladakhi Women’s Travel Company te runnen. Naar eigen zeggen is ze sterker dan menig man en de bergen kent ze op haar duimpje, omdat ze als kind vaak met haar vader meeging, die herder was. Toen ze studeerde, ontdekte ze het beroep van trekkinggids voor het eerst. Als lid van een studentenorganisatie nam ze buitenlandse uitwisselingsstudenten mee de bergen in, waarop ze enthousiaste reacties kreeg. Ondanks haar ambities, was het begin van haar carrière niet makkelijk. “Bij de werving van gidsen is zeker sprake van discriminatie”, aldus Thinlas. Ze kwam als vrouw moeilijk aan een baan.
Nu vult ze met haar eigen bedrijfje een gat in de markt: vrouwelijke toeristen die alleen op pad zijn voelen zich vaak meer op hun gemak bij een vrouwelijke dan bij een mannelijke gids. Dit gegeven alleen is echter niet genoeg om het hoofd boven water te houden in de toerismesector in Ladakh. Daarom wil Thinlas zich ook op andere fronten onderscheiden van haar concurrenten. De Ladakhi Women’s Travel Company doet dat op het gebied van professionaliteit, vertelt ze. Wandelgids is een vrij beroep in Ladakh: iedereen die wil, kan zijn diensten aan een toerist aanbieden. Er bestaat dus geen beroepscode die garant staat voor kwaliteit. De meiden die voor Thinlas werken krijgen Engelse les en cursussen op het gebied van flora, fauna, cultuur en religie. Zelf is ze ook goed geschoold. Ze heeft een bachelordiploma en deed een opleiding bij een gerenommeerd Amerikaans trainingsinstituut op het gebied van outdoor sporten, natuur en milieuethiek.
Boodschapper
De naam Thinlas betekent ‘boodschapper’. Niet haar vader of moeder gaf haar die naam, maar een rinpoche, zoals dat in Ladakh gebruikelijk is. Een rinpoche is een boeddhistische monnik of leraar die veel aanzien geniet, mede doordat hij voortkomt uit een lijn van reïncarnaties. Thinlas doet haar naam eer aan en wil haar eigen ervaringen meegeven aan de jonge gidsen die ze in dienst heeft.
De klantenkring van de Ladakhi Women’s Travel Company bestaat met name uit vrouwelijke toeristen en soms uit stelletjes. Jigmat vertelt dat vrouwen een gids van hetzelfde geslacht op prijs stellen, omdat mannelijke reisleiders ze vaak ‘teasen’. Ze proberen de toeristen te versieren of vallen ze lastig. En de gidsen en dragers, hebben zij nooit last van vervelende mannen als ze onderweg zijn voor hun werk? Jigmat, een 23-jarige gids zegt van niet en ook haar collega, de 23-jarige Rigzin, die drager is, heeft nergens last van.
Thinlas vertelt dat het werk als gids voor veel meiden een kans is: ouders hebben weinig geld en sommige meiden hebben moeite met studeren. Jigmat en Rigzin vinden het gids en drager zijn allebei leuker dan in de schoolbanken zitten. Beiden maakten ze hun school niet af. Jigmat haalde haar examen economie niet en vond wiskunde en Hindi zo moeilijk dat ze na de tiende klas stopte met school. Wat ze vooral leuk vinden aan hun huidige beroep, is het ontmoeten van verschillende mensen uit verschillende landen.
Het nadeel van het werken als gids is dat het seizoenswerk is. De meeste mensen in Ladakh willen een baan bij de overheid, want dat betekent een regelmatig inkomen en een pensioen. Daardoor nemen sommige werknemers van Thinlas het werk als gids niet serieus. Haar droom is om vijf tot zes gidsen het hele jaar door te kunnen betalen. In de winter is er tenslotte ook genoeg te beleven in Ladakh, bijvoorbeeld een trekking over een bevroren rivier naar de regio Zanskar.
Dat vrouwen in Ladakh buitenshuis werken is een recente ontwikkeling. Veel vrouwen werken in het onderwijs of in de zorg. De moeder van Jigmat heeft altijd binnenshuis gewerkt. Toch vindt haar familie het geen probleem dat ze breekt met deze gewoonte. Haar broer is zelfs erg te spreken over haar baan. Het geld dat ze als gids verdient houdt Jigmat grotendeels zelf, maar soms geeft ze een deel aan haar familie.
Thinlas stelt dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen vooral schuilt in het feit dat het vaak de mannen zijn die de belangrijke beslissingen maken. Ze wil dan ook aan haar werkneemsters meegeven dat ze zelf beslissingen kunnen nemen. Dat is ook belangrijk bij het begeleiden van een trekking, vertelt ze. Ladakhi’s zijn over het algemeen verlegen, gaat ze verder. “Eerst durven sommige meiden nauwelijks ja of nee te zeggen. En dat terwijl ze gids willen worden.” Ze ziet de gidsen veranderen als ze enige werkervaring hebben opgedaan: ze krijgen meer zelfvertrouwen en zijn minder bang om te spreken.