29 juli, 2012 | Trefwoord: zuid-afrika

Creatief met blik in Khayelitsha

Monwabisi Sopithi gebruikt in de townships van Kaapstad, Zuid-Afrika, theater om de jongeren van Khayelitsha uit de buurt van drugs, geweld en drank te houden. Hij verdient geen rooie cent, heeft talloze verschillende baantjes, maar acteren blijft zijn roeping, zegt hij. “Als acteur voel ik erkenning.”

De passie ontstond in zijn tienerjaren. Als achttienjarige jongen zag hij in zijn geboortestad Queensstown, zwarten onderdrukt worden door de blanken. Ze leefden tussen rubberen banden en aten slecht. Het is was ten tijde van het Apartheidsregime. De zwarte bevolking moest per se inkopen doen in winkels van blanke eigenaren, om hen financieel te ondersteunen. Ze moesten naar eigen zwarte scholen en naar hun eigen zwarte kerk.

Monwabisi: “Het doet pijn deze onderdrukte mensen te zien. Ik heb mij lang afgevraagd hoe ik deze mensen kan helpen ze duidelijk te maken dat ze zich niet moeten laten onderdrukken.” Hij hield bijeenkomsten in de kerk, vertelde wat hij over de Apartheid dacht en dat het niet normaal is om per se naar de blanke winkel te moeten en per se naar een zwarte school te gaan. De kerk was een van de weinige plaatsen waar ze niet werden gecontroleerd. Mensen liepen altijd het risico te worden gearresteerd.

Bij de bijeenkomsten in de kerk hield Monwabisi een soort optreden. Ook ’s avonds laat, wanneer de lichten in de townships uit waren, ging hij stiekem bij andere mensen langs om verhalen te vertellen. Een soort verhaaltje voor het slapen gaan. De verhalen gingen over dieren, over de gebeurtenissen die dag, of over normen en waarden. Er werd volop naar Monwabisi geluisterd.

Die erkenning is iets wat de 48-jarige Monwabisi vooral op het toneel nastreeft. Iets wat hij niet kon ervaren tijdens de Apartheid. “In die tijd werden wij niet erkend als mens”, legt hij uit. Maar ook nu voelt Monwabisi zich nog steeds niet erkend. Hij wil graag betaald acteur worden, maar het theater neemt volgens Monwabisi niet snel een zwarte man aan voor een toneelstuk. “Alle mensen die in de theaterwereld aan de top zitten, zijn blank”, meent Monwabisi.

Doorzetter

In de jaren negentig vertrok hij van Queenstown naar Kaapstad om werk te zoeken. Hij probeerde toe te treden tot de acteursopleiding; een school waar het geluid van het Zuid-Afrikaanse regime duidelijk te horen was. Monwabisi kreeg vanwege zijn zwarte huidskleur geen kans. Toch zette hij door: In 1996 werd hij uiteindelijk toegelaten.

Daarna zocht hij lang naar een baan als acteur. Bijbaantjes als hondentrainer en hovenier gaven hem wat inkomsten. In Khayelitsha leefde hij met bijna geen inkomen en slecht onderdak.

“Toen zei ik tegen mijzelf ‘Ik ga me ontwikkelen’. Mensen vroegen me ‘Hoe ga je dat doen dan? Je hebt niet eens schoenen of een huis’. Maar ik zei ‘Ik ga mìjzèlf ontwikkelen’. En zo ben ik begonnen met het maken van huisnummers voor aan de muren. Ik vroeg 50 rand, ongeveer 5 euro, voor elk cijfer.”

Creatief met blik

Kinderen raakten door Monwabisi zijn getimmer nieuwsgierig en kwamen kijken wat hij maakte. Hij leerde hen zijn kunsten, waarna ook leraren nieuwgierig werden en langskwamen. Na de huisnummers, werd hij ook creatief met blik. Van oude frisdrankblikjes maakte hij autootjes, rozen, en andere voorwerpen. Deze verkoopt hij aan toeristen. Rijk wordt hij er niet van.

Als kunstenaar leerde hij veel mensen kennen, vooral jonge ouders, die eind jaren negentig dachten dat zij na de Apartheid makkelijk een baan zouden kunnen vinden. Dit viel tegen. “Ze zaten vol frustraties, dit uitte zich in agressie tegenover hun kinderen of ze gaven hen geen aandacht meer. Ik voelde die pijn”, verklaart hij. De acteur in hem kwam weer boven. Hij wilde helpen: “Als ik de mond kan zijn van deze gemeenschap, dan zal de kunst als communicatiemiddel fungeren”, bedacht hij. “De mensen wisten zich niet te uiten, ze konden hun frustraties niet kwijt. Met behulp van muziek en kunst kunnen ze hun agressie wel kwijt. Dat helpt mensen de situatie te accepteren en ermee om te gaan. Ze durven weer over hun dromen te praten, hun meningen los te laten.”

De kans dat hij zelf ooit rond kan komen van het acteerwerk schat de creatieveling klein in. “Elke maand verdien ik zo’n 500 rand, ongeveer 50 euro. Hiervan moet ik mijn twee kinderen en mijn vrouw van onderhouden.” Zijn moeder vindt het nog steeds niet leuk dat hij dit werk is gaan doen. Het is volgens haar niet het werk waarmee je genoeg geld kunt verdienen om te overleven.

Meer weten? Zie: Toneel in township Khayelitsha

 

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.