24 april, 2011 | Auteur: Rogier Overkamp | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland

Het debat over kernenergie leeft weer

De plannen voor een nieuwe kerncentrale in Borssele stuitten tot voor kort op weinig weerstand. Na de gebeurtenissen rond Fukushima gingen duizenden mensen echter de straat op om te protesteren tegen kernenergie, net als in 1986 na de ramp in Tsjernobyl. Hoezeer wordt het milieu- en energiebeleid beïnvloed door de grillen van de publieke opinie? Daarover ging de laatste editie van Filosofie op de Zuidas, een discussie georganiseerd door de Vrije Universiteit.

Deze donderdag 14 april 2011 was Hugo von Meijenfeldt te gast, klimaatgezant namens het ministerie van Buitenlandse Zaken en plaatsvervangend directeur-generaal bij het ministerie voor Infrastructuur en Milieu. In een gesprek met filosoof Ad Verbrugge plaatste hij het Nederlandse milieubeleid in historisch perspectief. Het is nu 25 jaar geleden dat de grootste kernramp in de geschiedenis plaatsvond, in dat kader was de bijeenkomst oorspronkelijk ook gepland. De recente ramp in Japan gaf deze discussie onverwacht een actueel gezicht. Gebeurtenissen zoals deze zijn erg belangrijk voor het milieubewustzijn, zo werd duidelijk.

Von Meijenfeldt onderscheidt drie golven in het Nederlandse milieubeleid. De eerste begint in de jaren zeventig. Dit is de tijd van de ‘zichtbare, voelbare en hoorbare’ milieuproblemen. In Nederland zijn bijvoorbeeld de rivieren ernstig vervuild. In het Rijnmondgebied is het zicht continu slecht door de uistoot van raffinaderijen en fabrieken. En in Lekkerkerk blijkt een woonwijk op giftige grond te zijn gebouwd.

Bovendien zorgde het in 1972 uitgebrachte rapport ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome voor veel opschudding, zeker als een jaar later de oliecrisis uitbreekt en het scenario van oprakende grondstoffen plotseling realiteit lijkt te worden. De jaren zeventig en begin tachtig worden zo een bloeitijd voor milieugroeperingen. Omdat zij hun zaak kunnen ophangen aan de alom zichtbare problematiek krijgen ze veel steun.

De overheid, die aanvankelijk traag reageert, weet gedurende de jaren tachtig veel problemen aan te pakken. Dat heeft als bijeffect dat de aandacht voor het milieu langzaam wegebt. “Dat is een beetje dom van ons geweest”, zegt Von Meijenfeldt. “Je moet het probleem natuurlijk zichtbaar houden.”

De tweede golf wordt gekenmerkt door veel ingewikkelder, sluipende problematiek die over de landsgrenzen heen reikt, zoals zure regen. Niet de civil society, maar de overheid neemt nu het initiatief als het om milieu gaat. Boegbeeld van het milieubeleid in deze periode is minister Ed Nijpels, die veel kwesties weet te agenderen. Milieu werd onder zijn bewind geïntegreerd in het landbouw-, verkeers-, industrie- en woningbouwbeleid. In de jaren negentig werden bovendien convenanten gesloten met het bedrijfsleven. Zwaveluitstoot werd op deze manier aangepakt. Het probleem van zure regen werd zo niet alleen met harde juridische regels, maar ook met afspraken opgelost.

In het nieuwe millennium ontstaat ten slotte de derde golf: de duurzaamheidsbeweging. People, planet, profit is nu het recept, waarbij het milieu is uitgegroeid tot volwassen peiler naast de economie en de maatschappij. Dit moet leiden tot de inmiddels alom bekende duurzame ontwikkeling. Maar in hoeverre wordt deze nieuwe leer ook gedragen door de samenleving?

Club van Rome

Wetenschappers zijn het er in grote mate over eens dat er op dit moment een aantal enorme uitdagingen bestaan. Klimaatverandering, oceaanverzuring, dreigende energie- en voedselcrises, het verlies aan biodiversiteit. Onder burgers heerst echter veel scepsis over deze kwesties, scepsis die ook heerst in de politiek. Milieupessimisme is niet populair. Als het om sombere voorspellingen gaat, wordt de Club van Rome nog wel eens aangehaald: ‘Al die onheilsprofetieën, daar hebben we ons portie al van gehad, allemaal onzin’.

“We hebben dat rapport onlangs laten doorrekenen”, zegt Von Meijenfeldt. “Het werd duidelijk dat het op de meeste punten te optimistisch is geweest.”

“Te óptimistisch?” Vraagt Verbrugge.

“Ja. We staan er nu slechter voor dan verwacht. Het blijkt erg moeilijk deze boodschap in de publiciteit te krijgen”, reageert Von Meijenfeldt.

De afgelopen decennia hebben is veel succes geboekt met het verbeteren van het directe milieu. De lucht is schoner, de zalm is terug in de Rijn, de zeehondenpopulatie is weer gezond, afval wordt steeds meer gerecycled. Het zichtbare probleem is grotendeels verdwenen. Dit heeft bij de burger het gevoel van urgentie ten aanzien van milieubeleid sterk doen afnemen. Von Meijenfeldt: “De statistieken laten zien dat vorig jaar het warmste jaar was op aarde sinds we meten. In Nederland was het echter helemaal niet zo warm. Dan zijn er dus mensen die je niet meer geloven.” Ook het onderwerp biodiversiteit valt moeilijk onder de aandacht te brengen. “Om dat zichtbaar te maken hebben we bijvoorbeeld een pandabeer nodig als icoon.”

In 1986 was het gewoon duidelijk dat kernenergie een slecht idee was. In 1973 begreep ook iedereen dat het beter was om minder auto te rijden. Hoeveel steun is er tegenwoordig nog voor de autoloze zondag? Je kunt je afvragen hoe dat zou veranderen als op dit moment in heel Nederland het licht uit zou gaan. 

De aanpak van het klimaatprobleem wordt door milieuorganisaties sterk bekritiseerd. Er is weinig steun onder de bevolking voor (dure) maatregelen om CO2-uitstoot te beperken. De politiek wil soms wel, maar zelfs voor het plaatsen van een tiental windmolens ontbreekt vaak het draagvlak. Wat dat betreft kan een land als China grotere stappen zetten. Dat niet gehinderd door democratie en publieke opinie in korte tijd voorloper is geworden op het gebied van bijvoorbeeld zonne-energie.

De situatie in Fukushima heeft de discussie over energie weer prominent op de agenda gezet. Het biedt milieugroeperingen de kans steun te winnen voor hun standpunten. Plotseling duiken ook berichten op over allerlei incidenten die in de afgelopen jaren plaatsvonden in zowel de centrale van Borssele als de reactor in Petten, meldingen die in het nieuws destijds nauwelijks genoemd werden. Opportunisme en bangmakerij, zou je kunnen zeggen, maar feit is dat de ramp in Japan het debat nieuw leven heeft ingeblazen.

Wakker geschud?

Toch is het de vraag of de gebeurtenissen rond Fukushima ernstig genoeg zijn om wereldwijd het beleid ten aanzien van kernenergie te beïnvloeden. In Azië was kernenergie juist aan een sterke opmars bezig. Zuid-Korea heeft plannen voor veertien nieuwe kerncentrales, Rusland start er voor 2030 zo’n veertig nieuwe op, China wil er voor 2020 maar liefst vijftig bouwen en 25 daarvan staan op dit moment al in de steigers. Hoewel er extra veiligheidschecks zijn aangekondigd, is de kans klein dat deze landen hun energiebeleid plotseling drastisch gaan wijzigen.

Bovendien valt het aantal slachtoffers van Fukushima vooralsnog mee, wat rationalisten aanleiding geeft te wijzen op de beperkte schade die kernenergie door de jaren heen heeft aangericht.  Per eenheid opgewekte energie veroorzaakt kernenergie veel minder slachtoffers dan fossiele brandstoffen, zo rekende New Scientist onlangs uit. Tsjernobyl is daarin meegenomen.

Een belangrijke verklaring hiervoor is de luchtvervuiling door kolencentrales, alleen in de Verenigde Staten al verantwoordelijk voor naar schatting 13.200 doden per jaar. Een ander gegeven is dat er in de geschiedenis meer slachtoffers gevallen zijn bij de winning van uranium dan bij ongelukken met kerncentrales. ‘Hoe onveilig is kernenergie dan eigenlijk?’

In Europa is de burger door Fukushima in elk geval weer wakker geschud, zoals in de jaren tachtig. In Duitsland gingen honderdduizenden de straat op om te protesteren tegen kernenergie, wat ertoe leidde dat de regering halsoverkop een stappenplan presenteerde om deze energiebron af te schaffen. Bovendien werden zeven van de zeventien kerncentrales onmiddellijk stilgelegd voor een veiligheidscontrole.

In Nederland werd ook gedemonstreerd, maar vooralsnog zijn de plannen voor de nieuwe kerncentrale, waarvan de bouw in 2015 moet beginnen, nog niet van tafel. Het blijft afwachten of bij de volgende verkiezingen het onheil van Fukushima niet al weer is vergeten.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.