12 februari, 2011 | Auteur: Sara-May Leeflang | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: nederland
Nederlandse NGO’s in Kosovo: is het nodig?
In Nederland bestaan vier NGO’s met activiteiten in Kosovo. De vraag is of deze activiteiten werkelijk ergens toe leiden. Afgelopen december was Pieter Feith – Speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo – aan het woord bij de Balkanborrel van IKV Pax Christi. Hij sprak over de situatie in het land en over het werk van de ‘European Union Rule of Law Mission’.
Om tot een antwoord te komen over het nut van de activiteiten in Kosovo is het belangrijk om kort de geschiedenis in te gaan. Servië en Kosovo hebben een ingewikkelde geschiedenis. Onder Joegoslavië hoorden de twee landen bij elkaar, maar in 1974 werd van Kosovo een autonome provincie gemaakt. In deze tijd was ongeveer 85 procent van de bevolking van Albanese afkomst, 10 procent Servisch en 5 procent van andere bevolkingsgroepen als bijvoorbeeld Roma’s.
In de jaren tachtig liepen de spanningen tussen Servische en Albanese Kosovaren hoog op. Jonge Servische academici rechtvaardigden een zeer nationalistisch, politiek denkbeeld in diverse wetenschappelijke artikelen. Het nationalistische discours werd voornamelijk onder leiding van de Servische politicus Milosevic gevoerd. Het mondde uit in een oorlog met Bosnië-Herzegovina (1990-1995) en in 1998 in een oorlog met Kosovo, waarin de nationale leiders één groot Servië wilde bewerkstelligen.
De spanningen tussen Servische en Albanese Kosovaren waren in 1998 zo hoog opgelopen dat Servië overging tot de ontruiming van de Abanezen in het gebied. Grootschalige zuiveringen werden niet nagelaten. De Albanese Kosovaren hadden als reactie hierop het Kosovo Liberation Army (KLA) opgericht, die vervolgens zuiveringen pleegden op Servische Kosovaren. In 1999 bombadeerde tenslotte de NAVO na meerdere waarschuwingen Belgrado en dat dwong Milosevic te stoppen. De strijd om Kosovo anno nu is er een van legitimiteit. Wie heeft recht op Kosovo? Om de eigen claim te rechtvaardigen zijn er de afgelopen twee decennia talloze verschillende interpretaties van de geschiedenis gebruikt.
De ware geschiedenis van Kosovo valt dus moeilijk te beschrijven. De schuldvraag wordt heen en weer geschoven en dit maakt het moeilijk voor een buitenstaander om het verleden te begrijpen. Ook EULEX, de Europese missie in Kosovo (European Union Rule of Law Mission) kampt met dit probleem. De missie had onder andere de taak om de meest recente verkiezingen in december 2010 in goede banen te leiden, maar de Kosovaarse bevolking heeft geen hoge pet op van EULEX. “Er bestaat een constante strijd tussen de corrupte Kosovaarse regering en de Europese Missie”, vertelden Albanese Kosovaarse deelnemers van het ‘Our Future Network’ project van IKV Pax Christi in 2010. “Zodra er iets mis gaat schuiven zij de schuld af op elkaar.” De radicale Kosovaarse partij, Vetëvendosje (Zelfbeschikking), die actie voert tegen beide partijen wint hierdoor steeds meer respect van menig Kosovaar. De leden van die partij hebben in het verleden EULEX wagens vernield en voeren actie tegen de eigen corrupte regering. Bij de verkiezingen behaalden zij 16 procent van de stemmen.
NGO’s kunnen hier als onafhankelijke derde partij zorgen voor vertrouwen en erkenning. Volgens Pieter Feith zijn er meer dan 5.000 NGO’s aanwezig in Kosovo. Maar de vraag is of hun activiteiten werkelijk ergens toe leiden. Tijdens de verkiezingen observeerden zij de ontwikkelingen. Verlopen deze rechtvaardig? Is er sprake van geweld? En wat is de opkomst? In dit opzicht is de aanwezigheid van NGO’s van groot belang, omdat zij als onafhankelijke organisatie vrijuit kunnen rapporteren over de omstandigheden.
De huidige politieke situatie in Kosovo is erg lastig. De net verkozen premier Hashim Taci behoorde vroeger tot de omstreden KLA en wordt beschuldigd van het handelen in organen. Corruptie viert hoogtij in het kleine land, de economie komt nauwelijks van de grond en er heerst een werkeloosheid van 45 procent. Het noordelijke deel Mitrovica waar nu nog alleen Serven leven heeft zich volledig afgescheiden van de rest van Kosovo. Tot voor kort kon geen enkele Albanees zonder gevaar het gebied betreden. Het deel wordt financieel gesteund door Servië en leeft al jaren in parallelle instituties. Verder wordt Kosovo door vijf leden van de Europese Unie niet erkend.
Wat kunnen bijvoorbeeld Nederlandse NGO’s dan doen aan de situatie van Kosovo? Zij blijken met name van belang omdat het land erg afhankelijk is van buitenlandse subsidies. Nederlandse NGO’s brengen relatief gezien veel geld in het laatje. Volgens een database van de Radbout Universiteit in Nijmegen zijn er vier Nederlandse NGO’s aanwezig in Kosovo; ‘Spark’, ‘Care Nederland’, ‘Press Now’ en ‘SOS kinderdorpen’, die een totaal van 2.056.067 euro uitgaven in het jaar 2009. Veel voorkomende thema’s in hun activiteiten zijn: educatie, verzoening en dialoog.
Arber Hajrizai, één van de Albanese Kosovaarse deelnemers van ‘Our Future Network’ 2010 vertelde dat zij deelname van Nederlanders van belang vond aangezien die vragen stelden over de dagelijkse dingen waardoor er een ander perspectief werd geïntroduceerd. Zaken uit het verleden deden even niet meer ter zake. Nu draait het waarschijnlijk niet zozeer om het ‘Nederlandse’ aspect, maar meer om de interesse van personen met een andere nationaliteit die de situatie willen begrijpen omdat ze het zelf niet hebben meegemaakt. “Als een klein groepje nieuwe inzichten krijgt kunnen zij hun ervaringen delen met de omgeving thuis”, aldus Arber Hajrizai.
Volgens Pieter Feith kampt Kosovo met een imago probleem. Het is een jonge staat in Europa en zou veel beter de internationale steun die het nodig heeft kunnen aanspreken als niet de georganiseerde misdaad en corruptie het land parten zou spelen. “NGO’s kunnen ervoor zorgen dat het imago op kleine schaal wordt verbeterd”, denkt Feith. Maar die taak ligt voornamelijk bij de Kosovaren zelf, zowel bij de Albanese als bij de Servische Kosovaren.