13 juni, 2012 | Auteur: Rogier Overkamp | Beeld: Geesje van Haren
Wetenschap in de media: zo moet het dus (niet)
Niet alles wat wetenschappers zeggen is waar, en wat de media over wetenschap zeggen al helemaal niet. Hoe krijg je onderzoek op een juiste manier in de krant? Op het jaarlijkse evenement ‘Bessensap’ komen journalisten en wetenschappers bijeen, om elkaar van dienst te zijn en van elkaar te leren.
Wetenschapsjournalisten beoefenen een geheel eigen tak van sport. Aan hen de taak om ingewikkeld onderzoek te vertalen naar gewone mensentaal, en daarbij de balans te vinden tussen een stijl die het publiek aanspreekt, en wetenschappelijke correctheid. Bij voorkeur kent de wetenschapsjournalist het vakgebied waarover hij schrijft, zodat hij de juiste kritische vragen kan stellen en weet in welke context hij een onderzoek moet plaatsen.
Wetenschap ontmoet pers
Het komt echter regelmatig voor dat een wetenschappelijke studie in de media totaal uit zijn verband wordt gerukt. Dat een spannende kop de grootste prioriteit krijgt, en de nuance uit het onderzoek volledig wegvalt. Vaak is hier dan een algemene nieuwsredactie aan het werk geweest en is de wetenschapsjournalist overgeslagen, maar toch was dit een belangrijk onderwerp op de conferentie voor wetenschapsjournalistiek genaamd ‘Bessensap’, maandag 4 juni in het Museon in Den Haag.

Op dit jaarlijkse evenement, georganiseerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Vereniging van Wetenschapsjournalisten Nederland (VWN), komen pers en wetenschap bij elkaar. Wetenschappers presenteren in korte praatjes hun onderzoek, journalisten doen inspiratie op voor artikelen en bespreken de stand van zaken in hun vakgebied.
Dodelijk vlees
Als keynote-spreker trad de Britste journalist Rob Lyons op. Hij stelde de vaak paniekerige berichtgeving over voeding aan de kaak. Als het om eten gaat worden er in de media opvallend vaak onwaarheden verkondigd, liet Lyons zien.
Maart van dit jaar: aan de Harvard Public School of Health is een studie gedaan naar darmkanker. Het blijkt dat mensen die regelmatig verwerkt rood vlees (bijvoorbeeld worst) eten, een licht verhoogde kans hebben op deze vorm van kanker. De media meldden: ‘Rood vlees is dodelijk’.
Lyons zet in de eerste plaats kanttekeningen bij de conclusies van dit onderzoek. “Het is erg moeilijk om aan te tonen wat de consequenties zijn van wat we eten. Is het probleem in dit geval het eten van rood vlees, of hebben deze mensen misschien te weinig van iets anders gegeten, bijvoorbeeld groente? In het dagelijks leven is nu eenmaal geen sprake van een experimentele situatie waarin alle factoren gecontroleerd kunnen worden.”
Nuance en context
Maar stel dat dit onderzoek volledig correct is en dat deze vleeseters inderdaad een twintig procent grotere kans op darmkanker hebben, zoals gerapporteerd. Lyons: “Vergelijk het eens met iets waarvan echt onomstotelijk is bewezen dat het slecht voor je is: roken. Rokers hebben tweeduizend procent meer kans op longkanker! Wat stelt twintig procent dan eigenlijk voor?”
Tenslotte moeten we dit soort cijfers in maatschappelijke context zien, legt Lyons uit. “Als we nu massaal verwerkt rood vlees gingen eten, zou het aantal mensen dat op enig moment darmkanker krijgt, toenemen van vijf procent naar zes procent van de bevolking. Scheelt bijna niks dus. Dat is wat de media je niet vertellen.”
Het is de taak van wetenschapsjournalisten om dit soort nuances aan te brengen. Er wordt veel geschreven over de gevaren van ons voedsel. Er zit te veel vet in, te veel suiker, te veel zout, te veel pesticiden… “We moeten ons realiseren”, zegt Lyons, “dat we de meest fortuinlijke voedselgeneratie ooit zijn. We hebben de afgelopen eeuw enorme vooruitgang geboekt.”
Dun door chocola
Overigens wordt er ook wel eens een sensationele draai gegeven aan goed nieuws over eten. In maart meldden onze kranten: ‘Chocola maakt slank’ (Metro). Ja hoor echt waar, konden vrouwen elkaar toen blij vertellen; het was wetenschappelijk onderzocht.
Tussen wetenschapper en krant of nieuwssite zitten verder vaak meerdere schakels, zoals de universitaire voorlichter die een persbericht schrijft over het onderzoek. Een onderzoekspaper met de strekking: ‘beperkte, regelmatige chocoladeconsumptie is onder bepaalde omstandigheden mogelijk calorieneutraal’ wordt in de handen van de voorlichter dan ‘regelmatige chocolade-eters zijn dunner’.
Oei, zal de onderzoeker gedacht hebben, tikje kort door de bocht, maar de persmensen zullen weten wat ze doen. Een nieuwsredactie ziet dat bericht voorbij komen, heeft geen tijd om zich er verder in te verdiepen en besluit dat het nog wel wat sappiger kan. Uiteindelijk kan de wetenschap juist schade ondervinden van zulke sensatiejournalistiek.
Wetenschapper laat van zich horen
Op Bessensap konden wetenschappers die graag meer aandacht willen voor hun onderzoek, één op één in contact komen met journalisten. Er wordt weleens geklaagd dat Nederlandse onderzoekers teveel in hun ivoren toren blijven zitten, en niet geïnteresseerd zijn in gesprekken met het publiek.
Dit evenement geeft toch een andere indruk. Uit niet minder dan 140 inzendingen werden veertig wetenschappers gekozen die hun onderzoek mochten presenteren. Van kosmische gammaspinnen tot twitterende politici, het kwam allemaal voorbij in het Museon. Negen jonge onderzoekers lieten hun praatje zelfs beoordelen door een jury van VWN-leden, om te leren hoe ze hun verhaal nog beter kunnen verpakken.
Barre tijden
Aan de andere kant werd niet ontkend dat de wetenschapsjournalistiek in barre tijden verkeert. Nieuws moet steeds sneller, korter, goedkoper, liefst gratis als het kan. Dat gaat ten koste van gedegen berichtgeving over wetenschap en andere meer complexe onderwerpen. Uit een enquête van de VWN bleek bijvoorbeeld dat een groot aantal onafhankelijke journalisten zich tegenwoordig ook laat inhuren voor klusjes voor de commerciële sector, zoals het schrijven van pr-teksten.
Als de wetenschapsjournalist als tussenpersoon ontbreekt, wordt het steeds belangrijker dat wetenschappers zelf op de voorgrond treden en zich in het publieke debat mengen. Maar ook van de lezer wordt meer gevraagd. Zegt je krant dat chocola je slanker maakt, dat windmolens de aarde opwarmen, of dat vleeseters hufters zijn? Sla dan zelf ook eens aan het googelen.