13 februari, 2013 | Auteur: Sara-May Leeflang | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
Softe aanpak ontwikkelingssector; "Waar blijven de straatprotesten?"
Het maatschappelijk middenveld moet een debat beginnen waarin het algehele Nederlands beleid onder de loep wordt genomen, vindt Frank van der Linde. ”Het maatschappelijk middenveld houdt eerder een theekransje met de regering”, vindt hij. Er moeten volgens hem dringend hervormingen worden doorgevoerd in de sector, zodat Nederland zich wat minder hypocriet gaat gedragen.
De aandacht moet uitgaan naar ontwikkelingsland Nederland, aldus van der Linde, voormalig bestuurslid van Partos en al elf jaar werkzaam in de ontwikkelingssector. Als het op het Nederlands milieubeleid, wapenbeleid en belastingstelsel aankomt valt er namelijk nog een hoop te verbeteren. Het maatschappelijk middenveld bestaat uit particuliere organisaties die bepaalde groepen en belangen vertegenwoordigen en die hier vaak financiële steun van de overheid bij ontvangen. Winstoogmerk maakt hier geen deel van uit.
Het laatste punt, het Nederlandse belastingstelsel, is “met name van belang omdat het huidige kabinet heeft besloten ‘Ontwikkelingssamenwerking’ te gaan combineren met ‘Buitenlandse handel’”. Dat betekent dat Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden zullen investeren nu ook een deel van het ontwikkelingsbudget krijgen. “Dat terwijl Nederland voor veel multinationals een belastingparadijs is en ontwikkelingslanden veel belastinginkomsten mislopen”, zegt Van der Linde.
Hier moet het maatschappelijk middenveld in actie komen. Zij moet met grootschalige campagnes en lobbyisten de Nederlandse regering op deze verkeerde maatregelen wijzen. “Waar blijven de straatprotesten, campagnes en lobby’s tegen datgene wat verkeerd is aan dat Nederlandse beleid?” Het zegt volgens hem genoeg dat sommige Kamerfracties – die anoniem willen blijven- aangeven dat zij niet scherp genoeg worden gehouden “omdat een goede, kritische lobby van het maatschappelijk middenveld ontbreekt.” Het is uiteindelijk allemaal een kwestie van willen. Tenslotte, “begint een betere wereld bij jezelf”, vindt Van der Linde. Iets dat hij van huis uit heeft meegekregen. Laat het maatschappelijk middenveld zich hierbij aansluiten, lijkt zijn boodschap.
Hij lijkt zich vooral te ergeren aan de softe aanpak van de ontwikkelingssector die zich voornamelijk richt op projecten in de ontwikkelingslanden. De sector zou eindelijk eens kritisch naar zichzelf moeten kijken. “De organisaties willen geen kritiek horen. Als er kritiek komt dan reageren ze door op te sommen wat zij wel allemaal doen.” Ook stelt hij dat organisaties zich verdedigen door te zeggen dat Nederland het als land juist heel goed doet doordat het altijd rond de 0,8 procent (ongeveer 4,7 miljard) voor ontwikkelingsbijdrage heeft gezeten.
Deze percentages overtuigen Van der Linde juist helemaal niet. “Als je eerst je Nederlandse multinationals drie of vier procent laat stelen doordat ze in de ontwikkelingslanden onder andere allerlei belastingen kunnen omzeilen en dan vervolgens met trots 0,8 procent van je Bruto Nationaal Product (BNP) weggeeft vind ik dat een beetje hypocriet”. In 2011 heeft Kabinet Rutte I dit in het kader van bezuinigingen zelfs verlaagd tot 0,7 procent. Het lijkt erop dat de Nederlandse bedrijven er uiteindelijk vooral zelf op vooruit gaan.
“Wel degelijk stellingname”
Volgens Ruud Huurman, vertegenwoordiger van Oxfam Novib, was Nederland eigenlijk altijd het braafste jongetje van de klas als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. Zoals voorspeld door Van der Linde geeft Huurman de 0,8 procent Nederlandse bijdrage van het BNP als ontwikkelingsbudget als voorbeeld.
Huurman vind het lastig om te reageren op stellingen van van der Linde. “Hij zegt dingen die helemaal niet kloppen.” Zo is volgens Huurman “de focus op het Nederlands beleid een belangrijk deel van ons werk bij Oxfam.” De ontwikkelingsorganisatie ziet ook niets in de maatregel van de regering om het ontwikkelingsbudget beschikbaar te stellen voor Nederlandse bedrijven die investeren in de landen, “zolang er geen garantie is dat het geld ook echt ten goede komt aan de ontwikkeling van die landen.”
Door gunstige wetgeving is Nederland een belastingparadijs geworden voor bedrijven. Dit onderwerp heeft ook de belangstelling van Oxfam. “Wij ageren tegen belastingontwijking door grote bedrijven. Arme landen lopen daardoor honderden miljoenen mis – mede dankzij Nederlandse belastingroutes.” Daarbij “moet het fonds ook beschikbaar zijn voor bedrijven in de landen zelf.” Volgens Huurman wordt dit onderwerp vaak behandeld in persberichten.
Ook heeft Oxfam onlangs de campagne ‘Voedsel IN Je Tank’ gevoerd en zich hiermee nadrukkelijk uitgesproken tegen het Nederlandse beleid om meer biobrandstoffen te gaan bijmengen voor auto’s. Daarbij maakt Oxfam deel uit van de “Eerlijke bankwijzer” waarin (ook Nederlandse) banken onder de loep worden genomen die foute investeringen (wapenbedrijven, kinderarbeid, vervuilende energie) zouden kunnen doen met het geld van de spaarder. Eigen milieu-beleid en wapenbeleid worden wel degelijk bekritiseerd door het middenveld. “Ik herken me dus niet in de kritiek van Van der Linde dat ontwikkelingsorganisaties geen stelling zouden nemen.”
Maar misschien is het niet op de toon die van der Linde voor zich ziet. De één kiest voor meer activisme en een scherpe campagne, de ander voor meer algemene bewustwording aldus Huurman. Uiteindelijk is Huurman het met de intentie van Van der Linde eens. Er zijn dingen mis met het Nederlandse beleid. Maar of de harde aanpak alleen voor de positieve veranderingen zullen zorgen vraagt hij zich af. Oneerlijke handel en oneerlijke machtsverdeling zorgen er voor dat arme landen uiteindelijk aan het kortste eind trekken. Dit moet veranderen en daar moet ook Nederland een eerlijkere rol in spelen. Van der Linde wilt dat het theekransje wordt onderbroken door een brandalarm. De ander drinkt zijn kopje leeg en gaat verder met de orde van de dag.