23 januari, 2012 | Auteur: Lucia Rodenburg | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: europa

Drijven op EU-subsidie: De Spaanse vissersvloot

Overbevissing is een van de grootste bedreigingen voor de visstand in de Europese wateren. Volgens eurocommissaris Maria Damanaki van Visserij is 83 procent van alle vissoorten in de Middellandse Zee overbevist. Toch houdt de Europese Unie met haar subsidies deze overbevissing in stand. Het grootste deel, bijna de helft, van deze subsidies komt terecht in Spanje. Een blik op de grootste speler in de Europese visindustrie.

De Spaanse overheid beslist dat de subsidies vooral naar grote ondernemers met industriële trawlers gaan en niet of nauwelijks naar de kleine, ambachtelijke vissers. De grote bedrijven hebben hoge exploitatiekosten en gebruiken de subsidies om hun vangsttechnieken te innoveren, om nog meer capaciteit te creëren. Op deze manier wordt de uit de kluiten gewassen Spaanse vissersvloot onnatuurlijk groot gehouden. Resultaat is een steeds kleiner wordend visbestand en het failliet van vele kleine vissers. Om toch de laatste vis te kunnen vangen wordt er, aangemoedigd door subsidies, meer geïnvesteerd. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van steeds grotere schepen die op steeds minder vis jagen. Dit is niet alleen ecologisch maar ook economisch gezien zeer inefficiënt.

De Europese Commissie erkent het probleem. Ernesto Penas Lado, hoogste ambtenaar bij het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij, wijst er op dat Spanje niet voor niets een slechte reputatie heeft, en dat het bij veel andere Europese landen net zo slecht gesteld is. Maar omdat het de grootste vloot heeft, wordt de blik gauw op Spanje gericht. “De kern van het probleem”, legt Isabella Lövin, europarlementariër voor de Groenen, uit, “is dat het Europese visserijbeleid naar hetzelfde model is ontwikkeld als het landbouwbeleid. Je voorziet in meststoffen en machines en je krijgt meer gewas. Dat model wordt ook toegepast in de visserij. Dus als je meer schepen inzet, krijg je meer vis. Maar zo werkt het niet. De visstand keldert alleen maar. Vis is geen onuitputtelijke bron.”

Verantwoordelijkheid    

Overbevissing is zeker niet alleen een Europees probleem. Wereldwijd staan maritieme ecosystemen onder druk. Maar nergens wordt de visstand zo zwaar belast als in de Europese wateren. Dit werkt een ander groot probleem in de hand: omdat vis in de Europese wateren steeds schaarser wordt, koopt de EU licenties van ontwikkelingslanden om in hun wateren te mogen vissen, bijvoorbeeld van Mozambique en Ivoorkust. Vooral milieuorganisaties zijn kritisch over deze gang van zaken. Zij zijn van mening dat misbruik wordt gemaakt van het gebrek aan kennis en middelen in die landen om hun visstand te beschermen.

Volgens de Spaanse europarlementariër Josefa Andrés Barea zijn deze licenties echter van groot belang. “Toen Spanje toetrad tot de EU, in 1986, mocht maar een beperkt aantal schepen de Europese wateren op. Om te overleven moesten zij uitwijken naar buitenlandse wateren.” Andrés Barea gebruikt een veelgehoord argument: “Als wij daar niet vissen, doet China het wel. En Chinezen houden zich al helemaal niet aan de regels.” Het Not-In-My-Backyard-effect is duidelijk aanwezig: De Europese lidstaten zijn het er allemaal over eens dat een goede visstand van groot belang is en behouden moet blijven. Toch kiezen zij telkens weer voor hun eigen kortetermijnbelang, Ernesto Penas Lado vat het simpel samen: “Niemand voelt zich werkelijk verantwoordelijk voor het natuurbehoud. Geen enkel land wil zich alleen opofferen. De gedachte blijft: Wat ik niet vang, vangt mijn buurman wel.”

Het ‘Frankensteinrapport’        

In 2009 is een onderzoek afgerond naar het Gemeenschappelijk Visserijbeleid uitgevoerd in opdracht van de EU. Volgens het bijna 400 pagina’s tellende rapport, informeel het ‘Frankensteinrapport’ genoemd vanwege de vernietigende conclusies, zijn de subsidies de oorzaak van het probleem. Zonder subsidies zou de sector ineenstorten. Pogingen om de overcapaciteit te verminderen hebben averechts gewerkt.

Een voorbeeld daarvan is het feit dat bedrijven werden betaald om hun oude vaartuigen te laten slopen, maar dit geld werd geïnvesteerd in het moderniseren van bestaande schepen, waardoor de capaciteit juist toenam. Volgens het rapport kan de visvoorraad zich alleen herstellen als de capaciteit met de helft verminderd en als er streng aan de quota gehouden wordt. De Spaanse secretaris-generaal van Visserij, Alicia Villauriz, is echter van mening dat beleidsmakers niet alleen zouden moeten focussen op capaciteit. “Het is niet zo dat bij een halvering van de capaciteit de sector ineens winstgevend wordt. Bij het inkrimpen van de vloot verlies je ook veel werkgelegenheid.”

De visserijlobby is sterk in de grootste visnatie van Europa. Spanjaarden voelen zich cultureel verbonden met de zee. Vooral in het noordwesten van Spanje, Galicië, speelt visserij een zeer belangrijke rol. Bijna elke kustplaats is een vissersdorpje. De sector wordt traditioneel goed beschermd door de overheid. Valerie Lainé, hoofd Toezicht bij Maritieme Zaken en Visserij: “Politici geven de sector een prominente plaats in hun campagnes. Economisch gezien is visserij niet het belangrijkst, politiek gezien zeker wel.”

Uit het Frankensteinrapport is ook naar voren gekomen dat in de adviesgroepen van de Europese Commissie afgevaardigden zitten uit de visindustrie. Zij hebben een stevige vinger in de pap en gebruiken de adviesgroep om hun politieke invloed uit te oefenen, en pas in de tweede plaats als platform voor discussie. Zij lobbyen vooral voor hun eigen belangen in plaats van te zoeken naar oplossingen. Eén van de bekendste en meest zichtbare lobbyist uit de Spaanse visindustrie is Javier Garat. Hij is hoofd van de krachtige lobbygroep Cepesca en maakt zich sterk om subsidies binnen te blijven halen. Volgens hem moeten we niet vergeten dat de subsidies ook welvaart hebben gebracht. “Het is gebruikt om een verouderde sector te moderniseren, zodat we nu betere en veiligere vaartuigen hebben.” Garat heeft in samenwerking met de Spaanse minister van Milieu, Landbouw en Visserij, Rosa Aguilar Rivero, een strategie ontwikkeld om de Spaanse belangen in de discussie over het Europese visserijbeleid te verdedigen. De krachtige lobby in Spanje maakt het erg lastig om daadwerkelijke hervormingen van het beleid te bewerkstelligen.

Een laatste kans?

In juli 2011 heeft eurocommissaris Damanaki een aantal voorstellen gedaan om het visserijbeleid van de EU te hervormen en de vissers duurzamer te laten werken. De belangrijkste van deze voorstellen zijn ten eerste dat het vaststellen van quota moet gebeuren op basis van wetenschappelijke inzichten. Ten tweede mag er geen ongewenste bijvangst meer overboord worden gegooid. Daarnaast moet het mogelijk zijn voor vissers onderling quota door te verkopen en bovendien moet er meer aandacht voor duurzame kweekvis als alternatief voor wilde vangst zijn. De plannen van de Europese Commissie zijn ambitieus. Het heeft zich tot doel gesteld om in 2015 alle visbestanden op duurzaam niveau te hebben gebracht.

Volgens Damanaki zelf zijn de plannen rigoureus: “We gaan stoppen met het direct subsidiëren van de industrie. De voorwaarden waaronder subsidies worden verstrekt worden strenger. Door middel van het verhandelen van quota dienen de grote bedrijven nu zelf te overleven. Subsidie is alleen bedoeld voor kleine vissers en kustgemeenschappen die afhankelijk zijn van de zee.” Ter compensatie van het inkrimpen van de sector zou er hulp moeten komen voor het creëren van nieuwe vormen van werkgelegenheid. Te denken valt aan toeristische activiteiten. Daarnaast zullen er alleen milieuvriendelijke en duurzame initiatieven worden gesteund.

De licenties om in het buitenland te mogen vissen worden ‘duurzame visserijakkoorden’ genoemd. Volgens Damanaki zal daar alleen worden gevist als dat verantwoord is, of als er sprake is van een overschot. Javier Garat noemt de voorstellen “laf”. Volgens hem is de Commissie bezweken onder de druk van milieuactivisten en zijn de media bevooroordeeld en houden zij geen rekening met de gevolgen voor de sector. Garat is van mening dat de visbestanden er niet zo dramatisch aan toe zijn als de Commissie wil laten blijken.

Op dit moment zijn onderhandelingen over de voorstellen gaande. Op 1 januari 2013 moet het nieuwe beleid in werking treden. Volgens milieuorganisaties als Oceana en Greenpeace is dit een laatste kans om de visserijsector van de EU om te vormen tot een gezonde industrie. Naar verwachting zal de Spaanse lobby een duidelijke stempel drukken op het uiteindelijke akkoord. Lövin: “Het lastige aan deze kwestie is dat langetermijnidealen botsen met kortetermijnwinsten. Het is begrijpelijk dat politici kiezen voor het laatste.”

De hervormingsplannen van de Commissie klinken mooi, maar het zou zinvoller zijn als quota wereldwijd worden vastgesteld. Zoals Ernesto Penas Lado al aangaf, is het idee nog te vaak ‘Wat ik niet vang, vangt mijn buurman wel’. Het ontbreekt aan het gevoel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het milieu. Het is daarom erg belangrijk dat ontwikkelingslanden en opkomende economieën als China, Taiwan en Korea, worden doordrongen van het belang van het herstellen van de visstanden. Als er nu niets ondernomen wordt, wordt straks misschien de laatste vis geserveerd.

 

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.