19 december, 2011 | Auteur: Janneke Francissen | Beeld: Paulina Kudzin | Trefwoord: albanie
Het schilderdoek van de burgemeester van Tirana
"Onze stad is net een circus". Dat is hoe sommige Albanezen hun hoofdstad Tirana karakteriseren. Oude communistische flats zijn beschilderd met abstracte vormen in felle kleuren rood, geel, oranje, blauw en paars. Oud-burgemeester en kunstenaar a is verantwoordelijk voor deze opmerkelijke transformatie. Waarom gaf hij zijn stad eigenlijk zo’n rigoureuze make-over? Wat zijn de reacties?
Edi Rama werd in 2000 verkozen tot burgemeester van Tirana. Hij had de hoofdstad van Albanië elf jaar onder zijn hoede. Rama, van huis uit kunstenaar, wilde zijn stad een nieuw aanzien geven. De transitieperiode na de dood van de communistische dictator Enver Hoxha, grofweg van 1985 tot het aantreden van Rama in 2000, had zijn tol geëist. Dat was onder andere te zien aan de hoeveelheid illegale gebouwen in de stad.
Onder Hoxha was Albanië vrijwel afgesloten voor de buitenwereld. Hoxha had regelmatig akkefietjes met andere communistische dictators. Zo vond hij dat de Chinese dictator Mao niet streng genoeg in de leer was omdat hij in de jaren zeventig de Amerikaanse president Nixon ontving in Peking. Hoxha verbrak de diplomatieke banden met andere communistische landen, zoals Joegoslavië en de Sovjet-Unie. Ook was hij als de dood voor een invasie van westerse, kapitalistische landen. Het kapitalistische Westen was er volgens Hoxha op uit om het communisme in Albanië te vernietigen. In de jaren na Hoxha’s dood in 1985 werd het land langzaam maar zeker opener voor invloeden van buitenaf. Deze periode werd gekenmerkt door enorme anarchie, corruptie en piramidespelen. Dit was te zien in het straatbeeld: parken waren veranderd in vuilnisbelten, en trottoirs stonden vol gebouwd met illegale kiosks.
Edi Rama initieerde vrij snel na zijn aantreden in 2000 zijn ‘schoon en groen’-campagne. Het doel van dit project was om Tirana nieuw aanzien te geven. Rama zag een toekomst voor Tirana als ‘schone en groene stad aan de Adriatische kust’. Hij had twee manieren om dat te bereiken. Enerzijds wilde Rama de stad opschonen en voorzien van nieuwe parken. De rivier Lana, die dwars door het centrum van de stad loopt, werd schoongemaakt. Er werden parken aangelegd en bijna 1.800 bomen geplant. Anderzijds wilde hij de afbrokkelende, Stalinistische flats opvrolijken. Wie Tirana nu bezoekt, ziet appartementencomplexen geschilderd in Caribische kleurencombinaties. Regenbogen en Mondriaan-achtige composities in contrasterende kleuren zijn in de hele stad te zien.
De fondsen voor de herinrichting van Tirana kwamen van de Wereldbank, de Europese Unie en het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Veel van de non-gouvernementele organisaties die begin jaren negentig in Albanië neerstreken leverden ook een bijdrage.
Kleuren als nieuwe 'organen'
Voordat het ‘schoon en groen’-project van start ging, was Tirana een ‘stad zonder organen’, vond Edi Rama. Hij stelde dat niets functioneerde zoals dat in een stad zou moeten. Er was een enorme behoefte aan herontwikkeling van de stad. Kleuren moesten de nieuwe organen gaan vormen.
Na het schilderen van het eerste gebouw in het centrum van de stad ontving Rama telefoontjes. "Er zijn honderden mensen op straat en er is een verkeerschaos", kreeg hij te horen. Volgens Rama was dit de eerste keer dat mensen discussieerden over iets wat in de publieke ruimte van de stad gebeurde. Ze waren bezig met de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving, in plaats van met vertrekken uit het straatarme Albanië. Of die betrokkenheid nu positief of negatief was, was Rama om het even. Voor hem was het vooral van belang dat de openbare ruimte opnieuw onderwerp van gesprek werd. Er waren mensen die de kleurrijk beschilderde flats helemaal niets vonden, anderen waren enthousiast. Na de onthulling van het eerste gebouw moet er sprake geweest zijn van enorme verbazing. Een felgekleurd flatgebouw was na jaren van grijze, stalinistische flats ongetwijfeld een enorme sensatie.
Rama is van mening dat het project voor meer sociale cohesie zorgt. In zijn lezing tijdens de derde Internationale Architectuur Biënnale, gehouden in 2007 in de Rotterdamse Kunsthal, stelde Rama dat de Albanese samenleving na de val van het communisme de collectieve verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte was kwijtgeraakt. "Het privé-eigendom werd leidend. Iedereen werd erg individualistisch en weigerde verantwoordelijkheid te nemen voor alles wat gebeurde buiten zijn of haar huis. De publieke ruimte werd vooral gezien als een plek voor persoonlijk gewin."
Politieke spagaat
Wanneer je als toerist de eens zo gesloten hoofdstad van Albanië bezoekt, merk je dat de stad leeft. Jongeren flaneren over de boulevards en in de stadsparken. De terrassen in de uitgaanswijk Blloku zitten vol met jongeren die aan een cappuccino nippen. Op het eerste gezicht lijkt Rama’s aanpak effect te hebben. De stad heeft weer ‘organen’ gekregen. Maar wie verder kijkt, ziet dat anders. Critici van Rama stellen dat je een stad niet verandert door enkel de muren te schilderen. De door de mediterrane zon inmiddels vaal geworden schilderingen kunnen volgens hen niet verbloemen dat het niet goed gaat met Albanië. Politiek zit het land in een spagaat.
De ‘schoon en groen’-campagne heeft de identiteit van Tirana als hoofdstad zeker veranderd. Er is meer groen bij gekomen en het centrum van de stad is een verzameling van bonte kleuren. Edi Rama heeft de aandacht van stedenbouwkundigen en architecten op Tirana weten te vestigen. In 2005 verkoos Time Magazine de burgemeester van Tirana zelfs tot een Europese held. Reden voor Rama’s uitverkiezing was de campagne ‘schoon en groen’. Onder de andere genomineerden bevond zich onder meer toenmalig burgemeester van Amsterdam, Job Cohen.
Maar wie onder de oppervlakte van alle media-aandacht kijkt, krijgt een heel ander beeld. Albanië is nog steeds een van de armste landen van Europa. Problemen met energievoorziening, een slechte infrastructuur en enorme corruptie zijn aan de orde van de dag. Dit resulteerde in bloedige rellen en een politiek conflict tussen Edi Rama en de president van Albanië, Sali Berisha. De politieke onrust van afgelopen jaar laat zien dat Albanië nog een lange weg te gaan heeft. Daarvoor biedt een likje verf geen oplossing.