10 april, 2013 | Trefwoord: georgie

Kunstmatige dorpen door een kunstmatige oorlog

Georgiërs in Zuid-Ossetië moesten vier en een half jaar geleden van de een op de andere dag hun huizen verlaten omdat er oorlog uitbrak. Nu wonen ze in kunstmatige nederzettingen, verspreid door heel Georgië. De overheid noemt de nederzettingen nog steeds een tijdelijke oplossing. Maar het besef groeit dat de ontheemden in deze nederzettingen oud zullen worden.

De kleur van de rijen huisjes hangt ergens tussen geel en wit. Eén huis vormt een uitzondering. Op de buitenste muur van deze woning zijn twee grote blauwe ogen geschilderd. Daaronder staat een woord geschreven: ‘kijk’. De ogen staren recht naar voren. Naar de hoge bergen die aan de horizon schitteren. De bergen van Zuid-Ossetië. Het uitzicht pijnigt de ontheemden. Elke keer als de bewoners van een nederzetting naar het landschap kijken worden ze herinnert aan het land waar ze niet naar toe kunnen, maar zo graag zouden zijn.

Khurvaleti is één van de vele nederzettingen in Georgië. In dit gekunstelde dorpje wonen 137 gezinnen. Door de oorlog in 2008 kunnen de bewoners niet terug naar hun geboortegrond en geld om een nieuw huis te kopen heeft niemand. Daarom bouwde de overheid met hulp van allerlei internationale organisaties nederzettingen die er uitzien als goedkope bungalowparken. Alleen deze parken liggen vaak in het tegenovergestelde van een vakantieachtige omgeving: in verder onbewoond gebied. Khurvaleti grenst aan Zuid-Ossetië en wordt daarom omringd door militaire wachtposten. Aan de kant van Georgië staat een Georgische soldaat verveeld een sigaret te roken. Zijn hand rust op een groot geweer. Aan de andere kant, de kant van Zuid-Ossetië, bevindt zich een Russische wachtpost die ervoor zorgt dat er niemand het bezette gebied binnengaat.

Georgiërs en Zuid-Ossetten leefden vredig samen tot dat op 7 augustus 2008 Georgische troepen Zuid-Ossetië binnentrokken. De Russen, die naar eigen zeggen de Osseten verdedigen, sloegen hard terug en trokken het binnenland van Georgië binnen, tot voorbij de stad Gori. De oorlog duurde vijf dagen, daarna kwam er een wapenstilstand. Door deze oorlog en de oorlog met Abchazie in de jaren negentig is ongeveer 6.6 procent van de Georgische bevolking noodgedwongen verplaats naar een ander gebied. Dat zijn bijna 300.000 ontheemden.

Het is tien graden onder nul. Een groep kinderen trekt zich niets aan van de kou en speelt vrolijk in de sneeuw. Hun moeders komen enkel naar buiten om de paar loslopende kippen te voeren. De mannen daarentegen klitten bij elkaar in het midden van het dorp, voor het gebouw dat ooit een bloeiend buurthuis moest voorstellen toen ontwikkelingsorganisatie World Vision hier nog actief was. Nu zijn hun educatieprogramma’s gestopt en ligt er een laag stof op de computers. Zodoende spelen de mannen de hele dag door kaartspelletjes terwijl ze praten over hun situatie: ze zijn bijna allemaal werkloos.

De grond in Zuid-Ossetië is vruchtbaar en van oudsher is de Zuid-Ossetische bevolking agrariër. Het land is deel van hun identiteit. Dankzij de grond kunnen ze hun kinderen voeden en in een mooi huis wonen. In de nederzetting zijn kleine stukjes land beschikbaar gesteld voor de bewoners. Alleen de grond is minder vruchtbaar en zonder goed irrigatiesysteem zijn de boeren nergens. Deze systemen ontbreken vaak, net zoals goede gasvoorzieningen of de hele dag door stromend water. 

Terug naar Zuid-Ossetië

Het verlangen naar hun oude landbouwgronden zorgt ervoor dat er af en toe iemand stiekem Zuid-Ossetië binnengaat om het oude land te bewerken. Er is één legale mogelijkheid voor Georgiërs om hun moederland te bezoeken, maar aan deze optie kleven risico’s. Om Zuid-Ossetië binnen te komen hoeven ontheemden enkel een document te laten zien ter bewijs dat ze daadwerkelijk uit Zuid-Ossetië komen.

De moeilijkheid zit hem in het terugkeren naar Georgië. Daarvoor is een document nodig van de overheid in Zuid-Ossetië. Dit overheidsloket schijnt niet erg behulpzaam te zijn en het kan dagen duren voordat de Georgiërs weer terug kunnen. Daarnaast is er maar één checkpoint waarbij dit mogelijk is en dit checkpoint is niet makkelijk te bereiken.

De Europese Monitoring Mission (EUMM) houdt dit grensgebied nauwlettend in de gaten. Claire Smith is waarneemster bij de missie. “Mensen willen vaak maar heel even Zuid-Ossetië bezoeken’’, vertelt Smith. “Voor Georgiërs zijn bijvoorbeeld begraafplaatsen heel belangrijk. Hun overleden familieleden liggen daar en die willen ze graag bezoeken. Daarnaast hebben ze er nog huizen en land dat ze willen zien. Maar in Zuid-Ossetië blijven heeft geen zin, want al hun familieleden zijn verjaagd naar Georgië.’’ 

Volgens Smith worden veel mensen al bij voorbaat bang gemaakt door de Russische wachtposten bij de administratieve grens: “Mensen durven het risico niet te nemen om vast te zitten in Zuid-Ossetië omdat ze een gezin hebben om voor te zorgen. Wat als een familielid ziek is of ziek wordt? Ze kunnen het niet riskeren om weken weg te zijn. Daarnaast hebben bijna alle gezinnen er niet genoeg geld voor om zo’n lange reis te maken’’.

De werkloze mannen leven van het geld dat ze van de overheid krijgen. Hiervan kunnen ze maar net rondkomen, vaak door zelf een deel van hun eigen voedsel te verbouwen. In veel nederzettingen is elektriciteit te duur of gas niet voldoende beschikbaar. Daarom beginnen de bewoners in augustus al met het sprokkelen van brandhout voor in de winter. Daarnaast is er veel ruimtegebrek. Als kinderen oud genoeg zijn om te trouwen ontstaat er een probleem. Er zijn geen nieuwe huisjes beschikbaar en geld om zelf een huis te kopen is er niet. Zodoende wonen pasgetrouwde stelletjes bij hun toch al krap wonende familie in. 

Scholing geeft hoop

In Khurvaleti woont Fatima, moeder van vier kinderen. Haar huisje bestaat uit een woonkamer, twee slaapkamers en een keuken. Een badkamer hebben ze niet. Buiten staat een kleine wastafel en de wc is nog verder lopen, die bevindt zich in het houten gebouwtje tien meter verderop. In de woonkamer staat een tafel met stoelen, een tv, een bed en een houtkachel die om recht te blijven staan ondersteund wordt door een houtblok. Op de kachel staat een grote pot te pruttellen en het ruikt er naar aardappelen. Fatima schenkt koffie in en wijst glunderend op de ouderwetse laptop op tafel.

Twee van haar kinderen behoren tot de veertien slimste kinderen uit het dorp die naar zomerschool mogen. Dit geeft Fatima hoop. Haar kinderen hebben nu een kans op een betere toekomst, want terug gaan naar Zuid-Ossetië is volgens Fatima een illusie. De school hier is niet erg goed. Dus dat mijn kinderen in de zomer les krijgen van goede leraren betekent heel veel.’’ De universitaire opleiding van slimme Georgische studenten wordt soms betaald door de overheid, de kans op zo’n beurs wordt dus vergoot door goed basisonderwijs. “Studeren is de enige mogelijkheid voor mijn kinderen om een leven te krijgen buiten de nederzetting’’, legt Fatima uit.

Dan komt haar schoonmoeder binnen, ook zij is trots op de kinderen. “Helaas kan ik niet al mijn kleinkinderen meer zien’’, vertelt de oude vrouw. De tranen schieten in haar ogen en met een verbeten gezicht probeert ze die weg te vegen. Haar familie had een perfecte relatie met de Zuid-Ossetische bevolking. Zo goed dat een paar van haar kinderen getrouwd zijn met Zuid-Osseten. ‘‘Zij bleven tijdens en na de oorlog bij hun Zuid-Ossetische partner wonen. Door deze kunstmatige oorlog heb ik sommige van mijn kinderen dus al vier jaar niet gezien.’’                                                                                                              

De zomer van 2008 is voor iedereen een gevoelig onderwerp. Het is de zomer dat mensen veel verloren: hun land, hun huis, hun contact met vrienden en buren en soms moest er definitief afscheid genomen worden van een dierbare. Maar nu, vier en een half jaar later proberen ze hard hun leven weer op te pakken. Maar dat is lastig als er weinig mogelijkheden zijn op werk en onderwijs. Na de oorlog kwam er snel veel hulp op gang, maar die steun was vaak van korte duur. Zodoende heeft iedereen een dak boven zijn hoofd, maar zijn de kansen op werk niet gestegen en is er voor jongeren vaak geen betere toekomst in het zicht. Er zijn uitzonderingen. De nederzetting in Koda lijkt niet op die in Khurvaleti, want hier bevindt zich nog wel een NGO die de ontheemden helpt.

Koda is verdeeld in twee delen. Aan de ene kant staan huizen en aan de andere kant staan grote kleurige sovjet flats. In één van die flats, waar vroeger Sovjetsoldaten verbleven, woont nu de 18-jarige Yamal met zijn broertje en ouders. Yamal slaapt samen met zijn broertje in de woonkamer, zijn ouders hebben hun eigen slaapkamer. Hij studeert sinds dit schooljaar rechten en is daar heel trots op. Hij heeft keihard gestudeerd en mede dankzij het educatiecentrum, die hem onder meer Engels leerde, kan hij nu naar de universiteit in Tbilisi. Khatia Tsiramua richtte het educatiecentrum in 2010 op.

Het Koda Education Communication centrum probeert mensen een nieuwe vaardigheid te leren om geld mee te verdienen. “We leren vrouwen bijvoorbeeld handwerk te doen waardoor ze hun eigen kussens, hoedjes of poppetjes kunnen maken om te verkopen’’, vertelt Khatia. Daarnaast biedt het centrum ook traumahulp voor kinderen en volwassenen. “We helpen kinderen met kunstzinnige therapie. In het begin maakten de kinderen vooral hele donkere en naargeestige tekeningen. Nu zien hun kunstwerkjes er weer meer uit zoals kindertekeningen er uit horen te zien’’, vertelt Khatia. Ze vindt het verdrietig dat er in zo veel nederzettingen niks wordt gedaan. “Veel mensen kunnen hun beroep niet meer uitoefenen. Dus ze moeten iets nieuw leren en dat kan omdat wij ze gratis onderwijs geven.’’

De vluchtelingen uit Zuid-Ossetië werden niet met open armen ontvangen vertelt Yamal. Binnen een zeer korte tijd woonden er ineens 2000 ontheemden in de lege sovjetflats en dat wekte veel wantrouwen bij de lokale bevolking. “In het begin was er veel ruzie tussen de lokale bevolking en de nieuwkomers’’, vertelt Yamal. “Nu is er gelukkig geen strijd meer in het dorp. Maar toch is het gek. We hadden hier meer ruzie met mensen dan in Zuid-Ossetië, want daar hadden we nooit ruzie.’’ Yamal is een van de velen die niets begrijpt van de reden van de oorlog. “Het is een kunstmatige oorlog’’, zegt Yamal waarna hij toegeeft dat het zijn droom is ooit terug te gaan naar Zuid-Ossetië. “Maar het is een droom en dromen zijn niet realistisch. De realiteit is dat we niet terug kunnen.’’

Vlucht uit Zuid-Ossetië

In Khurvaleti zijn de meeste mensen het met Yamal eens. Zo ook Levan, die zich de zomer van 2008 nog als de dag van gisteren herinnert. Hij is de jongste van de groep mannen die rondhangen in het midden van de nederzetting en hij ziet er ook het modernst uit in zijn leren jack. Levan was een bewaker van Sanakoev, de man die door Georgische president Shakasvilli was aangesteld om Zuid-Ossetië te leiden. Tijdens de oorlog ontstond er complete chaos onder de soldaten van Sanakoev. Ze wisten niet bij wie ze hoorden en iedereen keerde zich tegen hen. Levan zat midden in die puinhoop totdat zijn vader werd neergeschoten. “Er zat een kogel in mijn vaders schouder,’’ vertelt Levan. “Ik liet mijn wapens vallen en had toen slechts één doel en dat was mijn vader in veiligheid brengen.’’ Levan stopt zijn koude handen in de zakken van zijn leren jack en zucht. “Ik was met een dozijn anderen. We hadden niets. Geen eten, geen drinken en geen vervoer.’’ 

De groep maakte een zware reis om na twee dagen in Gori aan te komen. “Het voelde als verlossing. Eindelijk op veilig terrein dachten we, maar in Gori werd ook met bommen gegooid’’, zegt Levan alsof het niets is. Zijn vader kon gered worden en Levan woont nu met zijn zwangere vrouw in een nederzetting. “Ik heb geen hoop meer dat we ooit nog terug kunnen. Maar ik ben zo moe. Ik wil gewoon rust en vrede, voor mijn vrouw en mijn ongeboren kind.’’

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.