13 februari, 2012 | Trefwoord: tunesie

Tunesië demonstreert verder

Ruim een jaar geleden ontdekte Tunesië de kracht van het demonstreren. Via sociale media en op straat ontstond een beweging die er uiteindelijk in slaagde het regime van dictator Zine El Abidine Ben Ali omver te werpen. Van alle Arabische landen waar een revolutie plaatsvond, wordt Tunesië beschouwd als het meest ver in het proces van politieke transformatie. Maar volgens velen is de revolutie allesbehalve voltooid. Demonstraties zijn nog steeds aan de orde van de dag.

De revolutie in Tunesië ontstond in de stad Sidi Bouzid waar de jonge fruitverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf op 17 december 2010 in brand stak. Hij was door een agente geslagen en bespuugd, omdat hij geen vergunning zou hebben. Bouazizi’s wanhoopsdaad bracht een schokgolf teweeg onder de Tunesische bevolking. Demonstraties verspreidden zich vanuit Sidi Bouzid over heel het land. De frustratie over de grote werkeloosheid onder jongeren, de armoede en het autoritaire regime leidden op 14 januari vorig jaar uiteindelijk tot het, letterlijke, vertrek van Ben Ali.

De wil van het volk

Sinds de dag dat Ben Ali het land ontvluchtte, kunnen Tunesiërs eindelijk hun mening uiten. Echaâb yourid – het volk wil – is het nieuwe credo. Praatprogramma’s op televisie, ingezonden berichten in de krant, gesprekken in cafés: overal lijken de mensen een jarenlang tekort aan publiek debat te willen inhalen.

Het afgelopen jaar is in Tunesië veel veranderd. Een groot aantal maatschappelijke organisaties, bewegingen en verenigingen werd opgericht, en aan de verkiezingen van het nieuwe parlement in oktober 2011 deden maar liefst 11.686 kandidaten verdeeld over 1.517 kieslijsten mee. Toch groeit bij veel Tunesiërs de bezorgdheid dat hun net verkregen vrijheid van meningsuiting op het spel staat.

In Tunis zijn de veiligheidsmaatregelen nog steeds streng, zoals hier voor het ministerie van Binnenlandse Zaken in het centrum van de stad.

Duizenden mensen namen op 28 januari deel aan een demonstratie in het centrum van Tunis tegen het gebruik van geweld en voor de verdediging van de individuele vrijheden. De demonstratie was georganiseerd door linkse politieke partijen en maatschappelijke organisaties. Onder de deelnemers waren veel vrouwen en kinderen. Ze zongen het volkslied en zwaaiden met Tunesische vlaggen om de eenheid binnen het land te symboliseren, en scandeerden leuzen voor een vrij Tunesië zonder islamisten. Na jarenlange beperkingen op de vrijheid van religie zijn religieuze groeperingen in opkomst. De demonstranten vinden dat de nieuwe regering, met als grootste partij het gematigd-islamistische Ennahda, te weinig doet om geweld door extremistische islamisten en salafisten tegen te gaan.

Zo bezetten salafisten wekenlang een universiteit in een voorstad van Tunis om te eisen dat studentes een gezichtsbedekkende niqaab zouden mogen dragen, waarbij ze een docent met de dood bedreigden. Religieuze extremisten zouden in het noorden van het land zelfs eigen rechtbanken hebben en mensen die alcohol drinken mishandelen. De Tunesische organisatie Liga voor de Mensenrechten constateerde ter plaatse dat salafistische groeperingen inderdaad eigenrichting toepassen en heeft verder onderzoek door de overheid aanbevolen.

Volgens Amna Guelllali, directrice van Human Rights Watch Tunesië, heeft de Tunesische staat niet alleen de plicht om mensenrechten te respecteren en te beschermen, maar moet de overheid ook maatregelen nemen om inbreuk op die rechten te voorkomen. “De overheid van Tunesië heeft tot nu toe nog geen goed werkend systeem om te beschermen tegen inbreuken op de mensenrechten en het voorkomen van schendingen. Men reageert vaak te laat of helemaal niet op schendingen van de mensenrechten.” Human Rights Watch opende in september 2011 een kantoor in Tunesië en heeft tot doel de overheid te controleren op schendingen van de mensenrechten.

Occupy Tunesië

Naast grote demonstraties in de hoofdstad vinden er door het hele land kleinschaliger betogingen plaats. Een populair middel om te demonstreren is de zogeheten ‘sit-in’. Vrijwel dagelijks blokkeren mensen de openbare weg of ‘occupyen’ ze de toegang tot een fabriek of overheidsinstantie. Mensen gaan de straat op om waarden als individuele vrijheden en democratie te verdedigen, maar ook om de sociaal-economische situatie aan de kaak te stellen. Ruim een jaar na de revolutie is er vooral onder jongeren nog steeds veel werkloosheid en de armoedecijfers stijgen.

In de Tunesische samenleving zijn de meningen over de sit-ins verdeeld. De betogers zouden met hun vele acties de economie juist blokkeren. Ook de Tunesische overheid lijkt genoeg te hebben van het fenomeen. Minister-president Hamadi Jebali (Ennahda) liet op televisiekanaal France 24 weten dat hij bezettingsacties ziet als belemmering voor het toerisme en investeringen. Hij zegt besloten te hebben om "deze excessen tegen de wet, vooral de wilde stakingen, niet langer te accepteren".

Op het plein Place de l´Independance in het centrum van Tunis staan nog steeds legervoertuigen om de orde te bewaken.

Het verbieden van betogingen door slechts te verwijzen naar de openbare veiligheid of de economische situatie is volgens Guellali te vaag. “Iedere beperking op de mensenrechten, ook op het recht om te demonstreren, moet goed afgewogen zijn. Het recht om te demonstreren kan alleen worden beperkt door de wet als er daadwerkelijk sprake is van het schaden van andermans rechten, bijvoorbeeld bij gebruik van geweld.” Beperkingen opleggen met verwijzing naar een groot goed als de openbare orde of de economie houdt volgens haar een risico in op willekeur. “Dat is juist iets wat autoritaire regimes altijd doen.”

Sancties

Premier Jebali vergeleek in het interview de betogingen verder met geweld door islamistische extremisten, en bestempelde beide als daden van agressie die gesanctioneerd moeten worden. Justitie moet volgens de Tunesische minister-president toezien op de bestraffing van sit-ins en geweld door extremisten.

Twee dagen na deze uitspraken gaf het openbaar ministerie in Tunis volgens persbureau Tunisie Afrique Presse (TAP) opdracht tot de strafrechtelijke vervolging van de organisatoren van een sit-in. Het ging om een actie van politieagenten die betere werkomstandigheden eisten.

Guellali heeft haar twijfels bij het overlaten van dit soort zaken aan justitie in de huidige overgangssituatie. “Het regime-Ben Ali gebruikte de rechtspraak vaak als instrument om critici te onderdrukken. Sindsdien heeft justitie nog geen hervormingen ondergaan, die de onafhankelijkheid van de rechtspraak garanderen”, aldus Guellali.

Naast de hervorming van de rechtspraak, staat de Tunesische regering nog een moeilijke taak te wachten op weg naar democratie. Het belangrijkste doel dat de regering zich heeft gesteld, is het opstellen van een nieuwe grondwet die beantwoordt aan de vraag van een groot deel van de bevolking om democratie en bescherming van de individuele vrijheden.

Tegelijkertijd heeft de grootste regeringspartij een achterban waar naast gematigde islamisten ook salafisten deel van uitmaken. Premier Jebali heeft zichzelf maximaal een jaar de tijd gegeven om die nieuwe grondwet vorm te geven. Tot die tijd lijkt het erop dat de Tunesiërs hun spandoeken paraat zullen houden.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.