13 juni, 2013 | Auteur: Mario Miskovic | Beeld: Marleen Hoftijzer | Trefwoord: indonesie

Geen geld, wel westerse studenten voor Project Child

“Normaal gesproken hebben we een whiteboard, boeken en schriften”, vertelt Surayah Ryha teleurgesteld. “Dat mochten we hier in een huis bewaren, maar de bewoonster ligt in het ziekenhuis en nu is de deur op slot.” Voor de 27-jarige oprichtster van Project Child Indonesia – door iedereen liefkozend Aya genoemd – en haar westerse gezelschap betekent dit improviseren op een zonnige maandagmiddag in achterstandswijk Kricak.

De meeste kinderen uit deze achterstandswijk in Yogyakarta hebben geen geld hebben voor scholing. Toch krijgen ze door het vrijwilligerswerk van Project Child de kans zich te ontwikkelen op bepaalde gebieden. De Engelse taal, het milieu en hun gezondheid zijn de belangrijkste aandachtspunten voor de organisatie.

Project Child is een kleinschalig project en werkt amper met Indonesische vrijwilligers. Aya is die maandagmiddag dan ook de enige Indonesische in het gezelschap. De zeven andere vrijwilligers zijn blank en westers. Het zijn studenten van de universiteit van Yogyakarta waar Australië, Frankrijk, Portugal en Nederland goed zijn vertegenwoordigd. Het is tekenend voor het internationale karakter dat de organisatie heeft, maar Aya had liever meer lokale studenten bij de organisatie gezien. “Die zien helaas niet in waarom ze zouden moeten helpen omdat ze niet zien dat er een probleem is”, vertelt Aya teleurgesteld. “Voor hen is armoede onder mensen een ‘way of life’ geworden. Ze weten niet beter dan dat er ook kinderen zijn die bedelen voor geld of op straat werken.”

Ondanks dat het voor veel lokale studenten niet meer dan normaal is dat kinderen werken en bedelen, zijn er recent wel Indonesische studenten betrokken geweest bij Project Child. Niet zonder reden. “Ik beloofde hen een certificaat waarin stond dat ze voor een bepaalde periode bij ons vrijwilligerswerk hebben gedaan”, zegt Aya nadat ze een diepe zucht slaakt. Dit deed ze in de hoop hun ogen te openen, maar veel succes had ze er niet mee. “Dat certificaat stond goed op hun cv, maar toen ze dat eenmaal kregen stopten ze ook vrijwel meteen bij ons. Ik denk dat we het wat tijd moeten geven.”

Aya zegt vanzelfsprekend wel blij te zijn met de vorm van internationale hulp die ze ontvangt. Geen internationaal geld, maar wel internationale studenten. De westerse studenten volgen veelal een semester in Yogyakarta en proberen tijdens dat semester de kinderen ook een westerse mindset bij te brengen. Met hulp van Indonesische studenten zou Project Child echter meer vastigheid kunnen bieden. Vastigheid die er volgens Aya nu niet is. “De studenten die ons nu helpen blijven vaak maar een semester en dan gaan ze weer naar huis”, verklaart ze. “Met ieder nieuw semester komt er weer een nieuwe groep studenten die wij proberen te overtuigen van het belang van Project Child.”

Nul roepiah

De les is ondertussen begonnen, het milieu staat centraal. Vooraan begint de Australische Shelley te zingen over wat er allemaal in een tuin te vinden is. “In the garden”, klinkt het melodieus. De kinderen volgen in koor. Het gaat van ‘flowers and trees’ tot ‘dragonflies and bees’. Terwijl ze de leiding neemt straalt Shelley van oor tot oor. Het liedje heeft ze zelf bedacht. Aya licht toe: “Wij werken met een budget van nul roepiah. De studenten geven vaak in tweetallen om de beurt een les en ze zijn zelf verantwoordelijk voor de voorbereiding. Als ze dus iets nodig hebben voor hun les, dan moeten ze dat zelf bedenken of kopen.”

Wie ook veel plezier beleeft aan het werken met de kinderen uit Kricak is de Portugese student Gonçalo. Hij zegt zich verplicht te voelen om te helpen. “Wij hebben het allemaal veel beter in het Westen”, zegt hij. “Hier hulp bieden is dan het minste dat we kunnen doen.” De student meent dat de kinderen in hun ouders een slecht voorbeeld hebben en dat het daarom goed is dat internationale studenten hen een andere manier van denken bijbrengen. “In het geval van vandaag over milieubewustzijn, zodat ze later hun afval in bakken gooien en niet op straat of in de rivier. Wij doen in ieder geval ons best en in het meest slechte scenario hebben we ze niets geleerd, maar zijn ze wel twee uur van de straat. Dat is ook winst.”

Gonçalo staat intussen met twee kleine boompjes op een stuk grond. Vlak achter hem stroomt de rivier. De wal ligt vol met plastic afval, maar dat weerhoudt de kinderen er niet van om bij de rivier te spelen. Om kinderen spelenderwijs iets bij te brengen over het milieu, is besloten om hen planten te laten verzorgen. Aya doet ondertussen een stap naar achteren. Ze krabt de huid bijna van haar lijf. “Ik ben volgens mij allergisch voor deze planten”, zegt ze lachend terwijl Gonçalo een gat begint te graven. Al krabbend maakt ze de kinderen eerst duidelijk wat de bedoeling is. De jongens worden verantwoordelijk voor één plant en de meisjes voor de andere.

Om te voorkomen dat de kinderen na deze dag niet meer omkijken naar de planten, bedenken de vrijwilligers een competitie waarbij de grootste plant wint. De Nederlandse student Joel stelt voor om de planten een naam te geven. De plant van de jongens gaat sindsdien door het leven als ‘Ucan’. De meisjes noemen hun plant ‘Uci’. Het enthousiasme onder de kinderen wordt meteen zichtbaar. De jongens komen met emmers vol water aanlopen, maar na een paar tips van de internationale studenten doen de jongens toch wat rustiger aan. Ze beseffen zich dat hun plant langer moet leven dan alleen die maandagmiddag.

De pas aangeplante boompjes hebben echter nog lang geen rust. Twee kippen en een haan hebben ze inmiddels opgemerkt. En terwijl Aya de kinderen toespreekt over hoe ze voor hun planten moeten zorgen, ziet één van de kinderen de kippen van een plant snoepen. De jongen weet met een korte sprint de kippen weg te jagen. Zijn vrienden helpen hem.

Terwijl de kinderen achter de kippen aan rennen vertelt Esther Sriadon – de grootmoeder van twee meisjes in de groep – hoe belangrijk het voor haar is dat de kinderen zich op dit vlak ontwikkelen: “Het gaat verder dan alleen deze boompjes planten”, stelt ze. De woorden van de grootmoeder toveren meteen een glimlach op het gezicht van Aya. Zij ziet vorderingen in haar doel: de mindset van Indonesiërs veranderen. Ook al gaat het in kleine stapjes met veelal westerse hulp. “Het gaat er om dat de kinderen een verantwoordelijkheidsgevoel krijgen”, besluit de grootmoeder. “Hopelijk kunnen mijn meiden meer voor het milieu betekenen dan wij de afgelopen jaren hebben gedaan.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.