20 mei, 2011 | Auteur: Andrea Bartman | Beeld: Steven Kraan | Trefwoord: haiti
Zanger, zakenman en nu de nieuwe president van Haïti
Haïti heeft een nieuwe president, zo werd op 20 april 2011 definitief bekend gemaakt. Zanger Michel Martelly zal de hoogste positie van Haïti overnemen van René Préval. Er wacht hem geen gemakkelijke taak. Haïti is straatarm en nog lang niet bekomen van de aardbeving die het land trof op 12 januari 2010. Wat zal zijn presidentschap brengen en wat deden zijn meest recente voorgangers?
De vijftigjarige Martelly, ook wel bekend onder zijn artiestennaam Sweet Micky, won de verkiezingen van 20 maart 2011 door het beloven van actie, herstel en vernieuwing. Snel resultaat, betere levensomstandigheden en meer banen zullen de Haïtiaanse toekomst kleuren, als we Martelly moeten geloven. Boven alles zal hij luisteren naar de Haïtianen. Martelly heeft zelfs een eigen stichting om rechteloze Haïtianen te helpen: Fondation Rose et Blanc. “Het is me opgevallen dat Haïti, ons prachtige land, ondanks de duizenden stichtingen die bestaan, in verval raakt”, zo stelt Martelly op de website van zijn stichting. De bevolking van Haïti wil hem graag geloven. Hij geniet vooral populariteit onder jongeren. Maar de verkiezingen zijn niet alleen een succesverhaal. De eerste ronde van de verkiezingen werd gekenmerkt door rellen, geweld, en fraude. Collega-artiest Wyclef Jean, die zich eerder ook kandidaat wilde stellen voor het presidentschap, werd in zijn hand geschoten nadat hij een verkiezingsdebat tussen Martelly en zijn tegenstander Mirlande Manigat had bijgewoond. Jean was een aanhanger van Martelly.
Haïti kent geen rooskleurige geschiedenis. Ooit was het land de rijkste en meest welvarende kolonie van Frankrijk. De Fransen werden echter gedwongen het land te verlaten als gevolg van de Haïtiaanse revolutie (1791-1804). Haïti werd de eerste onafhankelijke, zwarte staat ter wereld. De revolutie was een van de meest succesvolle slavenopstanden uit de geschiedenis. Het betekende een grote triomf voor de Haïtianen, waar ze nog steeds trots op zijn. De vrijheid bleek echter niet blijvend. Tussen 1915 en 1934 werd Haïti door de Verenigde Staten (VS) bezet. De Amerikaanse bezetters waren niet populair in Haïti. De bevolking kwam meerdere malen in opstand. Ook de rest van de twintigste eeuw werd gekenmerkt door instabiliteit en geweld, met als hoogtepunt de bloederige heerschappij van vader en zoon Duvalier. De Duvaliers, die ook bekend staan onder de namen Papa Doc en Baby Doc, hadden de macht over het land tussen 1956 en 1986 en regeerden met harde hand.
Sindsdien zijn vele stroeve pogingen gedaan om van Haïti een goed functionerende democratie te maken. Toch gaan verkiezingen nog steeds gepaard met geweld. Corruptie, discriminatie van vrouwen, mensenhandel en buitenrechtelijke moorden door de veiligheidsdiensten vormen problemen, aldus het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Of Martelly in staat zal zijn om met het verleden af te rekenen valt te betwijfelen. Toen hij nog presidentskandidaat was gaf hij al te kennen dat hij voormalige staatshoofden van Haïti graag als adviseur zou aannemen. Ook ex-dictator Jean-Claude Duvalier is volgens Martelly welkom in Haïti om hem van advies te voorzien, tot grote zorgen van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Op 16 januari 2011 kwam Baby Doc terug in Haïti en snel daarna werd het strafrechtelijk onderzoek tegen hem, dat al eerder was gestart, vervolgd. Het is met Martelly als president echter maar de vraag of Duvalier ooit terecht zal staan voor zijn misdaden.
De eerste democratisch gekozen president van Haïti was Jean-Bertrand Aristide. Die had een grote bijdrage geleverd aan de val van dictator Duvalier. Met het winnen van de verkiezingen van 1991 begon zijn eerste periode als president. Om van Haïti werkelijk een democratie te maken was echter meer nodig, zo bleek al snel. Zijn presidentschap kenmerkte zich door bescheiden vooruitgang, maar ook door onrust. Aan het democratisch gehalte van zijn presidentschap werd getwijfeld. Hij bestreed criminaliteit in het land en op het gebied van mensenrechten werden successen geboekt. Hij sprak zich volgens critici, onder wie oppositieleden, echter niet genoeg uit tegen gewelddadige wraakacties en geweld tegen zijn tegenstanders. Veel tijd om zich te bewijzen kreeg hij niet. In 1991 werd hij als gevolg van een militaire coup uit het zadel geworpen. De positieve veranderingen die hij wel teweeg had gebracht werden teniet gedaan, zo blijkt uit een rapport van het Amerikaanse Congressional Research Service (CRS).
De militaire regering die na de coup van 1991 aan de macht kwam, was op zijn zachtst gezegd niet populair bij de internationale gemeenschap. In 1994, toen de VS een militaire interventie aankondigden, stapte de regering op en kwam Aristide terug, samen met twintigduizend Amerikaanse militairen. Na verkiezingen in 1995 kwam René Préval aan de macht, een aanhanger van Aristide. De verkiezingen leken eerlijk, maar de opkomst was mager. Slechts 28 procent van de Haïtianen ging naar de stembus en verschillende partijen boycotten de verkiezingen. Het verging Préval niet heel anders dan zijn voorganger. Hij probeerde hervormingen door te voeren, maar deze stuitten veelal op verzet. Met name de economische hervormingen zorgden voor weerstand, ondanks steun van het International Monetary Fund (IMF). Opmerkelijk genoeg was Aristide een van de tegenstanders van het beleid van Préval. Vooral zijn plannen om te bezuinigen en te privatiseren waren niet populair. In 2000 kwam Aristide terug met een nieuwe partij. Deze won de verkiezingen glorieus. De opkomst: 5 tot 20 procent van de bevolking, aldus het CRS.
Hij pakte criminaliteit keihard aan en probeerde corruptie tegen te gaan. Toch eindigde dit presidentschap in een drama. Politiek geweld nam toe en in 2004 werd hij door rebellen uit Haïti verjaagd. Aristide verloor Amerikaanse steun en toenmalig president Bush drong bij hem aan om af te treden. “Het is hem niet gelukt bij zijn democratische principes te blijven. Dit heeft bijgedragen aan de polarisatie en het geweld in Haïti”, zo stelde de regering Bush. Als poging om het land te stabiliseren, werd een missie van de Verenigde Naties (VN) naar Haïti gestuurd. Ondertussen werd het land door een interim-regering geleid. Mensenrechtenactivisten beschuldigden de peacekeepers echter van het doden van burgers, zo meldde de Miami Herald. De VN ontkend.
In 2006 werden er opnieuw verkiezingen gehouden, die won voormalig president René Préval. Ooit was hij een leerling van Aristide, maar inmiddels had hij zich volledig van hem afgekeerd. Zijn tweede presidentschap kenmerkte zich door economische groei en relatieve stabiliteit, totdat Haïti werd opgeschikt door de aardbeving in januari 2010. Hierbij kwamen duizenden mensen om het leven en de levens van nog veel meer Haitïanen werden direct door de aardbeving beïnvloed. Daarna werd het land geteisterd door een cholera-epidemie.
Nu is het de beurt aan Michel ‘Sweet Micky’ Martelly. De zanger en zakenman heeft geen politieke ervaring. Hij zal hiervoor naar eigen zeggen internationaal advies inwinnen. Toch neemt dit niet het cynisme weg; is een beroemde zanger, zonder enige politieke ervaring, wel de aangewezen persoon om Haïti te leiden? Hij heeft niet alleen politiek gezien een zware taak, maar kampt bovendien met persoonlijke problemen. Afgelopen maart werd bekend gemaakt dat hij financiële problemen heeft. In Florida zou beslag zijn gelegd op drie van zijn huizen.
Niet iedereen heeft vertrouwen in een goede afloop van zijn presidentschap. Zo noemde historicus Greg Grandin Martelly de op één na grootste ramp voor Haïti. Hij hekelt onder andere de belofte van Martelly om het leger, dat vijftien jaar geleden door Aristide werd opgedoekt, in ere te herstellen. Het Haïtiaanse leger was berucht om zijn bloeddorstigheid en stond bekend om zijn mensenrechtenschendingen. Daarnaast vinden critici Martelly wel erg positief over vader en zoon Duvalier. Toen de dictators aan de macht waren runde Martelly een nachtclub en werd hij hierbij gesteund door legerofficieren en leden van de kleine heersende elite. Zelf zegt Martelly hierover in een interview met Miami Herald: “Wat mij betreft is dit geen issue. Ik houd me bezig met Haïti en met de toekomst van mijn land. Iedereen heeft in het wel eens iets verkeerd gedaan, ik weet zelfs niet over welke fouten we het hebben.”
Of Martelly in staat is politieke stabiliteit en democratie naar Haïti te brengen wordt betwijfeld. Hij is onervaren en verkeert in financiële problemen. Ook lijkt hij niet bereid ex-dictator Duvalier te berechten. En tot ongenoegen van velen wil hij het bloeddorstige Haïtiaanse leger opnieuw oprichten. Er is dus nog heel wat nodig, wil Haïti de geschiedenis van geweld, armoede en instabiliteit achter zich kunnen laten.