31 januari, 2013 | Beeld: Geesje van Haren | Trefwoord: nederland
De moeizame weg naar een duurzaam, zelfvoorzienend Terschelling
In 2007 brachten de vijf bewoonde Nederlandse Waddeneilanden een manifest uit. Hierin spraken ze de gezamenlijke ambitie uit om in 2020 volledig zelfvoorzienend te zijn op het gebied van duurzame energie en water. Na een vliegende start raakte Terschelling echter al spoedig achterop. Wat is ruim vijf jaar later de stand van zaken?
De eilanden hadden in 2007 al de nodige plannen en projecten voor duurzame energieopwekking in uitvoering. Toch was het overgrote deel van de op de Waddeneilanden gebruikte energie afkomstig van het vasteland. Tevens kende dit vaak nog een fossiele oorsprong. Diverse redenen lagen ten grondslag aan de wens en ambitie van de eilanden om dertien jaar later op het gebied van energie volledig duurzaam en zelfvoorzienend te willen zijn. Volgens het gezamenlijke ambitiemanifest Waddeneilanden, de energieke toekomst is hierbij vooral de gespannen verhouding tussen de twee meest dominante kernwaarden van het gebied – enerzijds de rust en natuur, anderzijds het toerisme – van doorslaggevend belang geweest.
De eilanden werken onderling nauw samen om in 2020 daadwerkelijk zelfvoorzienend én duurzaam te kunnen zijn. Niettemin volgt ieder eiland hierbij wel een eigen koers. Niet alleen om het unieke karakter van de afzonderlijke eilanden te onderstrepen, maar ook omdat men van oudsher gewend is om alles alleen te doen. Op Terschelling zette men in eerste instantie groots in op geothermische energie. In 2008 werd hiervoor op Terschelling de Schylger Energie Maatschappij (S.E.M.) opgericht. Het doel was te onderzoeken of het mogelijk was om op een diepte van ongeveer drie kilometer onder het eiland heet grondwater op te pompen om dat vervolgens te gebruiken voor verwarming en voor het opwekken van elektriciteit. Het plan voor geothermische energie werd breed gedragen. Onder meer de gemeente Terschelling, de Rabobank, de Provincie Friesland en diverse plaatselijke ondernemers steunden en financierden het plan.
Begin 2010 moest men echter concluderen dat de plannen technisch onhaalbaar waren. Uit eigen onderzoek bleek dat de bodem slechts in beperkte mate doorlatend was. De vliegende start van Terschelling was hiermee in één keer ongedaan gemaakt. Men moest op zoek gaan naar nieuwe ideeën om de ambities in 2020 te kunnen behalen. Technisch beleidsmedewerker van de gemeente Terschelling Leo Bouwman beaamt dit. “Vrijwel alles was opgehangen aan het plan voor geothermie, we wilden daar al onze tijd en geld op inzetten. Uiteindelijk bleek – na bestudering en extrapolatie van boorgegevens van de NAM – de bodemdoorlatendheid te laag te zijn, waardoor het plan onhaalbaar werd. Als zoiets duidelijk wordt dan maak je een vrije val, aangezien alle andere plannen voor duurzame energieopwekking in de koelkast staan. We hadden ons rijk gerekend, nu moesten we plotseling gaan inzetten op andere plannen.”
Intussen probeert Terschelling met zonne-energie de ontstane achterstand op de planning door het mislukken van de geothermische energie weg te werken. “Er is op Terschelling een burgerinitiatief voor zonnepanelen op het land. Deze zogenaamde zonneakkers worden de nieuwe troef,” zegt Bouwman. Voordat zulke zonneakkers het levenslicht kunnen zien moet er echter nog het nodige gebeuren. “Allereerst dient het te worden opgenomen in het bestemmingsplan en moet er gezorgd worden voor een goede ruimtelijke ordening. Het is zoeken naar de juiste plek.”
Alleen het opwekken van zonne-energie voor elektriciteit is onvoldoende om tot een volledig duurzaam en zelfvoorzienend eiland te komen. Ook energiebesparing en het verminderen van schadelijke uitstoot spelen een belangrijke rol in de duurzaamheidsambities van de gemeente Terschelling. Er bestaat nu een plan voor zogenaamde elektrische mobiliteit, waarbij het autobezit en -gebruik moet worden teruggebracht door meerdere personen gebruik te laten maken van dezelfde elektrische auto. Een haalbaarheidsonderzoek zal volgens Bouwman in de toekomst moeten uitwijzen of dit tot de mogelijkheden behoort. “Door de beperkte omvang van het eiland, zit het met de reikwijdte van een elektrische auto op Terschelling wel goed. Andere zaken verdienen echter wel aandacht. Hoe zit het bijvoorbeeld met het vervoer van de bagage wanneer je geen auto meer bezit en je met de veerboot in de haven aankomt? En is de bezettingsgraad van de auto’s wel hoog genoeg? Deze hele keten dienen we te onderzoeken. Wanneer het niet rendabel is gaan de investeringen simpelweg niet door.”
Hoewel Terschelling geen voorloper meer is binnen het verduurzamingsstreven van de Waddeneilanden lijkt men wel weer de juiste weg te hebben teruggevonden. Bouwman is dan ook overtuigd van de haalbaarheid van de gestelde doelen. Op de vraag of Terschelling wellicht nog veel kan leren van andere eilanden, antwoordt hij: “We hebben bijvoorbeeld naar Texel gekeken en hebben geprobeerd daarvan te leren. Zij lopen voor in de uitvoering, maar zij zijn vijftien jaar geleden begonnen en wij pas vijf jaar geleden. Texel heeft dezelfde stappen doorlopen als wij, alleen lopen wij wat achter. Wij hebben tegenwoordig echter wel het maatschappelijk bewustzijn mee.” Toch moet de te maken verduurzamingslag volgens hem niet worden opgevat als een wedstrijd tussen de Waddeneilanden. “Het belangrijkste is uiteindelijk dat we met vijf eilanden zelfvoorzienend moeten worden. Het is zeker geen concurrentiestrijd.”