20 augustus, 2010 | Auteur: Nina Manuhutu | Beeld: H. Trijssenaar | Trefwoord: nederland

De Wet WIJ, vloek of zegen?

Wie vorig jaar werkloos was of werd, kon beroep doen op een bijstandsuitkering. Door een nieuwe regeling, Wet Investeren in Jongeren (WIJ), is dit voor gezonde jonge mensen tot 27 niet meer mogelijk. De wet is erop gericht jongeren te stimuleren een diploma te halen of baan te vinden. Maar werkt deze wet wel? Wat zeggen vóór en tegenstanders hierover? 

De Wet Investeren in Jongeren (WIJ) is sinds 1 oktober 2009 van kracht. Gemeenten zijn daardoor verplicht om jongeren van 18 tot 27 jaar, die zich melden voor een uitkering, een aanbod te doen. Het kan hierbij gaan om werk, scholing of een combinatie hiervan. Het aanbod moet passen bij de situatie van de persoon die het aanvraagt. De regering wil met deze wet jongeren stimuleren om een diploma te halen, een baan te zoeken of om te werken én studeren. Mensen die een beroep op de WIJ doen, kunnen zichzelf niet aanmelden voor een reguliere een (V)MBO of HBO-opleiding. Uiteindelijk bepaalt de gemeente hoe het werkleeraanbod eruit ziet, maar de aanvrager kan wel zijn of haar wensen kenbaar maken. 

De wet geldt niet voor iedereen. Jongeren met bijvoorbeeld een handicap houden wel recht op financiële ondersteuning. Zelfstandigen of mensen met onbetaald verlof zijn van de regeling uitgesloten. Zestien- en zeventienjarigen die geen scholing of opleiding volgen, minder dan 16 uur per week werken kunnen wel een aanvraag voor een werkleeraanbod doen, net als werkloze jongeren tussen de 18 en 27 jaar. Hiervoor geldt dat het eigen inkomen lager moet zijn dan wat de aanvrager op grond van de Wet WIJ aan inkomen kan ontvangen, de zogeheten inkomensvoorzieningsnorm.

Vakbond FNV Jong zet vraagtekens bij de nieuwe regeling. Het zou zelfs een mislukking zijn, zo verklaarde voorzitter Jeroen de Glas in een uitzending op Radio1 van 1 juni jl. Nog geen vijf procent van de jongeren zou een werkleeraanbod van de gemeente krijgen, omdat er niet voldoende banen en stageplaatsen zouden zijn. FNV Jong heeft onderzoek gedaan onder vierduizend jongeren. Hiervan waren er 500 tot 600 werkloos. De bevindingen van de jongerenvakbond werden niet overal even hartelijk ontvangen, omdat deze niet representatief zouden zijn. 

Jeroen de Glas is van mening dat er niet zo zeer gekeken moet worden naar het probleem, maar naar de uitvoerder van de wet, namelijk de overheid. “Natuurlijk wil de overheid de wet in stand houden, ze willen geen flater slaan.” Volgens hem is een verbeterd arbeidsbeleid een betere manier. “Ik denk niet dat de wet WIJ kan slagen. Ook niet als deze voor alle leeftijden gaat gelden, vanwege het feit dat veel gemeenten een arbeidsmarktbeleid missen waarin alle instanties goed samenwerken om mensen aan de slag te krijgen. Het is beter om het recht op bijstand te behouden, als de jongere uiteindelijk maar zicht op werk heeft.” Volgens De Glas moeten instanties beter samenwerken, zodat er meer werkplekken ontstaan. “Een goed regionaal arbeidsmarktbeleid is op langere termijn een betere investering.”

De Glas noemt nog een ander probleem van de Wet WIJ. Werkloze jeugd moet ook werk onder het eigen opleidingsniveau accepteren. De vakbondsvoorzitter ziet dit als achteruitgang voor deze groep, omdat een dergelijke baan niet goed op hun cv zou staan, waardoor zij minder snel worden aangenomen bij een werkgever die wél bij ze past. Bovendien zouden jongeren onvoldoende op de hoogte zijn van hun rechten als zij bij gemeenten aankloppen. Er zouden niet genoeg banen of stageplaatsen beschikbaar zijn. De Glas: “De Wet WIJ is een mislukking. Als jij een wet in oktober begint, kun je niet zeggen dat je ermee wilt oefenen. Bovendien is er nu meer jeugdwerkloosheid.”

Bij het indienen van het wetsvoorstel waren meer voor- dan tegenstanders. Er is twee jaar gesproken over de wet WIJ. Veertien instanties die werkzaam waren met jongeren in de bijstand stemden tegen. De Glas: “De regering heeft zich daar niets van aangetrokken. Wij waarschuwden dat deze manier van jongeren aan het werk krijgen, niet effectief genoeg zou zijn. Bovendien zou het veel geld gaan kosten, dat onder andere besteed moet worden aan computersystemen. Ik vind het erg dat het zo snel doorgevoerd moest worden. Er werd niet geluisterd naar anderen, naar mensen die een uitkering hadden en die daar ineens niet langer recht op hadden.”

Kamervragen

De wet WIJ wordt binnen twee jaar geëvalueerd. PvdA-Kamerlid Hans Spekman kan daar niet op wachten en heeft Kamervragen gesteld naar aanleiding van de opmerkingen van FNV Jong. De politicus vindt het goed dat de wet is ingevoerd, maar hij is niet tevreden over de uitvoering ervan. “Het uitgangspunt is goed, want als je later gaat leren of werken is het moeilijker om aan de slag te komen. Er zijn steeds minder jongeren die zich melden, dat is jammer.”

Volgens Spekman moeten gemeenten meer doen om zwakkeren in de samenleving te helpen. “Met zwakkeren bedoel ik laagopgeleiden, ongeschoolden en allochtonen. Terwijl andere groepen kansen krijgen, blijven zij vaak aan de kant staan. De hoger opgeleide allochtonen hebben over het algemeen minder problemen om een baan te krijgen.” 

De VVD vindt het een goede zaak dat jongeren niet zomaar bijstand krijgen. Toch is de partij kritisch ten opzichte van de wet. Een woordvoerder van de partij zegt hierover: “Het is een stap in de goede richting dat jongeren niet langer automatisch een bijstandsuitkering ontvangen. De VVD betreurt echter dat de leerwerkplicht is afgezwakt tot een afdwingbaar recht op een werkaanbod van de jongere.” De VVD had liever gezien dat de verantwoordelijkheid voor het vinden van een baan bij de jongere zelf had gelegen, in plaats van bij de gemeente. “Dit is vanuit liberaal oogpunt principieel onjuist. Bovendien zal de werklast voor gemeenten als gevolg van deze wet toenemen en blijven teveel mogelijkheden bestaan om onder leren of werken uit te komen.”

Jongeren zelf zijn niet allemaal kritisch over de wet. Ilonca Hiemstra studeerde in 2009 af voor de opleiding HBO Rechten. Ze is gespecialiseerd in arbeids- en ondernemingsrecht. Momenteel vervolgt zij haar opleiding op universitair niveau en werkt ze als receptioniste op een advocatenkantoor. Hiemstra beschouwt de Wet WIJ niet als mislukt.  “Ik snap dat FNV Jong spreekt van een mislukking, vooral omdat FNV Jong opgericht is voor jongeren, en aan de kant staat van de werknemer. Ondanks dat jongeren sneller en makkelijker aan het werk komen, zijn ze tegenwoordig ook kwetsbaar door alle nieuwe regelingen die zijn ingevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de regeling dat er vier opeenvolgende arbeidscontracten mogen worden gegeven in plaats van drie. De Wet WIJ maakt de jongeren nog kwetsbaarder, doordat zij bij baanverlies geen uitkering kunnen krijgen.”

Toch ziet Hiemstra de goede kanten van de wet. “Het zet jongeren er eerder toe de arbeidsmarkt weer op te gaan. Zij zijn genoodzaakt om meer te solliciteren en om voorlopig een baan onder hun niveau aan te nemen. De huidige uitkering voor jongeren is redelijk hoog, helemaal voor iemand die zijn bijbaan verliest en niet snel aan het werk komt.” De jonge juriste is er geen voorstander van dat gezonde jongvolwassenen een uitkering krijgen. “Jonge mensen zouden geen uitkering meer mogen ontvangen, omdat zij zich makkelijker op de arbeidsmarkt kunnen bewegen dan anderen. Zij zijn gewild, omdat ze minder verdienen en harder werken dan ouderen. Ze vinden makkelijker en sneller een baan, dus ik zie niet in waarom jonge mensen een uitkering genieten als de arbeidsmarkt voldoende alternatieven biedt.”

Over het kritiekpunt van FNV Jong dat jongeren soms gedwongen onder hun niveau te werken zegt Hiemstra: “Als je eenmaal een bepaalde sector bent ingerold, kan dat ervoor zorgen dat je eerder aan de slag komt. Houd je ogen en oren open, zeker nu er veel interne vacatures zijn.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.