17 oktober, 2012 | Auteur: Karlijn Muiderman | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Voedselzekerheid door een groene stad
Urban agriculture – land en tuinbouw binnen de stad – leeft in Nederland. Het levert duurzaam, gezond en lokaal voedsel op, maar bovenal kan het wereldwijd de groeiende stedelijke bevolking voeden. Internationale experts kwamen deze maand naar de Floriade in Venlo om over dit onderwerp te spreken.
In de volle conferentiezaal van het Floriadeterrein vond de laatste conferentie van de FoodFirst cyclus plaats. Uniek aan deze conferenties is de kruisbestuiving van kennis. Sprekers vertegenwoordigden het bedrijfsleven, kennisinstellingen, non-gouvernementele organisaties (ngo's) en de overheid, van zowel westerse als ontwikkelingslanden. Samen met het publiek bediscussieerden zij de best-practices om lokale en mondiale voedselzekerheid en landbouwontwikkeling te bereiken.

Hans Hoogeveen, directeur-generaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie benadrukte tijdens de conferentie dat door klimaatverandering de beschikbaarheid van voedsel in de toekomst nog meer onder druk komt te staan. Met name in de steden, want hoewel steden maar twee procent van het wereldoppervlakte beslaan, woont zestig procent van de wereldbevolking in een stad. Urban agriculture heeft de potentie om in de stad de bevolking te voeden en de gemeentegronden intensiever te gebruiken.
Land voor de allerarmsten
Deze potentie is vooral hoog in de Afrikaanse landen waar wereldwijd de meeste mensen in hongersnood verkeren. In het rapport van Verenigde Naties, State of Food Insecurity in the World, staat dat, hoewel het aantal mensen in hongersnood wereldwijd is afgenomen tussen 1990 en 2012, dit aantal in Afrika juist toegenomen is van 175 miljoen naar 239 miljoen. Volgens Diane Lee-Smith, oprichter van het Mazingira Instituut in Nairobi, Kenia, moet urban agriculture vooral voedselverbouwing beschikbaar maken voor de allerarmsten, want anders profiteren alleen de rijkeren: “In 2020 leven naar schatting 500 miljoen mensen in Afrikaanse steden. In vergelijking met de middenklasse en de rijke populatie, hebben met name de allerarmsten in de steden maar beperkte toegang tot het land”. In sommige Afrikaanse gebieden is de ongelijkheid heel groot, stelt zij. “Bijvoorbeeld in overbevolkte sloppenwijken waar inwoners geen toegang tot land of een tuin hebben. De allerarmsten hebben hier zelfs tot 77 procent meer voedselschaarste en hongersnood in vergelijking tot de rijkere gebieden.”
Naast voedselschaarste, hebben veel landen te kampen met voedsel distributieproblemen. Tijdens de schuldencrisis van Colombia in de jaren tachtig – the Lost Decade – kampte het land met een tegenvallende economie en veel gewapende conflicten waardoor de voedselproductie en distributie flink afnam. Het Centro de Technologia Especializado de Colombia (CETEC) begon in 1985 met het helpen van kleine boeren om hun productie op gang te houden. Alberto Rodriguez, directeur van CETEC in Cali, Colombia, gebruikte urban agriculture om de voedseldistributie weer op gang te helpen in het conflictgebied. CETEC deed dit door allianties te creëren op het platteland en in de steden, met de producenten, de fabrieken, consultancybedrijven, en de top van de private sector. Zo werden een soort supermarktcoöperaties opgezet. “We werkten planmatig en gediversifieerd, elke producten verbouwde verschillende gewassen om zijn familie te voeden, kreeg geld om te investeren en werd geholpen bij de distributie”, aldus Rodriguez. Daarnaast kregen de families technische ondersteuning om een grote oogst te krijgen. Ondertussen helpt CETEC 28 rurale organisaties en twaalf stedelijke organisaties. Dit in samenwerking met organisaties die hen politiek vertegenwoordigen. Door de gediversifieerde aanpak van CETEC worden de boeren gestimuleerd om verschillende gewassen te verbouwen. Wanneer een oogst mislukt kunnen de families nog van andere gewassen eten en hoeven ze niet direct honger te lijden.
Hoewel er in het Westen geen gebrek is aan voedsel, zijn er veel initiatieven die de burger bewust maken over voedselkwaliteit, eerlijke voedselprijzen en duurzaamheid. Consumenten vragen steeds meer naar stedelijke voedselproducten, variërend van balkontuintjes, supermarkten met alleen lokale producten (denk in Nederland aan Marqt) tot stedelijke voedselprojecten. Want Lokaal eten heeft minder vervoer nodig en daarom minder CO2 uitstoot. FoodGuerrilla, een project van NCDO, wil deze groene bewustwording onder burgers versterken. Het initiatief Urban Gardening – From Tiles to Strawberries – stimuleert burgers om een verlaten stukje gemeentegrond te zoeken en te veranderen in een stadstuin. Met behulp van hun stappenplan kan iedere burger een verlaten pleintje of honden-uitlaatveld in een tuin met aardbeien en bloemen veranderen. En op de website Pluk de Stad kunnen inwoners eetbare plekken in de stad vinden, zoals bomen met hazelnoten, bloemen en bessen. Ook staan er tips over wanneer de planten geplukt kunnen worden en geven ze recepten om ze te bereiden. De initiatieven laten zien dat een groenere stad door consumenten mogelijk is; met urban gardening zorgen de inwoners voor intensivering van het land, en met Pluk de Stad vergroot dit de voedselvoorziening in de stad.

Andere plaatsen in de wereld ondergaan eenzelfde initiatieven om de bewustwording onder burgers te vergroten. In Milaan is de pilot Earth Market gestart door Nutrire Milano (Voedt Milaan). Volgens directrice Anna Meroni ontwikkelt de organisatie projecten om de inwoners van de stad in eerlijke en lokale producten te voorzien: “We willen de relaties tussen lokale producenten en consumenten versterken en kortere voedselketens creëren”. Milaan had bijvoorbeeld voorheen geen boerenmarkt. Nutrire Milano begon met het experimenteren van voedselservices en distribueert nu een wekelijks voedselpakket. Het succes is groot: “Het is een grote uitdaging om genoeg producenten te vinden, want de vraag naar de pakketten oversteeg al snel de al de productie”.
In Almere is het idee van de Groene Stad door de hele stad verweven. Dit is volgens Adri Duivestijn, wethouder duurzame ontwikkeling van Almere mogelijk, omdat de stad dertig jaar geleden compleet man-made is gebouwd. Hij vertelde dat het idee gebaseerd is op het City Garden concept van Ebenezer Howard die zei: “Town and country must be married”. Almere is bijvoorbeeld niet volgens traditie gebouwd om een stadskern, maar heeft meerdere kernen rondom natuur. Omdat Almere zich verder wilde profileren als groene stad, startte in 2006 de bouw van het Homeruskwartier. De toekomstige inwoners kunnen hier een stuk land kopen en zelf hun huis, gemeenschappelijk project, school, of boerderij bouwen.
Concurrentie
Hoewel de potentie van urban agriculture groot is om de groeiende stedelijke bevolking ook in de toekomst genoeg voedsel te bieden, maakt een gebrek aan financiering de duurzame aanpak moeilijk. Zo bleek het lastig te zijn om kleinschalige projecten in contact te brengen met de grote bedrijven. Urban agriculture gaat de concurrentie aan met de vrijhandel binnen een land, omdat de initiatieven vaak gesubsidieerd zijn en het geselecteerde producenten heeft. Volgens Meroni kan het moeilijk zijn om donoren te vinden doordat de productie niet louter vraag-en-aanbod gestuurd is. Ook bleek het schoonmaken van vervuilde grond een probleem omdat ze geen financiers vonden. Meroni vertelde dat ze bij een project in de Italiaanse stad geen oplossing konden vinden voor de vervuilde grond en daarom het voedsel nu in kratjes verbouwen. Rodriguez gaf aan dat het verbouwen van een variatie aan voedsel bemoeilijkt wordt door internationale vrijhandelsverdragen. “Door de subsidie van de Verenigde Staten op hun binnenlandse suikerrietproductie, is de export van Colombia’s suikerriet niet meer lucratief”, aldus Rodiguez. Daarom exporteert het land nu voornamelijk mijnproducten. Ook de productie van biobrandstoffen gaat de concurrentie aan met voedselproductie in de stad, waardoor het verbouwen van gewassen voor de voedselvoorziening en de diversiteit van gewassen enorm is teruggelopen.
Urban agriculture heeft veel potentie; het biedt voedselzekerheid voor de armste bevolking in de steden, het intensifieert de voedselproductie binnen de stad en het maakt mensen bewust van het belang van duurzaamheid. En wanneer kleine initiatieven worden opgezet neemt de vraag naar lokale producten – zoals in Milaan bleek – toe. Ook in Nederland zijn veel mensen voor een groenere stad te mobiliseren. Maar het bereiken van een duurzame aanpak blijkt vooralsnog een uitdaging. Volgens Jos van Gennip, voorzitter van de FoodFirst coalitie, onderschrijft dit het belang van een internationale discussie: “Urban agriculture geeft een nieuwe kijk op ontwikkelingssamenwerking en het brengt de mensen in de samenleving bij elkaar. We moeten deze ideeën verder uitdiepen zodat we tot een gezamenlijke aanpak komen. En hopelijk neemt de nieuwe Nederlandse regering deze aanpak over”. Hij uitte zijn hoop dat de Expo in Milaan in 2015 en de volgende Nederlandse Floriade in Almere in 2022, weer een volgende stap in de groene richting zijn.