29 juni, 2010 | Auteur: Geesje van Haren | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: congo

Wat valt er te vieren in Congo?

Congo is op 30 juni 2010 vijftig jaar onafhankelijk. Maar wat valt er te vieren? Het land wordt geteisterd door armoede, terreur, trauma’s bij voormalig kindsoldaten en slachtoffers van mensensmokkelaars. Is er een lichtpuntje in de recente geschiedenis van het land waarvoor de vlag uitgehangen kan worden? Ja, dat is er zeker: de negentig miljoen inwoners van Congo en hun levensverhaal.  

De Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck ging op zoek naar zo veel mogelijk Congolese ooggetuigen en verwerkte hun gezamenlijke historie in het boek ‘Congo, een geschiedenis’. Het is een dik geschiedenisboek in romanstijl geschreven. Daardoor leest het erg vlot. Congo wordt beschreven in het prekoloniale tijdperk, toen het land enkel nog als witte vlekken op Europese landkaarten voorkwam. Het vervolgt met de koloniale periode, onder koning Leopold II en het Belgisch bewind, waarna het boek besluit met de postkoloniale jaren van 1960 tot en met 2010. Aan de hand van archiefmateriaal, maar vooral door de beschrijvingen van de ooggetuigen wordt het volledige verhaal verteld. 

Bij de start van zijn onderzoek ging Van Reybrouck op zoek naar zoveel mogelijk ‘gewone’ mensen die hem de drie fasen van de Congolese geschiedenis konden doen bevatten. “Alleen: hoe begin je daaraan in een land waar de gemiddelde levensverwachting het afgelopen decennium lager dan 45 jaar was? Het land werd 50, maar de inwoners werden het niet meer”, schrijft Van Reybrouck in zijn inleiding. Hij was ietwat naïef in het project gestapt. In Congo was hij nog nooit geweest. “Het duurde echter een poos voor ik besefte dat die gemiddelde levensverwachting in Congo vandaag niet zo laag is omdat er weinig ouderen zijn, maar omdat er zo veel kinderen sterven. Het is de verschrikkelijke kindersterfte die het gemiddelde naar beneden haalt.” 

Dankzij zijn open insteek weet de schrijver toch een verhaal neer te zetten dat zijn weerga niet kent. Hij ontmoet vele ‘gewone’ mensen die zeer speciaal zijn. Als mooie binnenkomer vertelt Van Reybrouck over zijn ontmoeting met Nkasi. Deze man blijkt te zijn geboren in 1882 en was in 2008 dus 116 jaar oud. “Hij sprak over gebeurtenissen uit de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw die hij alleen uit eigen ervaring kon kennen. Nkasi had niet gestudeerd, maar kende historische feiten waar andere bejaarde Congolezen uit zijn gebied geen weet van hadden.” 

De tijd van de slavenhandel was al voorbij voor Nkasi werd geboren. Die nare, lange periode had van 1500 tot 1850 geduurd. “Heel de westkust van Afrika was erbij betrokken, maar het gebied rond de monding van de Congo-rivier het meest intens.” Al gauw na de slavenhandelaren kwamen de kolonisten. Van Reybrouck heeft zelfs voor deze episode meerdere bronnen gevonden die konden vertellen hoe zij die tijd beleefden. Het boek is daarmee heel erg het verhaal van de Congolezen geworden en niet dat van de Europeaan. En terecht, want het is tenslotte ook hun geschiedenis. 

Zo wordt de ontdekkingsreiziger Stanley beschreven als hij voor het eerst de rivier de Congo helemaal afzakt. Dit verhaal wordt echter verteld vanuit de ogen van de jonge Disasi Makulo: “De streekbewoners van Disasi Makulo dachten dat ze een fantoom hadden gezien. Ze konden niet weten dat er vele duizenden kilometers noordelijker een kil en regenachtig continent was waar in de afgelopen eeuw zoiets banaals als kokend water de geschiedenis had veranderd. Zij wisten van geen Industriële Revolutie die het aanzien van Europa had veranderd. (…) Het regende uitvindingen en ontdekkingen in Europa, maar in Centraal-Afrika druppelde dat niet door. Het zou een lange middag gevergd hebben om hun uit te leggen wat een trein was.” 

Ook Nkasi spreekt nog vol verbazing over het moment dat hij voor het eerst blanke zendelingen ontmoet: “Het gesprek ging met horten en stoten, het waren slechts flarden herinnering die ik kreeg, maar het feit dat hij een eeuw later nog herinneringen had aan de komst van de blanke zendelingen, geeft aan hoe bijzonder dat was”, schrijft Van Reybrouck.

In Europa werd de kolonisatie van Congo door België als ongevaarlijk ervaren. De Verenigde Staten waren toen nog geen grootmacht. Erkenning door Duitsland was in die tijd cruciaal om daadwerkelijk de kolonie te krijgen, zonder daardoor in conflict te komen met de andere mogendheden. “Bismarck vond Leopolds plan behoorlijk krankzinnig. De Belgische vorst maakte aanspraak op een gebied zo groot als West-Europa.” Toch tekende Bismarck, en van 1885 tot en met 1908 was Congo bezit van koning Leopold II. In 1908 annexeerde de Belgische Staat het land. Congo bleef nog tot 1960 een Belgische kolonie. 

Op 13 januari 1959 mocht koning Boudewijn de aanstaande onafhankelijkheid wereldkundig maken. “Ons besluit vandaag is zonder schadelijk dralen, maar zonder onbezonnen haast de volkeren van Congo naar de onafhankelijkheid in voorspoed en vrede te leiden”, luidde de radiospeech van koning Boudewijn. Van Reybrouck beschrijft de gevolgen van deze boodschap. “Het vooruitzicht op een politieke omwenteling maakte bij velen bestuurlijke ambities wakker. Nieuwe partijen schoten als paddestoelen uit de grond. Eind 1958 waren er nog maar zes, anderhalf jaar later honderd.” 

Het waren bizarre tijden, die Van Reybrouck in het boek duidelijk in kaart heeft gebracht. Aan de geschiedschrijving voegt hij ook de mening toe van hoe jongeren anno 2010 tegen die gebeurtenissen aankijken. Hij ervaarde tijdens zijn reizen in Congo dat de dekolonisatie volgens velen veel te snel is gegaan. Hoewel de mensen vijftig jaar geleden handelden naar de slogan ‘Liever arm en vrij dan rijk en gekoloniseerd’, vroegen jongeren in Kinshasa Van Reybrouck nu: “Hoe lang gaat die onafhankelijkheid van ons nu nog duren?” 

Voor hun ouders kon de onafhankelijkheid van Congo niet vroeg genoeg komen. De onderhandelingen over de datum van de grote dag verliepen dan ook zeer verwonderlijk. “Bolikango gaf een boude voorzet en stelde 1 juni 1960 voor, volgens het oeroude, Vlaamse devies: ‘Nee heb je al, ja kun je krijgen’. De Belgen reageerden verrast: dat was over nauwelijks vier maanden! Wat konden ze daar nog op antwoorden? Hun tegenvoorstel was 31 juli. Twee maanden respijt. Nog steeds geen vetpot, maar vooruit. Dertig juni dan maar? Lag dat niet in het midden? Eenmaal, andermaal, verkocht! Op 30 juni 1960 zou Congo onafhankelijk worden. De kogel was door de kerk. Congolezen én Belgen applaudisseerden in het Congrespaleis. Niemand in de Congolese delegatie had gedacht dat het zo makkelijk zou gaan, iedereen was stomverbaasd.” 

De belangrijkste figuren uit het recente verleden worden vanaf hun jonge jaren beschreven. De lezer komt zo meer te weten over wie Partrice Lumumba was, en wat Mbutu in zijn jonge jaren deed voordat hij Congo 32 jaar jaar als dictator bestuurde. Maar omdat in dit boek daarnaast ook de ‘de man van de straat’ spreekt, komt de geschiedenis van Congo echt tot leven. Tijdens het lezen kunnen gebeurtenissen worden ervaren alsof je erbij bent. Van het ‘gewone’ leven tot en met het geweld en de conflicten.

Het is vanuit Europees perspectief soms onbegrijpelijk dat er in Afrika op zo’n grote schaal nog gevochten wordt. Voor wie wil weten hoe dat zo is gekomen, is dit boek echt een aanrader. Of zoals Van Reybrouck schrijft als hij in 2010 te horen heeft gekregen dat Nkasi op 118-jarige leeftijd is overleden: “Ik keek door het raam. Brussel beleefde zijn laatste dagen van een winter die maar niet wilde wijken. En terwijl ik daar zo stond, bleef ik maar denken aan die banaantjes die hij me bij onze eerste ontmoeting had toegeschoven. ‘Neem maar, eet maar.’ Zo’n warm gebaar, in een land dat zoveel vaker in het nieuws komt met zijn corruptie dan met zijn generositeit.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.