7 november, 2010 | Auteur: Andrea Bartman | Beeld: Sonia Bicker | Trefwoord: nederland

Artikel 15c: uitvlucht voor Somalische asielzoekers

Nederland staat altijd vooraan wanneer het gaat om mensenrechten. Althans, dat is het beeld dat heerst. Maar klopt dat (nog) wel? Afgelopen 2 september zette Nederland een Somaliër gedwongen uit naar zijn land van herkomst. En meer uitzettingen naar de Somalische hoofdstad Mogadishu staan op de planning. Schendt Nederland hiermee internationale verdragen?

Somalië wordt jaar op jaar uitgeroepen tot het meest mislukte land ter wereld. De overheid van het Afrikaanse land heeft alleen een deel van Mogadishu onder controle, waaronder het vliegveld. De rest van het land is in handen van verschillende opstandige gewapende groeperingen. Al-Shabaab (‘de jeugd’) boekt hiervan de meeste successen. Deze streng islamitische groepering staat op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties en is verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de aanslagen in Kampala tijdens de finale van het WK voetbal 2010.

Bij de aanslagen in de Oegandese hoofdstad kwamen 74 voetbalfans om het leven. De overheid is constant in gevecht met de gewapende groeperingen en ook de opstandelingen liggen regelmatig met elkaar overhoop. Bij deze gevechten zijn al veel burgers om het leven gekomen. Alle partijen maken zich schuldig aan mensenrechtenschendingen, bijvoorbeeld door het gebruik van zware wapens en geïmproviseerde explosieven in dichtbevolkte gebieden. Dagelijks worden doden gemeld als gevolg van bommen, beschietingen en ander geweld. Door het gebrek aan overheidsgezag viert criminaliteit en banditisme hoogtij.  

In Somalië wonen meer dan anderhalf miljoen ontheemden. Vaak wonen zij onder erbarmelijke omstandigheden in kampen. Er is tekort aan voedsel en medische voorzieningen en regelmatig breken besmettelijke ziektes uit. Iedereen in deze kampen loopt risico slachtoffer te worden van overvallen en (seksueel) geweld. Rebellengroepen rekruteren jonge jongens in deze kampen. En er komen alleen maar meer ontheemden bij. In de eerste acht maanden van 2010 ontvluchtten zeker tweehonderdduizend mensen uit Mogadishu hun huizen. 

Onacceptabel lijden

Er is geen Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Somalië en Buitenlandse Zaken stuurt haar personeel wegens het gevaar niet naar dit land. Buitenlandse Zaken adviseert alle Nederlanders in Somalië om het land direct te verlaten. Veel internationale organisaties hebben zich al uitgesproken tegen gedwongen terugkeer naar Somalië. De UNHCR spreekt van één van de ergste humanitaire crises in de wereld en een onacceptabel lijden voor de Somalische burgerbevolking. In juli 2010 spraken zowel Human Rights Watch (HRW) als Amnesty International zich uit tegen de plannen van de Nederlandse overheid om Somaliërs uit te zetten. Dit vanwege de zeer ernstige veiligheidssituatie in Somalië. Volgens HRW is terugkeer niet alleen gevaarlijk, het zou zelfs een potentieel doodvonnis kunnen betekenen.  

“Amnesty International is tegen alle gedwongen uitzettingen naar Somalië, zolang de veiligheidssituatie en mensenrechtensituatie zo slecht is als nu”, stelt Ruud Bosgraaf, woordvoerder van de organisatie. Hij benadrukt dat Amnesty International zelf onderzoek doet naar de situatie in Somalië en haar mening baseert op eigen informatie. Het onderscheid tussen gedwongen en vrijwillige terugkeer is voor de organisatie belangrijk. “Als Somaliërs vrijwillig terug willen keren naar Somalië heeft Amnesty International daar niets op tegen”. Maar veel Somaliërs die de lange weg hebben afgelegd om Nederland te bereiken, willen niet terug.

Ook VluchtelingenWerk Nederland verzet zich tegen uitzettingen naar Somalië. De organisatie is van mening dat "alle uitzettingen naar Somalië via Mogadishu onverantwoord zijn". Volgens Annemiek Bots, woordvoerder van de organisatie,  is de situatie daar is nu "gewoonweg veel te gevaarlijk".

Het hevigste geweld in Somalië concentreert zich in Mogadishu. In de gebieden waar het rustiger lijkt, is in veel gevallen Al-Shabaab aan de macht. Burgers lopen hier vaak minder risico om per ongeluk in gevechten verzeild te raken. Onderdrukking en terreur is hier echter aan de orde van de dag. Mensen kunnen voor alles opgepakt worden, bijvoorbeeld voor het luisteren naar muziek of het kijken van een voetbalwedstrijd. Straffen zijn willekeurig en draconisch. Zelfs steniging komt voor, en wie verdacht wordt van diefstal loopt risico op amputatie van zijn hand. Daarnaast is het nergens zeker hoe lang een bepaalde groepering ergens aan de macht blijft. Regelmatig wordt er om gebieden in Somalië gevochten en krijgen burgers te maken met nieuwe machthebbers.  

Bij het besluiten van het toekennen of afwijzen van een asielvergunning moet Nederland rekening houden met internationale verdragen die door Nederland zijn getekend. Ten eerste is er het VN Vluchtelingenverdrag. Volgens dit verdrag heeft iedereen recht op bescherming bij wie gegronde vrees bestaat dat hij of zij bij terugkeer in het land van herkomst vervolgd wordt wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging. Asielzoekers vrezen bijvoorbeeld voor de overheid waar ze zich negatief over hebben uitgelaten. In het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) zijn de mensenrechten vastgesteld die binnen Europa gelden. Landen die lid willen worden van de Europese Unie zijn verplicht dit verdrag te ratificeren. Dus Nederland ook. Voor asielzoekers is in het bijzonder artikel 3 van dit verdrag van belang. Dit verbiedt foltering en onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing. In de meeste gevallen doen asielzoekers een beroep op dit artikel om persoonlijke omstandigheden. Zo vrezen vrouwen bijvoorbeeld voor besnijdenis of voor eerwraak, vanwege een onrechtmatig huwelijk.  

Artikel 15c Europese definitierichtlijn

In de voorgaande gevallen is het asielrelaas van de asielzoeker doorslaggevend. Hij of zij zal moeten aantonen dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden in gevaar is in het land van herkomst. Toch zijn er ook manieren om een zonder persoonlijk risico een vergunning in Nederland te kunnen krijgen. Veel asieladvocaten doen tegenwoordig een beroep op artikel 15c van de Europese definitierichtlijn. In deze richtlijn zijn minimumnormen vastgesteld met betrekking tot het asielbeleid. Personen die afkomstig zijn uit gebieden waar sprake is van een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld hebben, volgens artikel 15c, recht op bescherming in Europa.  

Daarnaast heeft Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) aangegeven dat in "extreme gevallen van algemeen geweld" iedereen die in een bepaald gebied aanwezig is, risico loopt slachtoffer te worden van een 3 EVRM-schending. De persoonlijke omstandigheden kunnen dan buiten beschouwing worden gelaten. Het is dan ook het EHRM dat tot nu toe veel Nederlandse uitzettingen naar Somalië heeft kunnen voorkomen met een voorlopige maatregel: de zogenaamde interim measure. In het geval van de Somaliër die in september werd uitgezet, heeft Justitie de advocaat echter zo laat op de hoogte gebracht van de uitzetting, dat er simpelweg geen tijd meer was voor het aanvragen van een interim measure.

VluchtelingenWerk Nederland is blij met de interim measures, zo laat Annemiek Bots weten. Er mag hierdoor voorlopig niet uitgezet worden naar Somalië, totdat het EHRM inhoudelijk naar de zaak gekeken heeft. “Maar VluchtelingenWerk hoopt dat Nederlandse regering ook gaat inzien dat terugkeer naar het door oorlog verscheurde Somalië pas aan de orde kan zijn als de situatie in Zuid- en Centraal-Somalië duurzaam is verbeterd”, aldus Bots.

Algemeen of willekeurig geweld?

De vraag is dus: is er in Somalië sprake van een extreem geval van algemeen geweld of van een uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld? Uiteraard staan deze definities open voor interpretaties. Wat is uitzonderlijk en wanneer is een situatie extreem? Ook is het laatste woord nog niet gezegd over de verschillen en overeenkomsten tussen deze definities. Geweld is in Somalië aan de orde van de dag en de UNHCR vind dan ook dat asielzoekers uit Somalië in Europa bescherming zouden moeten krijgen door middel van artikel 15c van de Europese definitierichtlijn. Toch vinden rechters in Nederland bijna nooit dat er in landen van herkomst sprake is van een ‘15c-situatie’, ook niet in Somalië.   In januari 2010 boekte een Somalische asielzoekster een groot succes. Haar zaak kwam voor de hoogste Nederlandse vreemdelingenrechter (de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State). Die floot de staatssecretaris van Justitie terug, omdat zij onvoldoende had aangetoond dat er geen ‘15c-situatie’ aanwezig was in Mogadishu. In andere uitspraken werd echter besloten dat in andere Somalische gebieden geen sprake is van een dergelijke veiligheidssituatie.  

Als er inderdaad veilige gebieden zijn in Somalië, moet er ook rekening mee worden gehouden dat vliegtuigen met uitgeprocedeerde asielzoekers in Mogadishu landen. Op 9 september 2010 kwamen bij een zelfmoordaanslag door Al-Shabaab op de internationale luchthaven van Mogadishu ten minste vijf mensen om het leven. Dit is het vliegveld waar asielzoekers aankomen als zij vanuit Nederland worden uitgezet. Daarnaast is reizen gevaarlijk en komen mensen die Mogadishu verlaten vaak in kampen terecht. Het is dus maar de vraag of mensen die in Mogadishu achter worden gelaten werkelijk een veilig heenkomen zullen vinden.  

Mogelijk maakt dit binnenkort echter niet veel meer uit. VVD, CDA en PVV zijn namelijk van plan een strenger migratiebeleid te voeren. Omdat dit hoogstwaarschijnlijk niet past binnen internationale verdragen en richtlijnen zijn zij dan ook van plan om te proberen deze verdragen en richtlijnen aan te passen. Nu al is het niet makkelijk om in Nederland een asielvergunning te krijgen. Veel asielaanvragen van Somaliërs worden afgewezen. In de toekomst wordt het voor deze mensen mogelijk nog moeilijker om in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen.

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.