2 juni, 2012 | Trefwoord: brazilie
De lange weg naar de middenklasse van Brazilië
De positie van Braziliaanse dienstmeisjes, empregada’s, verbetert zienderogen. Ze krijgen betere kansen in het onderwijs, weigeren de traditionele ondergeschikte rol in te nemen en de economie groeit. Toch is het niet makkelijk een lagere klasse te ontstijgen. “Ik zou wel schoonheidsspecialiste willen worden, maar ik kan de opleiding niet betalen.”
“Niets hadden we, toen mijn man en ik twintig jaar geleden naar São Paulo kwamen. Ik was zeventien, hij iets ouder. De enige manier om de kost te verdienen voor ongeschoolde mensen zoals wij, was door bij families te gaan werken. Mijn man als portier of chauffeur en ik als dienstmeisje. Ik wil eigenlijk al jaren wat anders, maar zonder opleiding kom ik nergens. En een opleiding kan ik niet betalen.”
Martinha Godino Santos (37) glimlacht weemoedig en gaat zitten op een bed dat ook dienst doet als bank in haar huis in een buitenwijk van São Paulo. Nadat ze van haar man scheidde, is ze hier komen wonen met haar broer en zus. Martinha is één van de naar schatting zes miljoen empregada’s die in Brazilië werken. De meeste meisjes en vrouwen komen uit het arme noordoosten van Brazilië en zijn naar de grote stad getrokken op zoek naar werk en inkomen. Nu de economie ook in het noordoosten begint aan te trekken, droogt de stroom die naar de steden trok, langzaam op.
|
|
|
Door: Sonia Bicker. |
De groeiende economie van Brazilië levert het land grote voordelen op. Er is meer geld, meer werk en een hogere levensstandaard. De kansen die de groeiende economie biedt, zijn niet alleen voor de rijken weggelegd, maar brengen ook lagere sociale klassen in beweging. De empregada’s, dienstmeisjes, bijvoorbeeld – in Brazilië heeft vrijwel ieder gezin uit de middenklasse er één of meer. Met de komst van nieuwe banen kunnen de empregada’s meer geld vragen voor hun werkzaamheden. Goed voor de dienstmeisjes, die zo hun positie verstevigen. Een probleem voor de werkgevers, die in korte tijd veel meer zijn gaan betalen voor dezelfde diensten.
Ondanks de verbeterde positie is het aantal empregada’s in Brazilië sinds 2008 gestaag gedaald. Volgens cijfers van de Internationale Arbeids Organisatie (ILO) zijn er over de periode 2008 tot begin 2012 ruim een miljoen minder vrouwen aan het werk gegaan als dienstmeisje in het grootste land van Zuid-Amerika. Dat neemt niet weg dat het aantal dienstbetrekkingen nog steeds flink is. Nog iedere dag verdienen bijna zes miljoen Brazilianen (zeven op iedere honderd arbeiders) de kost als kok, schoonmaakster, oppas, chauffeur of dienstmeisje. Een hoog percentage in vergelijking met ontwikkelde landen als Frankrijk (waar 2,5 procent van de arbeiders een dienstbetrekking heeft) en Canada (waar slechts 0,4 procent werkt als dienstmeisje).
Toch merken werkgevers van dienstmeisjes het dalende aanbod op. “Het is voor ons steeds moeilijker om goede meisjes te vinden”, aldus Clecia Gerardi van Agata, een bemiddelings- en uitzendbureau speciaal voor empregada’s. Dat lukt wel – we groeien ook – maar het gaat minder makkelijk dan voorheen. Bovendien hebben de meisjes andere eisen. Ze willen niet meer bij een werkgever inwonen, maar betaald krijgen per uur.”
Federica Zocchi heeft zelf al jaren een empregada in dienst die bij haar inwoont, maar om haar heen ziet ze mensen die het steeds moeilijker vinden een goede en betrouwbare empregada te vinden. “Jonge meisjes willen vaak liever ander werk doen, waardoor het aanbod van dienstmeisjes steeds kleiner wordt. Zonder referenties durft bijna niemand nog zomaar een meisje aan te nemen.”
De markt van empregada’s zit daarom flink op slot. Op het eerste gezicht ten gunste van de dienstmeisjes – die hebben immers meer te eisen en te kiezen – maar de praktijk is vaak weerbarstiger: veel meisjes die al langere tijd in dienst zijn, hebben geen of nauwelijks opleiding genoten en weten niet goed wat ze anders moeten. Vanwege de hogere maatschappelijke status dromen velen van werk in kledingwinkels, restaurants of schoonheidssalons, maar het nemen van die stap blijkt vaak nog groot.
Martinha bijvoorbeeld. Tot haar vijftiende ging ze naar school in het dorp waar ze opgroeide. Daarna hielp ze haar vader met werk op de plantage. “Sinds mijn zeventiende werk ik als empregada. Ik vond het leuk, maar werkte zo hard dat ik geen tijd overhield om aan iets anders te denken. Dat veranderde toen ik bij een familie werkte die me als voetveeg behandelde. Vanaf toen wilde ik iets anders, in een fabriek werken of in een winkel.”
Tijdens één van haar dienstbetrekkingen werd Martinha ziek en werd ze zonder pardon door haar werkgever de deur gewezen. Martinha: “Empregada’s in Brazilië hebben maar weinig rechten. Normaal kunnen mensen vier maanden een uitkering krijgen als ze worden ontslagen, maar voor empregada’s geldt dat niet.” Martinha besloot daarom in een fabriek te gaan werken. Daar verdiende ze zo weinig, dat ze zichzelf niet meer kon onderhouden. “Dat is één van de voordelen van empregada zijn. Je krijgt veel extra’s zoals eten en soms ook onderdak. In andere dienstbetrekkingen heb je die voordelen niet.”
Zo vergaat het meer meisjes die besluiten een nieuwe carrière te beginnen. Vol goede moed ruilen ze een bestaan als empregada in voor een carrière als kassamedewerker, winkelbediende of fabrieksarbeider. Maar na een tijdje keren ze teleurgesteld terug. Martinha: “Het is minstens zo hard werken en het verdient minder. En voor de banen die echt leuk zijn, zoals werken in een manicure- of schoonheidssalon, heb je een opleiding nodig.”
Beroepsopleidingen tot schoonheidsspecialiste of typiste, zijn vaak duur en kosten veel tijd. Een bijkomend probleem is dat veel empregada’s niet of nauwelijks kunnen lezen en schrijven. Tot 1980 was 20 procent van de Braziliaanse bevolking analfabeet en tot begin jaren negentig ging 15 procent van de bevolking helemaal niet naar school: die groep ging bijna vanzelfsprekend aan het werk als empregada. Sinds 1995 gaat 98 procent van de mensen naar school en is het analfabetisme onder de jongere generaties vrijwel uitgebannen.
In de rijke buurt Alto de Pinheiros in São Paulo, staat het Colégio Santa Cruz. De particuliere school waar overdag drieduizend leerlingen rondlopen, biedt in de avonduren gratis bijscholing voor empregada’s en andere mensen met een kleine portemonnee. “Er komen vooral en ook steeds meer vrouwen op af”, vertelt coördinator van de avondscholing Orlando Joia. “Veel zijn analfabeet en worden door hun werkgever gestuurd, maar er zitten ook een hoop vrouwen tussen die zo meer kans hopen te creëren op een andere toekomst.”
De school kan gratis programma’s aanbieden door een maatregel die de vorige president van Brazilië Lula da Silva invoerde: studiebeurzen aan de armsten die de school via de belasting van de staat terug krijgt. Joia: “Vrouwen kunnen door meer scholing echt gemakkelijker een baan krijgen in winkels, schoonheidssalons of restaurant. We zijn nu aan het onderzoeken of we empregada’s met onderwijswensen ook reiskosten kunnen terugbetalen. Voor veel mensen is de drempel om hierheen te komen namelijk het grootst.”
Dat ervaart ook Martinha, die lange dagen maakt en ver uit het centrum van de stad woont. Na haar werk in de fabriek werkte ze kort als koffiedame in de bedrijfskantine van een bank, maar toen ze daar ook moest schoonmaken, stapte ze op. Nu is ze weer als empregada aan de slag, voor twee dagen per week. “Ik wil graag veranderen, ik weet alleen niet goed wat de eerste stap is. Om onderwijs te volgen moet ik andere keuzes maken en mijn leven drastisch veranderen. Sinds ik ben gescheiden is dat nog moeilijker. Ik moet het in mijn eentje rooien.”
Veel empregada’s zitten daarmee op de rand van een overgang waarin de voordelen en kansen die de groeiende economie brengt ook voor hen toegankelijk worden. Hoewel er banen in overvloed zijn, zoeken veel dienstmeisjes naar een vorm waarin ze enerzijds carrière maken in een hogere maatschappelijke klasse en tegelijk het relatief goede inkomen behouden dat ze als dienstmeisje verdienen (en dat vanwege de schaarste aan goede empregada’s sinds 2002 met 43,5 procent is gestegen).
Die stap moeten velen nog maken. Voordat Martinha bijvoorbeeld gratis scholing kan volgen, moet ze haar werk zo indelen dat ze daar tijd voor kan maken en genoeg kan blijven verdienen ook. “Het is niet makkelijk, maar ik heb het ervoor over. Ik wil graag in São Paulo blijven wonen en ben hier gewend. In Bahia is het nog moeilijker. Daar wonen mensen met hun hele familie in een huis zonder geld. Het liefst zou ik schoonheidsspecialiste worden of in een fabriek werken en nieuwe dingen leren. Als de mogelijkheid zich voordoet, grijp ik die met twee handen aan.”
