19 december, 2012 | Auteur: Sean van der Steen | Beeld: Sean van der Steen | Trefwoord: tanzania

‘Heet hangijzer’ landgrabbing: hoe heet is de praktijk?

Het hete hangijzer landgrabbing in Tanzania is lang niet altijd een kwestie van ‘goed’ of ‘slecht’. Opponenten menen dat grond eigendom moet zijn van de mensen die er leven. Voorstanders zeggen dat er meer dan genoeg ongebruikte grond is in ontwikkelingslanden, zoals in Tanzania.

Volgens de laatste cijfers is 83,2 miljoen hectare in ontwikkelingslanden – oftewel ruim anderhalf procent van ’s werelds voor landbouw geschikte grond – verkocht of verhuurd aan investeerders. Ook het Oost-Afrikaanse land Tanzania verhuurt grond, in totaal ongeveer een miljoen hectare. Dit is de oppervlakte van de provincies Groningen, Drenthe en Friesland bij elkaar. Soms profiteert de lokale bevolking van de (vaak buitenlandse) bedrijven, maar wanneer de bevolking moet wijken voor deze grootschalige landverwerving, kan er sprake zijn van landgrabbing.

Althans, het ligt er maar aan wie je het vraagt. Opponenten van landgrabbing, zoals Oxfam Novib, menen dat de grond in een land eigendom moet zijn van de mensen die er leven. Andere tegenstanders gaan verder en spreken van ‘neokolonialisme’ – een flinke beschuldiging met het oog op een verleden van uitbuiting en slavenhandel. Voorstanders van grootschalige landverwerving spreken van een ‘investering’ en zeggen dat er meer dan genoeg ongebruikte grond is in ontwikkelingslanden zoals Tanzania. De aanwezigheid van vermogende, vaak buitenlandse bedrijven doet in hun ogen niets anders dan het stimuleren van de vaak zwakke economie.

Dat zijn twee zeer verschillende manieren waarop landgrabbing bekeken kan worden, maar de werkelijkheid is minder zwart-wit. Een voorbeeld: het Amerikaanse bedrijf Agrisol pachtte in juli 2012 een gebied ter grootte van de provincie Zuid-Holland voor de prijs van een driekamerappartementje in Amsterdam. De prijs die het landbouwbedrijf per hectare betaalde aan de Tanzaniaanse overheid, kwam neer op ongeveer 50 eurocent per jaar. Het bedrijf is door verschillende milieu- en mensenrechtenorganisaties op de vingers getikt wegens ‘onethisch handelen’, maar de deal was in de ogen van de Tanzaniaanse wet legaal.

Maar wat is precies legaal? Er zijn meerdere Tanzaniaanse wetten die iets zeggen over hoe buitenlandse bedrijven kunnen opereren in het land, en soms liggen de verschillende wetten niet helemaal op één lijn. John Kasegenya, jurist bij het Tanzaniaanse Mawalla Advocates: “Een voorbeeld is de manier waarop ‘buitenlands bedrijf’ wordt gedefinieerd. Dat verschilt per wet. Het zijn dat soort verschillen die het mogelijk maken voor buitenlandse bedrijven om land te verkrijgen. Zie het maar als mazen in de wet, en die zijn altijd te vinden.”

Kasegenya legt uit dat diezelfde wetten uitmaken dat het sinds 2004 illegaal is voor een niet-Tanzaniaan om land te bezitten in Tanzania. Buitenlanders mogen het land huren met een maximale (en overigens vernieuwbare) looptijd van 99 jaar en hiervoor moet het bedrijf toestemming krijgen van de lokale bevolking. Dat klinkt vrij waterdicht, maar in de praktijk kan ook deze regeling twijfelachtig werken.

Biobrandstoffen

Het Nederlandse bedrijf BioShape was, voor haar faillissement in 2012, actief in de biobrandstoffensector in Tanzania. Het bedrijf huurde 81 duizend hectare grond voor haar activiteiten. Volgens zowel BioShape als de overheid was het land legaal verkregen: alle documenten waren in orde en de overheid had de bedrijfsplannen goedgekeurd. Maar de lokale bevolking vertelt een ander verhaal. Een publicatie van landrechteninstituut Haki Ardhi beschrijft hoe de bevolking beweert dat zij een akkoord hadden afgesloten met BioShape, waarin stond dat het bedrijf bij het niet gebruiken van de grond – wat sinds het faillissement het geval is – jaarlijks een deel van het land moet teruggeven aan de dorpelingen. De veelal ongeschoolde dorpelingen wisten niet dat zo’n akkoord volgens de wet niet kan bestaan, maar desondanks is BioShape volgens hen akkoord gegaan. En om het verhaal compleet te maken, hebben de dorpelingen geen kopie meer van het ‘akkoord’ omdat de advocaat van BioShape dit zou hebben meegenomen om er een kopie van te maken.

De duizenden hectares van het bedrijf blijven, in afwachting van een einde van het faillissement, in handen van BioShape. Onderzoekers van het Tanzaniaanse landrechteninstituut Haki Ardhi willen dat het land weer eigendom wordt van de bevolking. Onderzoeker Godfrey Massay: “Maar dat proces is moeizaam. De dorpelingen moeten een brief schrijven aan de president en uitleggen dat ze het land nodig hebben voor de productie van voedsel. Het is mogelijk dat het land weer aan hen wordt teruggegeven, maar dat duurt wel een tijd.”

Dolly Estate

Dorpelingen die menen dat het schrijven van zo’n brief te lang duurt, kunnen besluiten om het heft in eigen handen te nemen. In april 2012 viel een grote groep dorpelingen een landgoed binnen dat bekend staat als Dolly Estate, een 16 duizend hectare groot gebied aan de voet van de Kilimanjaro. Het gebied is populair als vakantiebestemming onder rijke mensen, en het herbergt zelfs een golfbaan. De omwonenden haalden de hekken omver en lieten hun vee grazen op onder meer de goed bewaterde green. De politie greep in en tijdens het tumult dat ontstond liet één van de protesteerders het leven.

Onderzoeker Massay vertelt dat de papieren van Dolly Estate volgens de overheid ook in orde waren, maar dat de dorpelingen daar geen boodschap aan hadden: in hun ogen lag de grond er ongebruikt bij. Massay doet al jaren onderzoek naar landgrabbing in Tanzania, en weet hoe moeilijk het fenomeen te bevatten is. Massay spreekt vaak van vermeende gevallen van landgrabbing, omdat het zo moeilijk te bewijzen valt. Massay: “We hebben verhalen gehoord over dorpelingen die worden omgekocht door een bedrijf om hun toestemming te verlenen, en ook gevallen waarbij politici dorpelingen overtuigen om het land te verhuren voor eigen financieel gewin.”

Landgrabbing blijft een heet hangijzer, ook in Tanzania. Er zijn buitenlandse bedrijven die twijfelachtig opereren, maar er zijn ook bedrijven die juist werk bieden aan de lokale bevolking. Massay meent dat Tanzania juist meer van deze maatschappelijk verantwoorde investeerders nodig heeft. “Maar ook een serieuze overheid”, voegt hij toe, “die denkt aan de economie, het milieu en het welzijn van het volk. Als je dat niet doet, krijg je vijandige situaties zoals bij Dolly Estate. Daarnaast is het een probleem dat de dorpelingen niet weten wat de gevolgen zijn van het verhuren van hun land. Ze moeten zich bewust zijn van hun rechten – die hebben ze wel, maar vaak weten ze het gewoon niet.

Daarom zijn de onderzoekers bij Haki Ardhi bezig met het opzetten en in stand houden van een publiek debat over landrechten in Tanzania – met extra aandacht voor bewoners van dorpen die al te maken hebben met een landkwestie. Massay: “We geven de overheid advies over landkwesties, maar we gaan ook naar de mensen toe om te vertellen wat hun rechten zijn. Begrijp ons niet verkeerd: we willen zeker investeerders aantrekken, maar dan moeten het wel investeerders zijn die belangstelling hebben voor Tanzania en de Tanzanianen.” Totdat de kloof tussen overheid, bedrijven en bevolking is overbrugd, blijft landgrabbing een ingewikkeld probleem waar tot op heden geen eenduidige oplossing voor lijkt te zijn.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.