16 augustus, 2012 | Trefwoord: nederland

Ondanks de crisis een succesvol fotograaf zijn

“Ik geloof in overtuigingskracht. Ik geloof dat je 90% zelf creëert en 10% geluk hebt.” Medea Huisman groeit als zelfstandig fotografe dwars door de crisis heen. Als geen ander weet ze een bijzonder moment vast te leggen en trekt hier aandacht mee.

Het afgelopen jaar werkte Medea voor namen als Monuta, Sligro en De Beeldredaktie. Momenteel hangt er werk van haar in de tentoonstelling ‘Hotel Stories’ in het CODA museum. Ze wordt veel gevraagd om haar intieme foto’s. “Ik hoor vaak dat ik een bepaalde echtheid of puurheid weet vast te leggen. Vaak worden mensen voor een camera kwetsbaar en ik merk dat mensen die kwetsbaarheid bij mij durven tonen.”

Haar inspiratie haalt ze uit alledaagse dingen. “Ik maak ook veel geënsceneerde foto’s, maar ook daarbij wil ik een werkelijkheid creëren die goed voelt.” Terwijl ze haar nieuwe lamp uitprobeert zegt ze: “Ik word ook altijd onzeker hoor, ik experimenteer vaak ook maar wat.” Ze probeert niet zakelijk te lijken, maar professioneel is ze zeker. Door haar kwetsbare en menselijke aanpak wordt het ijs gebroken en komen de pareltjes naar boven.

Bezuinigingen op de cultuursector

Nu de markt in zwaar weer verkeerd en zakelijkheid de trend is lijkt haar succes en aanpak bijzonder. Het kabinet Rutte bezuinigde 200 miljoen op de kunst- en cultuursector. Veel fotografen hebben te kampen met minder opdrachten. Werkgevers als kranten, tijdschriften en cultuurinstellingen moeten door economische tegenslag of verminderde overheidsuitgaven de broekriem aantrekken. In een reactie hierop zegt Staatssecretaris Zijlstra (OC&W) dat meer geld gehaald moet worden uit particuliere bronnen zoals sponsoren en vriendenkringen. Fotografen zullen dus koopmannen moeten worden.

Medea breekt door in deze tijd dat de fotografie het moeilijk heeft. Of de crisis op haar van invloed is kan ze hierdoor niet zeggen want haar bedrijf groeit alleen maar. Deze doorbraak heeft ze te danken aan haar instelling en achtergrond. Na de richting grafische vormgeving aan het CIBAP – vakschool voor de verbeelding in Zwolle – ging ze aan de slag bij Zoo Magazine en Jewels Magazine. Hier raakte ze als 22-jarige grafisch ontwerper geïnteresseerd in de fotografie. Toen het bedrijf zich uitbreidde met een lokaal glossyblad ‘Eigenmagazine’, werd Medea gestimuleerd haar camera te pakken en als fotograaf aan de slag te gaan.

Ruud Visschedijk, directeur van het Nederlands Fotomuseum, zei op een platform voor fotografen eerder dit jaar dat fotografen zakelijker en harder zullen moeten worden. Daar is de creatieve sector nog onvoldoende mee bezig volgens hem. Hij omschrijft de fotografie in Nederland als volgt: ”Artistiek is het een gezonde, blakende sector, maar sociaal-economisch is het rampzalig.”

Strategie

Op de vraag waar haar succes vandaan komt lacht ze: “Ja daar sta ik zelf ook van te kijken, haha! Ik was er altijd al van overtuigd dat ik voor mezelf ging werken.”

Deze instelling bleek een strategisch voordeel: “Ik was eigenlijk één van de enige die op de AKI al opdrachten had en niet een bijbaan. Ik verdiende mijn geld door te fotograferen voor bijvoorbeeld Eigen Magazine.” Ook opdrachtgever Eigen Magazine ging eerder dit jaar failliet, maar wist een doorstart te maken.

Lars Boering, directeur van de Fotografen Federatie, zei op het platform voor fotografen, dat de markt voor veel fotografen een onneembare vesting is geworden, een vijandig milieu. Medea beaamt ook dat op de Academie weinig op de technische en zakelijke kant werd ingespeeld. Op de Academie werd ik juist niet gemotiveerd om aan techniek te werken. “Zo van: wat je voor die tijdschriftjes doet moet je zelf weten maar dat hoef je hier niet laten zien. Dat was te commercieel. Op de Academie was het juist ‘wie ben jij als kunstenaar’. Dat was een onwijze worsteling.” Toch gaf ze zich hier aan over en heeft ze veel aan de opleiding te danken. “Op een gegeven moment keek ik helemaal niet meer naar de esthetiek, maar juist naar wat beelden zeggen en hoe dat beeld communiceert en wat voor een invloed dat beeld op ons heeft.” Daarom fotografeert ze nog steeds het liefst situaties die niet geënsceneerd zijn.

Springplank

De komende kabinetsperiode zal het zeker nog moeilijk worden voor de cultuursector. In juni publiceerde de Raad voor Cultuur hun rapport ‘Slagen in Cultuur’. De Raad voor Cultuur is het wettelijke adviesorgaan van de regering op het terrein van kunst, cultuur en media. In ‘Slagen voor Cultuur’ adviseert zij de regering in de toekenning van de vierjaarlijkse cultuursubsidies in de culturele basisinfrastructuur 2013-2026. Er staat dus letterlijk in welke klappen de cultuursector de komende tijd zal moeten incasseren.

Een van die regelingen is dat de kunstenaarsuitkering, of de WWIK, vervalt. De WWIK bood kunstenaars een jaar financiële bijstand. Volgens GroenLinks was dit juist een effectief middel om kunstenaars een zetje in de rug te geven waardoor ze op lange termijn minder financiële bijstand nodig hebben. Volgens de Raad voor Cultuur biedt samenwerking een goed alternatief voor de bezuinigingen. De samenwerking tussen fotografen en instellingen leidt tot meer financiële middelen, een sterkere organisatie en innovatieve ideeën.

Vanuit de sector werd veel kritiek geuit op het rapport van de overheid. Cornelis de Bondt, componist en docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, zegt in een opiniestuk aan de Volkskrant: “De Tweede Kamer, die laat zich door iedereen informeren als het maar geen kunstenaars zijn. Niet één kunstenaar.”

Marc Chavannes zegt in zijn column in de NCR: “De subsidiëring van kunst en cultuur kost maar een kwart van wat het Lenteakkoord verdient door de onbelaste reiskostenvergoeding af te schaffen. Toch wordt op kunst een kwart bezuinigd.” Hij stelt dat de bezuinigingen veel verder doorvoeren dan dat bediscussieerd wordt. Hij is teleurgesteld in De Raad voor Cultuur die volgens hem maar wat tegensputtert.

Medea voelt zich geen slachtoffer: “Ik heb de WWIK juist gestopt om niet afhankelijk te zijn van fondsen. Ik heb daar helemaal geen trek in. Ook geloof ik heel erg in verandering.” Maar ze betreurt wel het afschaffen van de WWIK: “Het is een goede springplank voor jonge kunstenaars die zichzelf nog in de markt moeten zetten.” Naar haar mening had er beter naar alternatieven gekeken moeten worden.

Creëer je eigen kansen

Hoe wordt je nog succesvol als startende fotograaf in tijden van de crisis? Volgens Boersing zijn Nederlandse fotografen enorm gedreven. Deze gedrevenheid straalt Medea ook uit. Ooit was ze een flierefluiter, maar na een half jaar in Engeland gestudeerd te hebben gooide Medea het roer om: “Eenmaal terug en afgestudeerd schreef ik mij meteen in bij de Kamer van Koophandel en begon het ineens echt te worden. Toen pas zei ik ook ‘ik ben fotograaf.” Ze heeft dan ook een tip voor starters. “Ik ben er van overtuigd dat als je iets wilt, je er voor de volle 100% voor moet gaan. Wanneer je iets echt wil, zal je het bereiken. Je creëert de wereld om je heen. Mijn leraren op de CIBAB en op de Academie zeiden altijd tegen mij met jou komt het wel goed als ik even onzeker was.”

Ook Medea kende een periode van tegenslag: “Ik had niks meer, m’n relatie ging stuk, m’n auto ging stuk, ik had geen WWIK meer en ik had niks op de bank staan. Erger kon het niet in mijn beleving. Ik weet nog dat ik op een heuvel zat en dacht: ‘moet nou alles tegelijk komen?’ Zelfs toen zeiden mensen tegen mij dat ik gewoon een baan moest zoeken. Maar ik zei: ‘nee, ik wil dat echt niet, ik wil fotograaf worden en dat gaat mij lukken ook!’ Daarna is het alleen maar zoveel beter gegaan.“

Medea benadrukt het leggen van goede contacten: “Je moet het strategisch aanpakken. Veel netwerken en gezien worden zodat mensen je onthouden.” Uit haar netwerk haalt ze de meeste opdrachten. “Bouw een klantenkring op want hoe goed je ook bent de opdrachten komen niet aanwaaien.” Dit doet ze ook door organisaties tegemoet te komen wanneer ze te weinig geld hebben. Zo fotografeerde de maandposter voor Gigant, het poppodium van Apeldoorn, gratis. Een half jaar lang werkte ze gratis, maar nu is het goede PR en trekt ze de aandacht met de grote posters aan de muren. Zelfstandig fotograaf zijn geeft een kick volgens haar. “Ik zou niet anders willen."

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.