26 juni, 2013 | Beeld: Junior Oliveira | Trefwoord: brazilie
Vooral de Braziliaanse jeugd eist een beter beleid
Onder leiding van Tiago Santana zijn er vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Mensenrechten in Rio de Janeiro veel initiatieven gestart om de situatie voor studenten en andere jongeren te verbeteren. Waarom gaat de jeugd dan toch massaal de straat op? Een verslag over de situatie van jongeren in Rio de Janeiro en de initiatieven van de overheid om de jeugd te helpen.
Brazilië is al dagenlang het toneel van protesten tegen de regering. Het begon allemaal met een demonstratie van studenten in São Paulo, tegen de verhoging van de prijzen van het openbaar vervoer. In navolging van de studenten uit São Paulo zijn ook studenten uit andere steden massaal de straat opgegaan. Zo ook in Rio de Janeiro, waar duizenden jongeren meeliepen met de ‘mars van één miljoen’. De jeugd heeft de straat genomen en geeft een duidelijk signaal af. “We willen een beter Brazilië.”
Drijvende kracht achter de protesten in Rio de Janeiro is een groep studenten van de Faculty of Philosophy van de Universidade do Brasil. Ter voorbereiding op één van de demonstraties komen ze bijeen in het statige universiteitsgebouw in het centrum van Rio de Janeiro. Bij binnenkomst wordt nadrukkelijk verteld dat het nemen van foto’s verboden is. De zaal is geheel gevuld met studenten. Voorin zitten de leiders die één voor één hun gedachten over de aanpak en het doel van de protesten delen.
Meerdere malen wordt verteld dat ze geen gewelddadige demonstratie voor ogen hebben. “De protesten moeten vreedzaam verlopen. We keuren elke vorm van geweld af.” Vlak voor het einde van de vergadering probeert een toeschouwer toch een foto te maken. De menigte begint meteen de fluiten en de fotograaf wordt vriendelijk, doch dwingend verzocht de foto te verwijderen van zijn camera en zelf de zaal te verlaten.
Twee kilometer verderop staat het Centro de Referência da Juventude, het Beleidscentrum voor Jeugd dat hoort bij het ministerie van Sociale Zaken en Mensenrechten. De nieuwe hoofdinspecteur, Tiago Santana, heeft als speerpunt om de mogelijkheden van jongeren in Rio de Janeiro te verbeteren. Sinds zijn aanstelling wordt er op de website van het beleidscentrum gesproken over een nieuw tijdperk voor de jeugd. Ook wordt er gemeld dat de Braziliaanse staat er alles aan doet om de situatie van jongeren te verbeteren, waaronder de onderwijsvoorzieningen. “Het overheidsbeleid is een zeer sociaal beleid. Sinds 2003 zien we de jeugd als een serieuze sociale categorie. De afgelopen jaren hebben we een grote bijdrage geleverd aan het verbeteren van de rechten en de kansen van jongeren.” Afgaande op deze informatie zouden de jongeren in Brazilië de laatsten moeten zijn die de straat op gaan om te protesteren.
De werkelijkheid is anders. De beleidsdocumenten mogen dan een rooskleurig beeld schetsen van de situatie van de jongeren in Brazilië, maar tijdens de protesten blijkt dat zij woest zijn vanwege de slechte kwaliteit van het onderwijs en de beperkte kansen voor afgestudeerden. Vooraan de ‘mars van één miljoen’ tonen twee jongens met een groot spandoek hun afkeer tegen het onderwijssysteem in Brazilië. “Wij willen goed onderwijs, geen WK voetbal.” Daarmee maken de betogers ook meteen duidelijk dat politici de verkeerde prioriteiten stellen. Paula Felix, een 21 jarige studente, legt uit dat het onderwijs in Brazilië er in theorie goed uit ziet, maar in de praktijk veel te wensen over laat. “Ouders moeten zelf voor potloden, pennen, schriftjes en dat soort dingen zorgen.” Haar vriendin Luanna Keller die zelf op een privéschool gezeten, stelt dat je verloren bent als je geen privéschool kunt betalen. “Als je niet naar een privéschool gaat, krijg je gegarandeerd slecht onderwijs en ben je verloren.”
Tiago Santana had graag deel willen nemen aan de straatprotesten. “Ik ben een activist en kom op voor de belangen van het volk. Maar omdat ik voor de overheid werk, kan ik het niet maken om te protesteren.” Daarnaast ziet hij veel positieve ontwikkelingen binnen zijn eigen departement. “We zijn op de goede weg en hebben al veel mooie resultaten geboekt. De situatie van jongeren was erg slecht, maar die is inmiddels enorm verbeterd.” Tiago hekelt het feit dat die ontwikkelingen het nieuws niet halen. “Mijn werk maakt een groot verschil. Maar de mensen zijn en blijven argwanend ten aanzien van onze programma’s. Het zal jaren duren voordat het beeld van corruptie en slechte dienstverlening verdwijnt.”
Tiago weet uit eigen ervaring wat het is om in armoede op te groeien zonder toegang tot goede voorzieningen. Hij gunt jongeren een betere situatie dan hijzelf had als kind. “Ik zal mijn hele leven blijven vechten voor jongeren.” Om zijn woorden kracht bij te zetten, wijst Tiago naar een aantal foto’s op het prikbord achter zijn bureau. Op één foto staat hij te midden van een groep kinderen met keurig uniform voor een prachtig schoolgebouw. Andere foto’s tonen gerenoveerde sportvelden. “Wij zijn er vooral voor jongeren in moeilijke leefomstandigheden. In de stad Rio de Janeiro hebben we inmiddels tien jeugdcentrums geopend, waarvan de meesten in de favela’s staan. Daarnaast willen we binnenkort een programma starten dat voor aanvang van de Olympische Spelen in 2016 tenminste 40.000 jongeren moet helpen. Dankzij deze programma’s worden jongeren zich bewust van hun rechten en krijgen ze de kans om te ontsnappen aan het armoedeprobleem.”
Toch is de situatie van de jongeren in Brazilië nog verre van goed. De jongeren die massaal de straat op gaan zijn oprecht kwaad over de slechte investeringen en beperkte aandacht voor educatie en werkgelegenheid voor jongeren. Paula Felix is bijvoorbeeld zeer verontwaardigd over de beperkte maatregelen van de overheid: “Neem de kinderen op de basisschool, ruim de helft maakt de basisschool niet eens af. Waarom wordt daar niks aan gedaan?” Een vergelijking met andere landen leert dat Brazilië inderdaad weinig in onderwijs en werkgelegenheid voor jongeren investeert. De Braziliaanse staat investeert slechts 5 procent van het nationaal inkomen in onderwijs, terwijl andere landen gemiddeld 6 procent in onderwijs investeren.
De cijfers over werkloosheid onder jongeren liegen er niet om. Ondanks positieve ontwikkelingen is de werkloosheidgraad met 20 procent stukker lager dan het wereldwijde gemiddelde (bron: UNDP). Max Teixeira, een 25 jarige accountant, heeft inmiddels een baan gevonden, maar is niet te spreken over het onderwijs in Brazilië. “De overheid belooft veel, maar het onderwijssysteem heeft nog steeds te maken met vele tekortkomingen en regionale ongelijkheid.”
Tiago erkent dat er inderdaad nog veel moet gebeuren. “Het is nooit genoeg. Ik probeer anderen binnen de politiek daarvan te overtuigen. Maar dat is niet makkelijk, politici hebben nog niet de juiste instelling.” Toch heeft hij goede hoop op een betere toekomst. “De protesten van de studenten slaan in als een bom. De positie van jongeren zal nu zeker op de agenda komen van politici. Zoals in elke jonge democratie moeten ook de leiders van ons land nog veel leren.”