20 december, 2011 | Beeld: Vintage collection/Alex Wolf | Trefwoord: europa

Het radioactieve gevaar voor de EU 

De gemeten waarden van de radioactieve stof Jodium-131 in de atmosfeer boven de Europese Unie enkele weken geleden maakte duidelijk hoe kwetsbaar Europa is voor rampen waar zogenoemde chemische, biologische, radiologische of nucleaire (CBRN) materialen bij betrokken zijn.

Begin november publiceerde het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA) een opmerkelijk bericht. In de atmosfeer boven verschillende EU-lidstaten (Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk, Duitsland en Zweden) was de aanwezigheid van de radioactieve stof Jodium-131 geconstateerd. Een week na deze mededeling verklaarde de IAEA dat de bron van de radioactieve straling zich “hoogstwaarschijnlijk” in Hongarije bevond. Door een lek in het Institute of Isotopes in Boedapest, zou de J-131 zijn ontsnapt. In een interview metAssociated Press (AP) geeft de directeur toe dat er een lek is ontstaan in de faciliteiten van het Instituut. Echter, hij acht het “extreem onwaarschijnlijk” dat het lek de bron van de gemeten radioactiviteit is. Vooralsnog is het onderzoek naar de exacte bron van de radiologische straling nog steeds gaande.

J-131 is een radioactieve vorm van Jodium en wordt onder andere gebruikt in medicatie tegen de bestrijding van schildklierkanker. Blootstelling aan grote hoeveelheden J-131 kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Uitwendige bestraling kan brandwonden tot gevolg hebben, inwendige blootstelling kan kankerverwekkend zijn. Inwendige blootstelling gebeurt door vervuilde lucht te inhaleren of door besmette melk of groenten te consumeren.

Het is ongebruikelijk dat er J-131 waarden worden gemeten boven Europa. In de weken na het nucleaire ongeluk in Fukushima werd er bijvoorbeeld J-131 gedetecteerd in gebieden aan de Amerikaanse westkust. In Europa waren er hoge J-131 waarden traceerbaar na het Tsjernobyl-drama in 1986. Het is belangrijk om te benadrukken dat de waarden gemeten in november extreem laag zijn in vergelijking met niveaus gemeten na de tragedie in Tsjernobyl.

Terrorisme

Hoewel de gemeten waarden van J-131 te laag zijn om een direct gevaar te vormen voor de volksgezondheid en het milieu, benadrukt de aanwezigheid van het radiologische materiaal hoe kwetsbaar de lidstaten van de EU zijn voor rampen waarbij chemische, biologische, radiologische of nucleaire materialen betrokken zijn.

De Noorse terrorist en rechts-extremist Anders Breivik onderzocht in zijn 1.500 pagina tellende manifest ‘A European Declaration of Indepence’ de mogelijkheden van terrorisme door radiologische vervuiling. J-131 kwalificeerde hij als een hoge categorie vervuiler. Ook Al-Qaida heeft openlijk de wens geuit om aanslagen te plegen met behulp van radiologische wapens. Volgens de CIA is Al-Qaida in staat om een dirty bomb te fabriceren. In tegenstelling tot een ‘gewone’ bom veroorzaakt een dirty bomb niet alleen schade door de explosie, maar komt er op het moment van ontploffing radiologisch materiaal vrij dat via verspreiding door de lucht grote gebieden kan vervuilen. 

Ondanks dat er, na 11 september 2001, in de EU een aantal verschrikkelijke terroristische aanslagen heeft plaatsgevonden, wordt de overgrote meerderheid aan terroristische complotten door veiligheidsdiensten gedwarsboomd. Bij deze pogingen werd slechts in een aantal gevallen gebruik gemaakt van CBRN materialen. CBRN materialen zijn voor terroristen minder toegankelijk dan conventionele wapens. Echter, de gevolgen van een chemische, biologische, radiologische of nucleaire aanslag kunnen vele malen ingrijpender zijn dan aanslagen met conventionele wapens.

De ‘R’ voor Radiologisch

‘CBRN’ is voor veel mensen een onbekend begrip. In potentie kunnen alle radioactieve materialen de mens fysieke schade toebrengen. Daarnaast kunnen incidenten met radiologische materialen verregaande financiële consequenties hebben. In tegenstelling tot bijvoorbeeld chemische en biologische materialen kan radioactief materiaal niet worden ‘geneutraliseerd’. Als in dichtbevolkte gebieden of financiële centra radiologisch materiaal wordt gedetecteerd, moeten deze gebieden geëvacueerd worden en kan het lang duren voordat ze weer toegankelijk worden verklaard.  

De meest voorkomende incidenten met radioactief materiaal vinden plaats met zogeheten weesbronnen. Volgens de IAEA kan een weesbron gedefinieerd worden als een radioactieve bron die op het tijdstip van ontdekking voldoende radiologische dreiging vormt om onder regelgevend toezicht te staan, maar waarop geen controle wordt uitgeoefend, hetzij omdat hierop nooit officiële controle is uitgeoefend, hetzij omdat de bron is achtergelaten, verloren, zoekgeraakt of is gestolen.

Het aantal ongebruikte radioactieve bronnen binnen de grenzen van de EU wordt geschat op 30.000. Hiervan worden er zo’n zeventig per jaar ‘wees’. Daarnaast zijn er aan de grenzen van de EU, in de voormalige Sovjet Unie, naar verluidt duizenden weesbronnen verkrijgbaar.

Waarschijnlijk het meest beruchte ongeval met een weesbron vond plaats in Goiânia, Brazilië in 1987, toen radioactief materiaal afkomstig uit een ziekenhuis op de afvalhoop van een schroothandelaar belandde. Pas na twee weken, toen de schroothandelaar en zijn familie symptomen van radiologische vergiftiging hadden ontwikkeld (misselijkheid, overgeven, brandwonden en uiteindelijk de dood), werd de ziekte gelinkt aan het materiaal afkomstig uit het ziekenhuis. Op het moment dat de Braziliaanse overheid het materiaal als radioactief bestempelde had de radioactieve stof zich al verspreid over een groot gebied. Uiteindelijk overleden er vier mensen en werden er 28 mensen ernstig ziek als gevolg van radioactieve vergiftiging. Daarnaast werden er 112.000 mensen medisch onderzocht waarvan 248 mensen radiologisch besmet bleken te zijn.

Zwak EU beleid

In de meest aansprekende beleidsmechanismen die de EU op het gebied van de interne veiligheid voorhanden heeft; het 'EU CBRN Action Plan' en de 'EU Internal Security Strategy', erkent de EU het huidige tekort aan maatregelen in de preventie van CBRN incidenten. Er zijn drie zwakheden te ontdekken in het huidige EU beleid ten aanzien van CBRN dreiging. Doordat de verantwoordelijkheid om te reageren op CBRN dreiging voornamelijk bij de lidstaten ligt heeft de EU, op de eerste plaats, niet de competentie om acties tegen CBRN gevaren te coördineren. Op de tweede plaats is de EU regelgeving op dit moment vooral gericht op het oneigenlijk gebruik van CBRN materialen in de industrie (ten behoeve van het milieu) en niet tegen het verkrijgen van CBRN materialen door terroristen. Tot slot verschilt de manier waarop de verschillende ministers van Binnenlandse Zaken van de lidstaten de EU-wetgeving aangaande de bestrijding van CBRN incidenten implementeren. Sommige lidstaten beschouwen EU-afspraken op het gebied van interne veiligheid als een minimumstandaard waar maatregelen aan kunnen worden toegevoegd. Anderen beschouwen de EU-regels voornamelijk als suggesties.

De lidstaten staan onwelwillend tegenover het overdragen van meer verantwoordelijkheden op het gebied van interne veiligheid naar de EU. Er bestaat een discrepantie tussen het Verdrag van Schengen en de manier waarop de veiligheidsdiensten van de lidstaten werken. EU-burgers kunnen immers onbeperkt de grenzen van de lidstaten passeren, terwijl de jurisdictie van de nationale veiligheidsdiensten bij de grenzen stopt. Zodoende zullen de nationale veiligheidsdiensten intensief samen moeten werken om bijvoorbeeld de verspreiding van CBRN materialen tegen te gaan.   

De detectie van J-131 in de atmosfeer boven verschillende EU-lidstaten laat goed zien dat verdere samenwerking noodzakelijk is. De zaak toont aan hoe inefficiënt nationale organen met een grensoverschrijdende zaak omgaan. De situatie is namelijk zo dat in veel lidstaten verschillende autoriteiten toezien op nucleaire faciliteiten en laboratoria waar met radioactief materiaal wordt gewerkt. De administratieve vertraging die deze situatie momenteel met zich meebrengt in Hongarije zorgt ervoor dat de precieze oorzaak van de J-131 straling nog steeds niet is achterhaald.

Samenwerking

Omdat de EU (nog) niet over de juiste competentie beschikt op het gebied van de interne veiligheid, ligt de verantwoordelijkheid voor de preventie van en het omgaan met de nasleep van een CBRN incident in de handen van de lidstaten. Vooralsnog lijken de lidstaten niet bereid om een grotere verantwoordelijkheid over te dragen aan de EU.  Het is mogelijk om een vergelijking met de huidige Euro-crisis te trekken: nationale, korte termijn, belangen lijken belangrijker dan de belangen van de EU die, op de lange termijn, voor alle lidstaten van het grootste belang zijn.

Binnen de huidige EU regelgeving is verdere samenwerking mogelijk, zonder dat fundamentele vrijheden, zoals privacy worden geschonden. Om dit te bewerkstelligen zullen de lidstaten bereid moeten zijn om meer verantwoordelijkheden over te dragen aan de EU. De EU van haar kant zal de voorwaarden voor verdere samenwerkingen moeten optimaliseren.

Valentino Vondenhoff, de auteur van dit artikel, werkt als analist voor IB Consultancy.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.