2 november, 2009 | Auteur: Janneke Boluijt | Beeld: Janneke Boluijt | Trefwoord: ethiopie
Koken op koeienmest voor biogas in plaats van hout
Al ruim een eeuw kampt Ethiopië met een schrijnend houttekort. Daar vormt hout de voornaamste bron van brandstof. Inmiddels is nog maar drie procent bos over. Bodemerosie neemt toe en de grond verarmt. Er moet gezocht worden naar alternatieve wijzen voor brandstof. Biogas, gewonnen uit koeienmest, lijkt de meest geschikte alternatieve bron. Nu is het zaak dat in heel Ethiopië biogas wordt ingevoerd.
De bruine drab reikt tot aan haar ellebogen. En ze lacht nog steeds. In de felle zon van Debrezeit, roert boerin Elfnesh nog eens goed in de put vol mest. Op deze manier ontstaat onder de grond gas door de mix van water en koeienmest. Het biogas wordt vervolgens via een leiding naar de keuken getransporteerd, klaar om de lichten te laten branden of de oven te verwarmen. De mest zelf eindigt op een hoop en wordt gebruikt als compost.
Drie scheppen koeienvlaai in de put produceert genoeg gas om een uur op te koken. Zo'n put, digester genoemd, neemt ongeveer vier meter in beslag. Net zoveel ruimte als een stapel brandhout. De Ethiopiërs hebben in heel het land bijna al het hout opgebruikt als brandstof. Er moet daarom nodig gezocht worden naar alternatieve bronnen van brandstof. De digester is een goed alternatief.
Het hout in Ethiopië komt van eucalyptusbomen. Aan het einde van de negentiende eeuw werden de bomen geïntroduceerd. Omdat eucalyptus zo snel groeit, leek het destijds een oplossing voor ontbossing. Pas toen het grootste gedeelte van Ethiopië was bebost met eucalptus, bleek dat de boom wel erg veel water verbruikt. Zoveel zelfs dat ze het water voor andere bomen opmaakten. Bodemerosie was het gevolg. Toch werd besloten de eucalyptusbomen te houden, omdat er nog altijd een schrijnend houttekort was. De voordelen van de boom waren destijds groter dan de nadelen.
Dertig jaar geleden speelden de Ethiopiërs al met het idee om gas te winnen uit mest, beweert biogasdeskundige Getachew Eshete Beyene. "Maar er was niet genoeg geld en we hadden de techniek nog niet onder de knie. Nu wel." Boerin Elfnesh loopt naar haar keuken en draait het gas wat lager. In de keuken ruikt het naar verse koffie. "Koffie moet lekker langzaam kunnen pruttelen", zegt ze. "Anders is het niet gezellig." Haar zoon, een keurig geklede student, sloft ondertussen naar de woonkamer. Hij laat zien hoe de gaslamp werkt.
"Een jaar geleden had ik dit nog niet kunnen bedenken", vertelt Elfnesh. "Nu zitten we ’s avonds laat na een lange werkdag nog bij elkaar te kletsen en te lezen. Het goede leven begint nu pas, eigenlijk." Elfnesh wist haar man zo ver te krijgen dat ze samen 7.000 birr (640 euro) in een digester investeerden. Gelukkig hebben ze genoeg vee. Want om voldoende mest te hebben zijn minstens vier koeien nodig. Die luxe hebben maar weinig Ethiopiërs.
Tekort aan hout
Op een kilometer afstand van het huis van Elfnesh, staan twee mannen in de berm. Te midden van de stofwolken zwaaien ze naar automobilisten. Met handgebaren laten ze insiders weten dat ze illegaal gekapt hout verkopen. Ongetwijfeld zijn zij zich ervan bewust dat door de illegale houtkap de laatste restjes bos eraan gaan. Toch moeten zij ook eten en leven.
De overheid doet pogingen de schade te beperken door van de steile, boomloze heuvels trapsgewijze afdalingen te maken. De afdalingen moeten het eroderende regenwater afremmen, maar veel helpt dat niet. Bij een fikse regenbui spoelt de droge aarde toch weer weg. Een alternatief voor houtkap is hard nodig. Liever gisteren dan vandaag.
Als het aan de Ethiopische overheid en de Nederlandse hulporganisatie Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV) ligt, zijn binnen vijf jaar een miljoen huishoudens voorzien van biogas waarmee uren gekookt kan worden. ’s Avonds kunnen kinderen bij het licht van de gaslamp studeren en vrouwen hoeven dan niet meer het bos in om hout te sprokkelen.
SNV wil dat uiteindelijk de hele productieketen van de digester in Ethiopië plaats zal vinden. De gaslampen zijn nu nog van Chinese afkomst. Als de lampen in Ethiopië geproduceerd kunnen worden, creeërt dat werkgelegenheid. Biogasdeskundige Getachew Eshete Beyene hoopt dat binnen enkele jaren een opwaartse spiraal kan worden ontwikkeld. "Biogas kan door huishoudens in de stad, op het platteland en door de industrie gebruikt worden. Het zou een grote markt zijn."
In ieder geval is het stadje Debrezeit in de ban van biogas. In het centrum worden mannen opgeleid tot monteur. Een groep klussers in rode overalls staart aandachtig naar een biogasinstallatie. Binnen elf dagen krijgen deze jongens het aanleggen, repareren en onderhouden van de digesters aangeleerd. Een certificaat als bewijs van ervaring geeft hen kans op werk als reparateur en onderhouder.
Met de digester worden dus vier vliegen in één klap geslagen. De ontbossing stopt. Er ontstaat genoeg brandstof en kostbare tijd gaat niet langer verloren aan houthakken. En voor de reparateurs betekent het werkgelegenheid. Het volgende doel is het maken van een gasstel dat geschikt is om injerra op te bereiden. Injerra is een typisch Ethiopisch gerecht, te vergelijken met de Nederlandse pannenkoek. Op het gasstel dat nu gehanteerd wordt, kan dit gerecht niet worden gemaakt. Dat maakt het extra lastig om Ethiopiërs te laten overstappen op biogas.