21 januari, 2013 | Auteur: Petra Kuipers | Beeld: Petra Kuipers | Trefwoord: indonesie
Duurzame nootmuskaat bewerkt door Molukse Mama’s
De familie Ollong exporteert duurzame nootmuskaat van de Molukken naar Nederland. Ze werkt samen met lokale boeren en probeert goed te zorgen voor haar medewerkers. Het Nederlands-Indische familiebedrijf PT Ollop voorziet gezinnen van een vast inkomen en is daarmee van grote waarde voor de lokale economie. Op bezoek bij de firma Ollop.
Hila, een kustdorpje op het Molukse eiland Ambon, was vroeger een belangrijke handelsplaats voor de Nederlanders. Het fort Benteng Amsterdam is nu een museumstuk en de haven bestaat niet meer. Vanuit Ambon-stad is het één rechte lijn door het groene, heuvelachtige landschap van het eiland, een taxirit van ongeveer een uur. Brommers, fietstaxi’s (becaks) en taxibusjes berijden de weg, een enkele keer is er een auto te zien. In dit rustige dorpje leven de bewoners een primitief bestaan. De hutjes worden gekleurd door de was die buiten hangt te drogen. Het straatbeeld wordt gevuld met vrouwen die manden op hun hoofd dragen, kleedjes waarop cacao en andere specerijen in de zon liggen te drogen en de vele kraampjes waar eten wordt verkocht.
Bij het binnenrijden van Hila valt een geel huis op, omringd door een Hollands hekwerk. Het is het huis van de familie Ollong. Achter het huis staat een schuur, PT Ollop genaamd. De firma Ollop is in 2006 opgericht door de heer Ollong en zijn twee zoons. Het bedrijf exporteert duurzame nootmuskaat naar Nederland, met als grootste klant de kruidenspecialist Verstegen.

De familie Ollong kwam in 1950 naar Nederland. Vader Ollong keerde in 1980 voor het eerst terug naar Indonesië voor vakantie en liet in 1999 een huis in Hila bouwen. Hij droomt ervan dat het bedrijf in de familie blijft, en op dit moment zijn drie van zijn vijf zoons werkzaam in het bedrijf. Ze gaan bijna allemaal om de zoveel maanden naar Hila om daar, zoals Fahmi Ollong het noemt, “te ontnuchteren”. Fahmi, één van de zoons, heeft er onlangs voor gekozen om zijn baan als shopmanager in Nederland op te zeggen om te gaan werken voor het familiebedrijf. “Ik vond mijn baan in Nederland erg leuk, maar ik vind het nog belangrijker dat het familiebedrijf in stand blijft. Daarnaast zijn wij ook een belangrijke haven voor de bewoners van Hila”, zegt Fahmi.
“Als boer in Indonesië sta je onderaan de maatschappelijke ladder. Je kunt jezelf voorzien in de basisbehoeften, maar meer ook niet”, zegt Wati Chaeron van Emic Research, een consultancybureau gespecialiseerd in oost-west relaties. Zij zijn door PT Ollop gevraagd te helpen om boeren te trainen zodat ze in aanmerking komen voor biologische certificering. Daarnaast geven ze ook nog andere trainingen, want veel boeren kunnen niet lezen en schrijven. Ze helpen de boeren om meer nootmuskaat te produceren, maar ook om een betere en duurzame productie te bewerkstelligen. De boeren worden geholpen met spaarprogramma’s, krijgen financieringstraining, de hygiëne wordt verbeterd en krijgen toegang tot zorginstellingen.
Lokale boeren
De firma werkt samen met 500 boeren in drie dorpen op Ambon en is onder meer bezig met fairtrade handel en de verduurzaming van de productie van nootmuskaat. De boeren werken in een heterogeen bos. Dit betekent dat de boeren niet één groot stuk land voor één bepaalde boom gebruiken, maar stukken land verdelen waar zij verschillende bomen op verbouwen. Dat beter is voor het milieu. Bovendien zijn in Hila de bomen heilig en mogen deze niet zomaar worden gekapt. Hier, maar ook in andere delen van Indonesië, hechten de mensen veel waarde aan moeder natuur. PT Ollop en Emic Research houden daar rekening mee.
Boeren uit de weide omgeving brengen hun nootmuskaat naar het bedrijf. Op scooters, met achterop een zak nootmuskaat, komen ze aangereden. Een witte streep op straat geeft aan waar ze moeten stoppen. Achter die streep wordt de nootmuskaat gecontroleerd en wordt het tarief bepaald aan de hand van de wereldmarktprijs, die per dag kan verschillen. De boer geeft de nota via het raam van het kantoor aan een medewerker die het bedrag vervolgens direct uitbetaalt.
PT Ollop heeft ongeveer 90 mensen in dienst. In het begin gaven ze vooral werk aan familieleden uit Hila. Ooms, tantes, neven en nichten. De meeste van hen werken al sinds de oprichting voor het bedrijf. Alle medewerkers wonen op loopafstand van hun werk. “Dat is erg voordelig, omdat ze anders reiskosten moeten betalen en veel reistijd kwijt zijn”, aldus Fahmi.
De vrouwelijke medewerkers worden ‘de Mama’s’ genoemd. “Toen ik het bedrijf bezocht waren de vrouwen aan het werk, we groetten ze met ‘Goedendag Mama’s’ en werden hartelijk teruggegroet”, vertelt Wati van Emic Research. “Ook was ik bij een feest aanwezig, georganiseerd door PT Ollop voor de medewerkers en boeren uit de omgeving. En die Mama’s kunnen feesten, echt ongelofelijk! Een feest waar jong en oud in de buitenlucht danst op ‘westerse’ geluiden die uit de boxen knallen. Dit verwachtte ik totaal niet, maar het was ontzettend mooi om mee te maken”, aldus Wati. “En ‘s ochtends voordat ze beginnen doen ze ochtendgymnastiek, dat is zo’n leuk gezicht om te zien!”, vertelt Putri Gayatri van Emic Research.
De Mama’s zitten op plastic krukjes, met ventilatoren om hen heen. Met een handnaaimachine maakt een medewerker de zakken met gesorteerde nootmuskaat dicht. Het meeste werk wordt met de hand gedaan. PT Ollong verkiest handwerk boven automatisering om zo de kwaliteit te garanderen en de inwoners van Hila van werk en een vast inkomen te kunnen voorzien.
In blauwe shirtjes met in witte letters ‘PT Ollop’ op hun rug gedrukt lopen de Mama’s in de pauze richting huis. Bij het huis van de familie Ollong groeten de medewerkers en de familie elkaar met luid gepraat en gelach. Een van de Mama’s loopt naar de overkant van de straat naar een hutje, wast haar handen in een teil en stapt naar binnen. Een wezenlijk verschil in welvaart op een paar meter afstand van elkaar. Haar huis staat in schril contrast met dat van de familie Ollong.
Een rondleiding door het bedrijf moet in verband met de hygiëne met slippers aan, een muts op en een mondkapje voor. Voor de Nederlandse klanten moet het bedrijf aan strenge eisen voldoen op het gebied van hygiëne. PT Ollop is naar eigen zeggen een goede werkgever omdat het westerse standaarden heeft meegenomen vanuit Nederland. “Onze medewerkers zijn verzekerd van een vast inkomen. Een andere keus voor de bewoners van Hila is het verkopen van spullen op straat”, aldus Fahmi. Over het verschil in werkmentaliteit zegt hij: “In het begin kwamen sommigen zomaar een uur later op hun werk of gingen om drie uur al naar huis. We hebben toen afgesproken dat wanneer je een uur later bent, je loon ook een uur wordt ingehouden. Nu komen ze niet meer te laat, want dan krijgen ze hun geld niet. Voor ons is dit ook een omschakeling, mensen van hier zijn gewoon anders gewend.” PT Ollop is bezig met een pensioenregeling voor hun medewerkers. “Maar dat krijgen we er nog niet in”, zegt Fahmi. “Daar hebben de mensen hier nog nooit van gehoord. Toch proberen wij ze ervan te overtuigen dat het goed is om in je oudedagvoorziening te investeren voor de toekomst.”
Als het aan Fahmi Ollong ligt krijgt Hila opnieuw haar eigen haven: “Nu wordt de nootmuskaat in grote balen op een truck naar Ambon-stad gereden, van daar vervoerd naar Surabaya en vervolgens overgeladen op de boot naar Nederland. Een haven zou goed zijn voor de bewoners van Hila en de economische situatie in het dorp verbeteren.”
PT Ollop is zich verder aan het ontwikkelen en wil graag uitbreiden met cacao en kruidnagel. Maar eerst richten ze zich op het verkrijgen van biologische certificering. De samenwerking met Emic research zorgt ervoor dat de boeren de juiste training krijgen voor het verbouwen van duurzame nootmuskaat. De familie Ollong wil graag iets blijven betekenen voor de omgeving en de bewoners.