7 maart, 2013 | Auteur: Lucia Rodenburg | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: nederland
“De wereld wacht niet op Europa”
Europa zou krachten moeten bundelen in wereldwijde kwesties als milieuproblematiek en veiligheid. Sophie in ’t Veld, Europarlementariër voor D66, wijst op de noodzaak om samen te werken en de aandacht te richten op wereldwijde uitdagingen. Maar Europa gaat te langzaam, want het is te veel met zich zelf bezig. “De wereld gaat niet zitten wachten tot Europa er klaar voor is.”
Donderdag 14 februari 2013 opperde minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans in een nieuwsuitzending van BNR Nieuwsradio dat Rutte een toespraak over Europa zou moeten houden. Timmermans hoopte dat Rutte de Nederlandse kijk op Europa in het Europees Parlement zou presenteren. De vrijdag erop gaf de minister-president gehoor aan de oproep en maakte hij duidelijk dat hij het bijzonder zou vinden als hij een toespraak zou mogen houden. Dit zal in aanloop naar het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in 2016 gebeuren. Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks, zou een toespraak door Rutte toejuichen. “Onlangs hebben de Franse president Hollande en de Britse premier Cameron een speech gehouden en het lijkt mij een goede zaak als verschillende landen op die manier hun visie op Europa kenbaar maken.”
Transparant
Ook D66 vindt een toespraak in het Europees Parlement een goed idee. Europees fractievoorzitter Sophie in ’t Veld: “D66 hecht veel belang aan openbaarheid van bestuur. Het Europees Parlement is een mooie arena voor regeringsleiders om hun ideeën over Europa kenbaar te maken. Het is een publieke arena, de minister doet zijn verhaal in de openbaarheid, voor de volksvertegenwoordiging. Dat is een goede zaak.” In ’t Veld verbaast zich erover dat zij van dit kabinet tot nog toe geen duidelijke visie op Europa heeft mogen ontwaren. “De VVD klaagt vooral over Europa, het is te duur en er werken te veel ambtenaren. En toch wil de VVD alles bij het oude laten. Rutte wil zich niet aan vergezichten wagen, hij wil een pas op de plaats maken met Europa. Maar Europa schreeuwt om verandering.”
In ’t Veld wil duidelijk maken dat de structuren en methodes uit de jaren vijftig niet meer werken. “We zijn nu zestig jaar bezig met Europese integratie. In het begin was het vooral een diplomatiek project. Achter gesloten deuren werd onderhandeld en onder het mom van ‘wij weten wel wat goed voor u is’ werden er discreet allerlei afspraken gemaakt, zonder dat de burger daar weet van had. Maar tijden zijn veranderd.” D66 wil in plaats van een diplomatiek project een politiek project, waarin het bestuur transparant is en waarin de burger dit bestuur kan controleren en het Europees Parlement het bestuur zo nodig naar huis kan sturen. In ’t Veld: “Nu lijkt Europa schimmig voor veel burgers, maar dat is het niet. Alleen de methodes zijn schimmig. Die methodes moeten we veranderen. De burger moet zelf het stuur in handen krijgen.”
Snelle veranderingen
In ’t Veld wijst erop dat de wereld razendsnel verandert. De positie van Europa in de wereld is geheel anders dan vijftig jaar terug. “Twee jaar geleden al vroeg Europa nota bene China om financiële steun. Dat laat zien hoe radicaal de verhoudingen in de wereld veranderd zijn.” Europa is volgens In ’t Veld te veel met zichzelf bezig. “We zijn alleen maar bezig met hoe wij Europa moeten besturen, terwijl we te maken hebben met mondiale kwesties als klimaat en veiligheid. Die problemen kunnen lidstaten niet in hun eentje aan. We moeten samenwerken en daar is haast bij. De wereld wacht niet.”
De kritiek van minster Timmermans op Europees president Herman van Rompuy klopt volgens In ’t Veld dan ook niet. Timmermans zei zondag 17 februari 2013 in het tv-programma Buitenhof dat van Rompuy te weinig gevoel heeft voor wat onder de bevolking leeft en dat hij te veel ‘gas wil geven’ in de discussie over de toekomst van Europa. In ’t Veld: “Het klopt dat de burger zich steeds meer vervreemdt van Europa. Maar dat komt omdat Europa er met de huidige methoden niet in slaagt problemen adequaat aan te pakken. In vergelijking met de rest van de wereld gaat Europa juist te langzaam. En diep van binnen weet Timmermans dat ook.”
Ook Eickhout vindt de kritiek van minister Timmermans op Van Rompuy een valse voorstelling van zaken. “Laat ik voorop stellen dat ik de bezorgdheid van de heer Timmermans deel”, zegt Eickhout. “Ik maak mij ook absoluut zorgen over de dreigende vervreemding van de burger. Maar dit is zeker niet de schuld van Van Rompuy. Het is gemakkelijk om hem als ‘rare, anonieme man’ als zondebok aan te wijzen. Echter, hij werkt in opdracht van de regeringen, dus ook van de Nederlandse. De regeringsleiders in Europa hebben hem nota bene gevráágd om met een duidelijk plan te komen. Er moeten nu eenmaal stappen gezet worden in de aanpak van de crisis.”
Consequenties
Volgens Eickhout komt de discussie hier op het punt waar het echt om draait. “De crisis waar Europa zich in bevindt is veel fundamenteler dan we denken. We hebben jaren geleden gezamenlijk gekozen voor de euro. Die keuze impliceert samenwerking. Als we niet samenwerken, groeien we uit elkaar.” Eickhout vindt dat als je de consequenties van de euro niet onder ogen wilt zien, je je af moet vragen of je de euro wel wilt. Dan zou er bijvoorbeeld gekeken moeten worden naar een kleinere muntunie met alleen de noordelijke landen. “Maar als we kiezen voor de euro, kiezen we ook voor de consequenties. Dat betekent een gezamenlijk economisch beleid. Dat verhaal moet je eerlijk vertellen.”
De Europarlementariër is van mening dat de enige uitweg uit de crisis méér Europa is. “We hebben nu eenmaal één muntunie. Kapitaal kan nu vrijelijk bewegen door de eurozone. Echter, als binnen die zone de samenwerking verloren gaat, gaat het geld altijd naar de zekerste regionen, naar het Noorden dus. Nu doen we alsof de schuld alleen bij de zuidelijke landen ligt, maar ook Noord-Europa is schuldig. De export naar de zuidelijke landen was gigantisch, we hebben veel verdiend aan het zuiden. Nu het minder gaat, moeten we daar ook de consequenties van ondervinden. We kunnen nu niet plotseling zeggen ‘jullie moeten maar wat harder werken’. Zo werkt het niet. Omdat we samen de euro hebben, zullen we gezamenlijk economisch beleid moeten voeren.”
Eickhout keurt de uitspraken van Sybrand van Haersma Buma, die onlangs zei bevoegdheden terug te willen halen uit Brussel, af. “Het CDA wil blijkbaar meeliften op het sceptische gevoel over Europa dat in Nederland heerst. Maar het CDA laat hier twee gezichten zien. Enerzijds kiest het als pro-Europese partij vóór fundamentele samenwerking, anderzijds wil het door middel van bijvoorbeeld regels voor de APK even wat teruggeven aan Nederland. Maar dat is geen vergelijking. Dit is slechts symboolpolitiek; het leidt af van waar het echt om gaat. De echte discussie zou moeten zijn 'Hoeveel hebben wij over voor de euro?'.”