1 oktober, 2010 | Auteur: Andrea Bartman | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: litouwen

De Litouwse strijd om genocide

De Tweede Wereldoorlog is meer dan 65 jaar voorbij. Toch is de herinnering aan de Holocaust nog steeds reden tot verhitte debatten, emoties en strijd. In Nederland laaien soms discussies op over het herdenken van de Holocaust, bijvoorbeeld bij het wel of niet uitnodigen van de Duitse ambassadeur op 4 mei. Ook in Litouwen is dit thema aan de orde van de dag.

In de Litouwse hoofdstad Vilnius bevindt zich het Museum of Genocide Victims. Dit museum is gehuisvest in het gebouw dat ooit het hoofdkwartier was van de KGB, voorheen de belangrijkste Russische geheime dienst. In de kelder van het gebouw zijn nog steeds de cellen te zien waar gevangenen hun laatste uren hebben doorgebracht, toen Litouwen nog een Sovjet republiek was. Het museum is indrukwekkend, maar er is ook iets vreemds aan de hand. Tijdens de bezetting door de Nazi’s fungeerde het gebouw als Gestapo-hoofdkwartier. Bij deze bezetting kwam meer dan 90% van de Joodse bevolking in Litouwen om het leven. Ook het woord ‘genocide’ in de naam van het museum doet vermoeden dat de Holocaust een rol speelt in het museum. De Joden worden echter nergens genoemd. Waar de Tweede Wereldoorlog in Nederland een zeer grote rol inneemt in de herdenkingscultuur, lijkt dit in Litouwen te worden overstemd door de communistische bezetting. Wat is er aan de hand in deze Baltische Staat?

Voordat Hitler in 1941 Litouwen binnenviel, was het land bezet door de Sovjet-Unie. Deze bezetting duurde uiteindelijk één jaar en werd gehaat door grote delen van de Litouwse bevolking. Ook de Litouwse Joden hadden te lijden onder het repressieve Sovjetregime, maar om voor de hand liggende redenen vreesden zij de Nazi’s meer dan de communisten. Dit resulteerde in een hardnekkige mythe, waarin de Joden werden gezien als handlangers van de Bolsjewieken. Toen de Nazi’s Litouwen binnenvielen werden zij door veel Litouwers met open armen ontvangen. Men hoopte dat de Duitsers een deel van de Litouwse onafhankelijkheid terug zouden kunnen geven. Dit bleek een illusie.

In 1944 werd Litouwen opnieuw een Sovjetrepubliek. Deze bezetting, zoals dit door de meeste Litouwers werd gezien, duurde echter veel langer dan de eerste en pas in 1990 werd Litouwen opnieuw onafhankelijk. Ook de tweede Sovjetbezetting werd door de Litouwers gehaat. De communisten herdachten de Tweede Wereldoorlog, maar deden dit op geheel eigen wijze. De slachtoffers van de Nazi’s werden op monumenten ‘vreedzame Sovjet burgers’ genoemd en voor de Joden als aparte groep slachtoffers, was binnen de Sovjet-ideologie geen plaats.

Toen Litouwen in 1990 onafhankelijk werd, was het groot feest in het hele land. Nog steeds is 11 maart, de dag van de hernieuwde onafhankelijkheid, een nationale feestdag. Sindsdien wordt ook aandacht besteed aan de gruwelijke misdaden gepleegd onder de naam van het communisme. Musea, zoals het Museum of Genocide Victims, werden geopend, er werd onderzoek gedaan, er verschenen boeken en misdadigers werden berecht.

Tegelijkertijd betekende de onafhankelijkheid voor de Joodse gemeenschap dat ook zij, na al die jaren, de Holocaust op eigen wijze konden herdenken. De ‘onschuldige Sovjetburgers’ werden van monumenten verwijderd en de Joden werden als slachtoffers toegevoegd. Onderzoek naar de Holocaust kon nu plaatsvinden zonder belet te worden door de Sovjet-ideologie. Joden en Litouwers gingen dus tegelijkertijd aandacht besteden aan het eigen leed. Dit resulteerde in strijd, een strijd om het slachtofferschap.

De naam van het eerdergenoemde Museum of Genocide Victims is misschien toch niet zo vreemd als het lijkt. In Nederland zullen we het woord ‘genocide’ niet snel gebruiken voor de communistische misdaden in Oost-Europa (hoewel er geluiden opgaan om de hongersnood in Oekraïne, die Stalin bewust in gang zette, als genocide te bestempelen). In Litouwen zijn de misdaden gepleegd tijdens de Sovjetbezetting officieel genocide. Dit staat namelijk vermeld in de Litouwse grondwet. Het zal niet verbazen dat dit weerstand oproept bij de Joodse gemeenschap in Litouwen. “Geen enkele Litouwer is omgebracht alleen maar omdat hij Litouwer was. En de Litouwers zijn er nog. Van de Joodse gemeenschap is nauwelijks meer iets over”, is de treurige constatering van Rachel Kostanian . Rachel is het hoofd van de Holocaust Afdeling van het Joods Museum in Vilnius en heeft zelf de Holocaust overleefd door naar de Sovjet-Unie te vluchten. Ze probeert zich echter niet meer druk te maken over dergelijke zaken: “Het is hun grondwet.”

Collaboratie is het sleutelwoord als het gaat om de ingewikkelde kwesties rondom het herdenken en herinneren van de Holocaust. Litouwse Joden zouden graag zien dat dit actief erkend wordt in schoolboeken, in musea en waar ook maar mogelijk. Vanuit de politiek wordt collaboratie niet ontkend, in 1995 bood minister president Algirdas Brazauskan zelfs zijn excuses aan in de Israëlische Knesset. Over het algemeen is het echter het leed van de Litouwers dat de aandacht krijgt. Zo nu en dan gaan er geluiden op die pleiten voor de zogenaamde ‘symmetrie theorie’. Volgens deze theorie waren Litouwers inderdaad medeverantwoordelijk voor de moord op Litouwse Joden. Maar de Joden waren schuldig aan deportaties van Litouwers tijdens de eerste Sovjet bezetting. Dus als de Litouwers hun excuses aan moeten bieden voor collaboratie, dan moeten de Joden, volgens deze theorie, hetzelfde doen.

In 2008 werd de Verklaring van Praag opgesteld en onder anderen ondertekend door de Litouwse ex-president Vytautas Landsbergis. Deze verklaring pleit voor het gelijkstellen van Hitlers misdaden aan de misdaden van het communisme. Volgens critici betekent dit bagatellisering van de Holocaust, zo is te lezen op de website holocaustinthebaltics.com, in het leven geroepen door professor in Jiddisch Dovid Katz. Op deze website wordt felle kritiek geleverd op deze verklaring en zijn artikelen van critici verzameld. Zo wordt bespreking van de verklaring in het Europese parlement afgekeurd. Ook verwijst een link op de website naar de resolutie van het Europees Parlement van 2 mei 2009, waarin wordt opgeroepen tot een herdenkingsdag voor slachtoffers van alle autoritaire regimes. In de resolutie wordt gewezen op de uniciteit van de Holocaust, maar de ‘gemeenschappelijke erfenis’ staat centraal. Op Katz’ website wordt fel gereageerd en het aannemen van de Verklaring van Praag in Europa wordt afgedaan als een poging tot geschiedvervalsing.

Veel van de Joden die in Litouwen werden vermoord, brachten hun laatste uren door in de bossen van Paneriai, een klein plaatsje net buiten Vilnius. Hier werden zij vermoord door de Duitsers en hun Litouwse helpers, die meestal het vuile werk op mochten knappen. Na de oorlog plaatsten de communisten hier monumenten. Hierbij werd echter geen aandacht besteed aan de Joden. Toen Litouwen onafhankelijk was geworden, wilden ook Joden hier een monument neerzetten, dat betaald zou worden met geld uit Israel. Er ontstond echter onenigheid over de tekst die op het monument zou komen. De Joodse initiatiefnemers voor het monument wilden de daders ‘Nazi’s en hun plaatselijke helpers’ noemen. De tekst zou in vier talen verschijnen, namelijk Russisch, Litouws, Jiddisch en Hebreeuws. De Litouwse overheid wilde echter dat het woord ‘plaatselijk’ uit de tekst zou verdwijnen. Uiteindelijk werd gekozen voor een middenweg en verscheen de tekst enkel in het Jiddisch en Hebreeuws.

De geschiedenis van Litouwen van de twintigste eeuw is complex en het herdenken van deze geschiedenis is dit ook. Het land is jong en op zoek naar nationale trots. In deze zoektocht wordt gekeken naar het verleden. Zolang er geen overeenstemming bestaat over dit verleden, zal het herdenken van de geschiedenis oorzaak zijn van strijd.

Bronnen:

Holocaust in the Baltics, http://www.holocaustinthebaltics.com

Verklaring van Praag, http://praguedeclaration.org

Vilna Gaon Jewish State Museum in Vilnius, http://www.jmuseum.lt

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.