1 oktober, 2012 | Trefwoord: zuid-afrika
Door de ogen van de jeugd
Zuid-Afrika is rijk. Apartheid is – op papier – verleden tijd en iedereen heeft kans op een mooie toekomst. Voor jongeren die opgroeien in de townships van Kaapstad is die goede toekomst echter niet zo gemakkelijk waar te maken: meer dan de helft van de jeugd zit zonder baan, de schooluitval is gigantisch en het drugsgebruik neemt gestaag toe. Ondanks het feit dat deze jongeren zijn opgegroeid met het hoopvolle gedachtegoed van Nelson Mandela, is de criminaliteit in de praktijk voor velen een realistische uitweg. Hoe zien zij hun leven en toekomst nu zelf?
Marvin, Sicelo, Masibulele en Lebu Tom zijn alle vier opgegroeid in de krottenwijken van Kaapstad. Zij wonen nu in een opvanghuis voor jongeren, waar ze de kans krijgen om naar school te gaan en te werken aan hun toekomst. Vier verschillende levens, vier verschillende visies; vier portretten.
“Ik wil niet teleurgesteld worden door te hoge verwachtingen te hebben die niet uitkomen.”
Naam: Marvin Mentoor
Leeftijd: 23 jaar
Herkomst: Kaapstad
Onderwijs: Examenjaar bovenbouw middelbare school
“Ik wil liever niet naar school, maar ik ga elke dag. Ik doe het niet heel goed, maar ook niet heel slecht. Het duurt zo lang, het lijkt wel of er geen einde aan komt. Als ik klaar ben met school wil ik professioneel voetballer worden, of anders formule 1-racer. Ik heb nog nooit auto gereden, maar ik wil het wel graag. Ik hou van gevaarlijk rijden, van snelheid.
Studeren ga ik niet. Voor de dingen die ik leuk vind hoef je niet naar school. Er is geen studie die me interesseert. Het liefste zou ik de rest van mijn leven voetballen. En als ik te oud word, wil ik voetbalcoach worden voor de jeugd. Op het moment speel ik wel voetbal, maar niet bij een club, daar heb ik geen tijd voor. Ik moet me concentreren op school.
Als het voetballen of de formule 1 niets wordt, wil ik ander werk zoeken. Het enige dat ik niet wil is een kantoorbaan. Zitten en schrijven is niks voor mij. Maar of het me gaat lukken om werk te vinden, weet ik niet, het zal in ieder geval zwaar worden. Het is een hard leven in de echte wereld. Je moet hard werken om er te komen.
Ik wil dit laatste jaar op school graag afmaken. Ik ben vooral gemotiveerd om het te halen omdat ik het jaar anders opnieuw moet doen. School is wel nuttig. Wat je daar leert kun je in het echte leven gebruiken, en het helpt je om werk te vinden. Ik moet al mijn kennis gebruiken voor het vinden van werk.
Mijn leven is helemaal niet zo slecht, maar toch kan ik niet stoppen met piekeren over mijn leven, hoe het zal lopen. Het is niet goed, ik zou moeten stoppen met denken aan de dingen waar ik me zorgen over maak.
Ik zou nu ook wel willen werken, maar het is heel moeilijk om iets te vinden. En ook daar heb ik geen tijd voor, ik moet me concentreren op school. Soms ga ik wel om met vrienden, maar meestal ben ik thuis en maak ik huiswerk.
Het liefst wil ik een normaal leven, zonder strijd, zonder schulden, met alles wat ik nodig heb om te overleven. Ik hoef niets speciaals, gewoon een gelukkig leven.
Over de toekomst ben ik niet zeker. Ik denk dat mijn kansen fifty-fifty zijn. Ik zou niet kunnen zeggen hoe het er voor me uit ziet. Ik zou kunnen zeggen dat ik over vijf jaar iets heb bereikt, maar dan zou ik mezelf alleen maar hoop geven, terwijl het misschien niet gebeurt. Ik wil niet teleurgesteld worden door te hoge verwachtingen te hebben die niet uitkomen. Toch blijf ik me concentreren op mijn carrièrekeuze.”
“Het heeft geen zin om je zorgen en je gedachten binnen te houden. Op een bepaald moment explodeer je toch.”
Naam: Sicelo Mrhaji
Leeftijd: 23 jaar
Herkomst: Kaapstad
Onderwijs: Bovenbouw middelbare school
“Tot mijn zevende woonde ik bij mijn oom, die drugssmokkelaar was en in wiens huis hele erge dingen gebeurde. Op een gegeven moment, toen het te erg werd, ben ik weggelopen en op de straat terecht gekomen. Ik heb in verschillende gangs gezeten. Als je bij een gang hoort, moet je vreselijke dingen doen, zoals stelen en geweld gebruiken. Naar school gaan deed ik in die tijd ook niet. Ik ben zeker niet trots op wat ik in die tijd heb gedaan.
Nu ben ik niet meer actief in de gang waar ik in zat. Op een gegeven moment besloot ik dat ik mijn leven wilde veranderen. Omdat ik drie jaar in de gevangenis heb gezeten, raakte ik ver achter met school. Ik werd verdacht van verkrachting en een overval. Onterecht.
Uiteindelijk, na drie jaar, werd ik vrijgesproken. Het was in de gevangenis niet zo slecht, ik heb er veel geleerd over het leven. Bijvoorbeeld dat het geen zin heeft om je zorgen en je gedachten binnen te houden. Op een bepaald moment explodeer je. Daarom praat ik er nu over. Nadat ik uit de gevangenis kwam wilde ik wel terug naar school, omdat ik weet dat het mijn enige kans is op een normaal leven.
Ik wil een thuis hebben. Geld verdienen en een goed leven creëren voor mijn zus. Zij is de enige persoon die ik nog heb. Zij woont nu bij een andere familie en dat vind ik vreselijk. Ik wil voor haar kunnen zorgen. Ook droom ik ervan om de rest van mijn familie terug te vinden, en om naar het graf van mijn moeder te gaan, al weet ik niet waar dat is.
Ik ben nu al veel bezig met de toekomst. Ik wil graag iets met film doen. Hopelijk kan ik genoeg geld bij elkaar krijgen, want het is heel duur. Mijn idee is om een reality show te maken over het leven in een township. Ik wil niet alleen vertellen over het leven daar, maar het ook echt laten zien, de criminaliteit en de gevaren. Ik weet hoe ik het wil doen en ik weet dat het kan. Ik ben al bezig met het schrijven van een script. Door mijn connecties in de township heb ik veel mogelijkheden.
Eerst moet ik werk vinden om genoeg geld bij elkaar te krijgen voor de film. Maar dat is heel lastig als je niet hebt gestudeerd. Het is beter om eerst een opleiding te volgen en dat is ook wat ik echt wil gaan doen. Dat is mijn plan. En daarna wil ik anderen helpen. Mensen die vast zitten in een gang bijvoorbeeld, en niet weten hoe ze eruit kunnen komen. Maar ik heb nog een lange weg te gaan.
Soms worden alle obstakels op de weg me wel eens te veel. Toch ben ik positief. Over tien jaar heb ik mijn eigen familie en heb ik een baan, hopelijk ben ik getrouwd. En heb ik een carrière. Het is mogelijk, ik heb goede hoop. Dat andere leven, daar ben ik klaar mee, dat ligt achter me. Ik wil mijn eigen toekomst opbouwen en iets voor anderen doen.”
“Een droom is iets moois, maar door de omstandigheden drijft het soms van je weg.”
Naam: Masibulele Mndende
Leeftijd: 16 jaar
Herkomst: Kaapstad
Onderwijs: Middelbare school
“Tot mijn negende woonde ik in een township. In die tijd ging ik niet naar school, bijna niemand deed dat. Het kon mij niets schelen. Ik vind het nog steeds niet leuk om naar school te gaan, maar nu weet ik dat je zonder school geen schijn van kans maakt. Ik moet nog twee jaar tot mijn eindexamen. Ik zeg altijd tegen mezelf ‘Kom op, nog twee jaar, waarom zou je jezelf niet nog even pushen, dan kun je daarna kiezen wat je wil’.
Ik zou wel dierenverzorger willen zijn. Mijn hele leven ben ik omringd geweest door honden en katten. Ik denk dat ik een speciale band heb met dieren. We hadden eens een hond in de township die heel agressief was. Maar op het moment dat ik de hond aanraakte, werd hij helemaal rustig. Ik vind dieren gewoon geweldig. God heeft waanzinnige wezens gemaakt. Mijn droom is om mijn eigen safari lodge te hebben en dan mensen te helpen die problemen hebben met hun dieren.
Na mijn leven in de township ben ik opgevoed door blanken in een blanke buurt. Daar leerden ze mij dat als je een droom hebt, je er alles voor moet doen om hem waar te maken. Ik vind dat je iets met je leven moet doen wat je leuk vindt. Als je dat niet doet, zal je leven saai zijn. Als je ouder wordt en je vindt het saai worden, kun je altijd nog iets anders gaan doen.
Soms verlies ik mijn motivatie en vraag ik me af of ik mijn dromen kan waarmaken. Sommige klasgenoten doen niks en proberen mij mee naar beneden te trekken. Het lijkt wel alsof ze je niks gunnen. Als je grote ambities hebt willen ze niet dat je die waarmaakt. Daardoor heb ik minder energie en minder zin om ervoor te gaan.
Mijn blanke pleegouders probeerden mij af te sluiten van de buitenwereld, zodat ik de slechte dingen in de wereld niet zou zien, maar nu word ik alsnog geconfronteerd met de harde realiteit. Terwijl ik dat eigenlijk niet wil, het doet me pijn om ermee in aanraking te komen. Het is moeilijker om van drugs af te blijven bijvoorbeeld als iedereen om je heen gebruikt. Ik zeg wel tegen mezelf dat ik er uit de buurt moet blijven, maar er is toch die verleiding.
Ik weet dat je alles kunt bereiken wat je wilt, zolang je er maar hard voor wilt werken. En je moet de goede omstandigheden voor jezelf creëren. Ik wil wel een verschil maken in de wereld. Het zou geweldig zijn als de mensen later zeggen ‘Mijn opa was een bijzondere man’. Ik wil weg uit Kaapstad, leven in mijn eigen wereld, op een rustige plek omringd door dieren. Ik wil zorgen dat mijn kinderen niet hoeven op te groeien in een township en ze alle kansen geven.
Toch is de realiteit denk ik anders, ik zie de toekomst op het moment niet zo positief. Een droom is iets moois, maar door de omstandigheden drijft het soms van je weg. Dan moet je het weer proberen te vinden. Dat is wat ik nu moet doen.”
“Ik heb nog steeds die brandende vlam van hoop binnen in me, ondanks alle slechte dingen die er in Zuid-Afrika gebeuren.”
Naam: Lebu Tom Jonson
Leeftijd: 20 jaar
Herkomst: Guguletu, Kaapstad
Onderwijs: Examenjaar middelbare school
“Ik heb een zus en een broer. Mijn broer is net uit de gevangenis gekomen. Mijn moeder en mijn zus kunnen niet met elkaar opschieten, dus mijn zus woont nu bij haar stiefvader. Ik zag mijn zus zo’n tien jaar geleden voor het laatst. Dat vind ik jammer, ik probeer om weer in contact met haar te komen. Ik leefde altijd met mijn moeder. We hadden het niet zo goed. Dat is wel een van de redenen om te gaan studeren, en een motivatie.
Ik ben ook drie of vier jaar niet naar school geweest, toen ik twaalf was stopte ik, en ging ik ook rare dingen doen, zoals drugs gebruiken. Maar er kwam een moment dat ik een uitdaging nodig had en toch weer naar school wilde.
Ik denk erover na om na mijn school architectuur te gaan studeren. Het is belangrijk om goed uit te zoeken op welk gebied werkgelegenheid is. Dat vergroot de kans op een baan. Voor nu is het niet belangrijk of ik het leuk vind of niet. Hopelijk weet ik aan het einde van dit jaar wat ik wil gaan doen.
Ik hou van creatieve dingen, zoals kunst en acteren, en ik ben wel goed in het communiceren met jongeren. Maatschappelijk werk lijkt me leuk, maar er zijn al veel te veel maatschappelijk werkers, dus daar zit geen toekomst in. De toekomst houdt me erg bezig. Ik zou later graag een eigen bedrijf willen hebben, zakenman zijn. Dan wil ik graag met een vrouw, een dochter en een zoon in een rustige wijk in Kaapstad wonen.
Op het moment werk ik parttime in een restaurant, als afwashulp. Ik had connecties, dus het was niet zo moeilijk. Ik wil zo veel mogelijk ervaring opdoen met werk, voor later. Het is niet makkelijk om een baantje te vinden, het hangt af van je contacten, maar ook van de manier waarop je jezelf neerzet. Soms word je wel teleurgesteld, maar je moet niet opgeven. En een beetje geluk hebben.
Werken vind ik fijn omdat ik dan mentaal en fysiek bezig blijf. Vroeger was ik lui, dan ging ik naar school en daarna gelijk slapen. Ik ben van plan om een spaarrekening te openen met het geld dat ik verdien met mijn baantje.
Ik heb nog steeds die brandende vlam van hoop binnen in me, ondanks alle slechte dingen die er in Zuid-Afrika gebeuren. Ik heb de hoop dat ik kan bereiken wat ik wil. Ik sluit mijn oren voor de slechte dingen en houd me niet bezig met politiek. Misschien later, maar nu is het belangrijk om aan mezelf te denken en me te concentreren op de toekomst.
In het leven zijn er een heleboel obstakels en er is veel verleiding, mensen proberen je mee te trekken naar beneden, met drugsgebruik bijvoorbeeld, dus je moet wel sterk zijn. Er zijn tijden dat ik niet kan geloven dat ik het zo ver heb geschopt, maar er zijn ook momenten dat ik wou dat ik terug kon gaan naar het leven van de straat, dat lijkt soms makkelijker. Maar het is heel belangrijk dat ik daar niet naar terugga. En dat ik probeer om de obstakels te omzeilen. Het is een uitdaging, maar die wil ik graag aangaan. Zo bereid ik me voor op de echte wereld. Ik kijk wel uit naar de toekomst! Ik hoop dat het goed komt.”