7 juli, 2010 | Auteur: Karlijn Muiderman | Beeld: Karlijn Muiderman | Trefwoord: trinidad
Is er ruimte voor klimaatbeleid in een ontwikkelend land?
Karlijn Muiderman studeert International Development Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Hiervoor doet zij drie maanden veldonderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van klimaatbeleid in Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad en Tobago. De invoering van een klimaatbeleid en de bijbehorende reducties en consumindering stuit op veel obstakels in het land waar koloniale verleden nog vers voelt en olie en gas de economie draaiende houden.
Karlijn Muiderman over haar masteronderzoek (full quote):
Mijn onderzoek is onderdeel van het EduLink programma, een samenwerkingsverband tussen de UvA en verscheidene universiteiten in de Cariben en noordelijk Zuid-Amerika, waaronder de University of the West Indies (UWI) in Trinidad. Het programma is door de EU gesubsidieerd en heeft als doel bewustwording en kennis over de gevolgen van klimaatverandering in de regio te vergroten. Het is een vergelijkend onderzoek met twee andere studenten in Guyana en Suriname.
De opwarming van de aarde en klimaatverandering is wereldwijd erkend als het grootste gevaar van de 21e eeuw. Met de ondertekening van het Kyoto Protocol erkent Trinidad en Tobago klimaatverandering. Deze zal de landen die institutioneel zwakker zijn harder treffen, omdat ze minder expertise en overheidsstructuur hebben om op adequate en snelle manier te handelen dan ontwikkelde landen. Trinidad en Tobago heeft daar bovenop nog een risicofactor. Het is een ‘Small Island Developing State’ (SIDS), een ‘ontwikkelingseiland’ met veel lage kustgebieden, en loopt daarmee een groter gevaar op overstroming.
Het onderzoeksgebied is de hoofdstad Port of Spain en de stedelijke gordel in Trinidad en heeft meerdere lage kustgebieden. De toenemende variatie in het klimaat zal met name in dit gebeid grote gevolgen hebben, omdat het overgrote deel van de bevolking van Trinidad en Tobago woont en werkt in de hoofdstad die tegelijk een laag kustgebied is.
Door middel van metingen van het meteorologisch instituut aan de kustlijn is vastgesteld dat er sprake is van een stijging van 1,6 tot 3,0 milimeter per jaar over de periode van 1984 tot 1992. Recente metingen hebben aangegeven dat de temperatuur is toegenomen met 1,7 graden Celsius in de periode van 1961 tot 2008. Dat is een stijging van 0,36 graden per 10 jaar. Andere risico’s variëren van kritieke situaties zoals een toenemend aantal aardbevingen en overstromingen en geleidelijke verandering in biodiversiteit en landbouw die de voedselvoorziening in gevaar brengen.
Van plantages naar olie
Trinidad heeft een voormalige plantage-economie en is in koloniale jaren gebruikt door de Britten, Fransen en Nederlanders voor de productie van suiker, cocao, kokos, fruit, groente en specerijen. De ontdekking van olie halverwege de 19e eeuw veranderde dit drastisch. De olie is zowel een vloek als een zegen. De economie is met een sneltreinvaart gestegen. Met een groei van 9,2 procent bruto binnenlands product in de afgelopen 5 jaar, kijken de andere Caribische eilanden op naar de succesvolle broer Trinidad. Tegelijkertijd is de energie er zo goedkoop dat er geen enkele reden is er duurzaam mee om te gaan. Dit is terug te zien in de enorme uitstoot die het land heeft. Trinidad staat in top 10 ter wereld als het gaat om de hoeveelheid uitstoot per hoofd van de bevolking. De uitstoot van CO2 in de energiesector is met 278 procent toegenomen in de periode van 1990 tot 2006. Dit is een bizarre prestatie.
De overheid zegt zich bewust te zijn van de noodzaak van ecologische duurzaamheid om de impact van klimaatverandering tegen te gaan. Dit blijkt ook uit het voorlopige klimaatbeleid dat het ministerie van Planning, Housing and Environment heeft opgesteld. Het is nog niet goedgekeurd door het kabinet, maar wordt gezien als hét bewijs dat er gereageerd wordt op de dreiging van klimaatverandering.
In dit document staan alle gevaren opgesomd en tijdens mijn interviews worden deze dreigingen netjes opgedreund: vergrootte waterschaarste in het droogte seizoen, meer overstromingen in het regenseizoen, opwarming van de aarde leidend tot verandering van biodiversiteit en verlies van koraal, verdere stijging van de kustlijn leidend tot meer overstromingen en erosie, afbraak van infrastructuur, conflict over schaarse goederen, toenemende armoede, etcetera.
Trinidad en Tobago heeft alle overeenkomsten over klimaatbeleid ondertekent, heeft afgevaardigden gezonden naar de belangrijkste conventies, IPCC, UNFCC, US Summit, Kopenhagen en een klimaatbeleid is in de maak, maar wanneer tijdens de interviews gevraagd wordt naar de strategieën waarmee het klimaatbeleid ingevoerd gaat worden volgt vaak een negatieve reactie, variërend van hard lachen tot een serieus ‘Welk beleid?’.
Klimaat initiatieven
Gedurende het onderzoek blijkt de praktijk genuanceerder. Tijdens het onderzoek zijn dertig interviews afgenomen bij verschillende ministeries, overheidsorganen, hulporganisaties, internationale bedrijven en de particuliere sector die werkzaam zijn in water, afval, energie en bouwsector. Aan bod kwamen de mate van bewustwording en kennis over klimaatverandering, de invoering van preventief beleid om de impact van klimaatverandering te verkleinen, en de invoering van beleid om op de problemen van klimaatverandering in te spelen. Denk bij de watersector bijvoorbeeld aan preventieve maatregelen zoals vermindering van watergebruik, overschakeling naar minder water consumerende industrieën of (bij voorkeur biologische) recycling van afvalwater. Manieren om in te spelen op klimaatverandering zijn bijvoorbeeld wateropslag, pijpleidingen van natte naar droge gebieden en dijkenbouw.
Uit de interviews blijkt dat er wel degelijk projecten gestart worden die de problemen in het milieu tegen moeten gaan, maar deze komen pas aan bod wanneer van het onderwerp ‘klimaatverandering’ afweken wordt. Met behulp van internationale fondsen zoals die van de Verenigde Naties, de Canadese instelling voor ontwikkelingshulp CIDA en de Europese Unie is een aantal stations langs de kustlijn gebouwd om metingen te verrichten naar erosie van de kustlijn, maar deze zijn te kort in gebruik om de link met klimaatverandering te kunnen leggen.
De enige autoweg die langs de kust gaat dreigt onder water te komen en de palmbomen zakken letterlijk het water in. Dit kan echter niet aan een stijgende zeespiegel geweten worden, omdat er geen gegevens zijn die dit op de lange termijn kunnen ondersteunen. De vraag is dus of het een natuurlijk terugkerend fenomeen is, komt het door de olieontginning of zijn het de passerende schepen?
Trinidad’s CO2-uitstoot is enorm, om maar niet te spreken van de hoeveelheid olie en gas die ze exporteren naar andere landen en daar op de landelijke emissielijst komen. Pogingen tot de zuiverdere brandstof variant CNG lopen spaak. Dit is de minst uitstotende variant onder alle fossiele brandstoffen, zuiverder, goedkoper en minder uitstotend, en zou voor een grote vermindering van CO2 uitstoot kunnen zorgen.
In de praktijk blijkt echter dat zeer weinig auto’s daadwerkelijk de omschakeling maken naar CNG. Het vraagt namelijk om een ombouw in de auto waarbij de helft van de kofferbak in beslag wordt genomen. De bevolking is hier helemaal niet van gecharmeerd, omdat de Trini’s graag picknicken en hun spullen niet in het zicht willen hebben liggen vanwege diefstal. Bovendien zijn er bijna geen speciale CNG pompstations geïnstalleerd en moet je voor een tankbeurt ver omrijden. Dat laatste steuntje in de rug of een wettelijke verplichting lijkt de overheid niet voor elkaar te krijgen. Er is of geen wet voor, of geen mankracht. En de boetes die ervoor staan kan een kind nog uit de broekzak toveren.
In de huizenbouw komen dezelfde problemen voor. Officieel heeft iedereen een bouwvergunning nodig die voldoet aan de milieuvoorwaarden. Een groot deel van de bevolking houdt zich hier niet aan, maar krijgt toch gas en water aan huis afgeleverd. Deze informele gang van zaken bevordert de implementatie van duurzaam beleid niet.
Voorbij de onafhankelijkheid
De Trini’s hebben een haatliefdeverhouding met de informaliteit van de overheid. Enerzijds omarmen ze het omdat het creativiteit toe staat. Het openen van je eigen zaak en het bouwen van je eigen huis kan zonder al te veel formaliteiten geregeld worden. Maar tegelijkertijd ontstaat er corruptie en inefficiëntie. Auteur over kleine ontwikkelingseilanden van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en hoofd van de Life Sciences afdeling op de universiteit Dr. Agard zegt niet vergevingsgezind te zijn tegenover de overheid. “We hebben spaarfondsen genoeg om een jaar op dezelfde voet voort te gaan. Trinidad heeft genoeg geld om alle geplande projecten uit te voeren. Maar door een gebrek aan goed bestuur van de overheid blijven deze projecten op de plank liggen.”
Het voorlopige klimaatbeleid is volgens Dr. Agard opgesteld onder druk van het aankomende Commonwealth Summit. Volgens hem gaat het mis doordat er geen doelstellingen zijn. Hij heeft grote kritiek geuit op het klimaatbeleid in de consultaties. “Als je bij het maken van beleid geen doelstellingen stelt, geef je geen prikkels aan de bevolking, geen belastingvoordelen, geen mechanisme. Dan zijn het enkel woorden en dat is waar we echt blijven steken.” Hij benadrukt ook de vloek om als economie te draaien op de exploitatie van brandstof. “Alles dat met klimaatverandering te maken heeft is een drempel voor ontwikkeling. De overheid vindt dat ontwikkelde westerse landen hun kans hebben gehad en wij nu de onze moeten hebben voor we moeten voldoen aan de westerse standaarden.”
Klimaatverandering wordt door veel mensen – van de mensen op straat tot in overheidsfuncties – in Trinidad en Tobago als een hoax gezien. Westerse theoretische bangmakerij noemen zij het. De heerschappij uit het koloniale verleden heeft een vieze nasmaak achtergelaten bij de bevolking. En nu komt diezelfde westerse wereld met een nieuwe heerschappij van literaire modellen, codes, standaarden en aanpassing. Er blijkt een groot verschil te zijn tussen het inzicht van wetenschappers en die van de politiek. Tussen degenen die het beleid uit moeten voeren en de gewone bevolking.
De stedelijke elite is zich wel degelijk bewust dat er klimaatverandering plaatsvindt, zij kaarten de problemen aan bij de internationale conferenties. Voor een deel klopt het dus als de overheid stelt dat er genoeg informatie beschikbaar is over de mogelijke risico’s voor de bevolking en natuur. Deze kennis is echter voornamelijk overgenomen uit literaire modellen voor andere regio’s. Met name uit modellen voor de VS. Deze is niet toepasbaar op de Trinidadiaanse context.
Omdat de data over de Caribische context onvoldoende is kunnen er geen verbanden gelegd worden met klimaatpatronen. In een interview met het ministerie van Energie is het gapende gat tussen de theorie en praktijk goed te merken. In het begin van het interview weet een geoloog de dreiging van klimaatverandering haarfijn tot in de puntjes uit te leggen. Hij begint gemodelleerd abstract met een historische schets van klimaatpatronen. Dan gaat hij over op internationale veranderingen in weerpatronen en stapsgewijs zoomt hij in op de regionale context. Daar loopt hij lichtelijk spaak, waarna zijn baas, die zichzelf ‘de man van de straat’ noemt, het overneemt en zegt dat er bijna geen bewustwording is in Trinidad.
Naar ontwikkeling
Trinidad en Tobago heeft naast de ondertekening van alle klimaatconferenties de Vision 2020 opgesteld. Daarmee stelt het land zich ten doel de status van ontwikkeld land te behalen in het jaar 2020. Onderdeel hiervan is dat het land de duurzaamheid van ontwikkeling en de gevolgen van het milieu in rekening brengt. Klimaatbeleid zou dus wel een prioriteit moeten zijn. De overheid geeft echter geen prioriteit aan de implementatie van klimaatbeleid omdat implementatie van beleid zeer ad hoc gebeurt en bovendien weinig gekoppeld wordt aan de verhoogde risico’s van klimaatverandering. Er wordt reactief gehandeld per overstroming, per droogte, per weggezakte kustlijn. Op de lange termijn worden er weinig plannen gemaakt en volgens de overheid vraagt dit om een drastische culturele verandering in het denken van de ‘moeilijke Caribische gemixte bevolking’.
Volgens de overheid en wetenschappers zijn hulporganisaties de aangewezen organisaties om deze culturele houding te laten veranderen. Trinidad en Tobago telt veel initiatieven die zich bekommeren om de duurzaamheid van het milieu. Zij proberen de bevolking les te geven in klimaatverandering en zetten simpele stappen om de dreiging te verkleinen. Door de vorige regering werden hulporganisaties niet serieus genomen, maar daar lijkt nu verandering in te komen. De nieuwe regering die sinds mei 2010 regeert is aan de macht gekomen met steun van hulporganisaties en vakbonden. Deze mensen zijn nu vertegenwoordigd in de regering als ministers en werknemers. Daar vestigt Dr. Agard zijn hoop op: Een grotere rol voor de hulporganisaties en meer deelname door de bevolking. Een goed geïnformeerd volk zal voor haar eigen welzijn opkomen en het gat dichten waar de overheid steken heeft laten vallen.