24 december, 2007 | Beeld: Alex Wolf | Trefwoord: wereld

Minder eten en meer bewegen helpt niet

Het Amerikaanse onderzoeksbureau ‘Center for Disease Control and Prevention’ heeft op 28 november een rapport uitgebracht met de laatste statistieken omtrent obesitas in de Verenigde Staten. De cijfers lijken positief; de Amerikaanse bevolking is de laatste vier jaar niet dikker geworden.

Begin deze maand berichtte The New York Times dat de McDonald’s in Seminole County, Florida, leerlingen uit de laagste klassen gaat belonen met een gratis Happy Meal, als ze goede cijfers halen en aan de aanwezigheidsplicht voldoen. Een opmerkelijke actie voor een land waarin tussen 1980 en 2004 het aantal volwassenen met overgewicht verdubbeld is. Nu de kerstdiners verorberd worden, lijkt dit het juiste moment ’s werelds grootste gezondheidsprobleem onder de loep te nemen.

Ruim zestig procent van de Amerikaanse bevolking heeft overgewicht, oftewel een BMI (Body Mass Index) van 25 of meer (gewicht in kilo’s, gedeeld door de lengte in het kwadraat). Meer dan dertig procent van de bevolking lijdt aan obesitas (BMI van boven de dertig). De laatste groep bestaat uit een slordige 72 miljoen mensen waar de Amerikaanse samenleving per jaar meer dan 75 miljard dollar aan kwijt is.

Nu, na een kwart eeuw van gewichtstoename, is de groei van obesitas onder de volwassen Amerikaanse bevolking gestagneerd, stelt het ‘Center for Disease Control and Prevention’. Hoewel het aantal nog steeds ongezond hoog is, is het aantal gevallen van obesitas sinds 2003 niet meer toegenomen.

Oorzaken

De oorzaak van ’s werelds volksziekte nummer één is een interactie van verschillende factoren: leefomgeving, genen, onregelmatig leven en eten, stress en slaaptekort dragen allemaal bij aan gewichtstoename, met alle gezondheidsproblemen van dien. Om obesitas te bestrijden wordt wereldwijd intensief onderzoek gedaan naar de mate waarin welke factoren eraan bijdragen.

In New Haven, Connecticut, wordt in het John B. Pierce Laboratory, verbonden aan Yale University, onderzoek gedaan naar voedselwaarneming, eetstoornissen en de onderliggende hersenmechanismen. Ironisch genoeg is Connecticut de op drie na magerste staat van de Verenigde Staten. Momenteel is ‘slechts’ 17 procent van de inwoners van deze staat obees.

Dr. Marga Veldhuizen is post-doctoraal onderzoeker en onderzoekt de fundamentele sensorische waarneming van smaak en geur. In haar lab staan voedsel en voedselgeuren centraal, evenals de relatie tussen voedsel en eetstoornissen en de onderliggende hersenmechanismen. “De interactie tussen de factoren maakt het lastig het probleem in zijn geheel te onderzoeken. Wij onderzoekers hebben nog niet genoeg begrip over de factoren die bijdragen aan obesitas. De hamvraag is: waarom eten we? Welke mechanismen maken dat we beginnen met eten, dat we ophouden met eten en wat veroorzaakt dat we wel of geen verzadiging voelen?” In de Verenigde Staten bestaat een enorme focus op eten, voornamelijk op gezond eten. Reclames over zero-calory diëten zijn ontelbaar.

Dr. Veldhuizen: “De gezondheidsmaatregelen die de media uitzenden hebben soms een averechts effect op de gezondheid. Iedereen wil gezond zijn, dat is begrijpelijk. Het probleem is het volgende: Er wordt gedacht dat elk individu een persoonlijk ‘setpoint’ heeft qua gewicht, waarbij het lichaam in balans is. Door onszelf te beperken in voedselinname, omdat we gezond en mager willen zijn – en ons gewicht onder het natuurlijke setpoint willen krijgen – wordt het systeem in de hersenen verstoord. Gevolg is dat het lichaamsgewicht uit balans raakt en er risico bestaat op het welbekende jojo-effect. Dit systeem dat ten grondslag ligt aan voedselinname is dezelfde als die voor nicotine, alcohol of drugs. Als het systeem wordt aangetast door lijnen of vroegere verslavingen – bijvoorbeeld roken of veel bier drinken in de studententijd – bestaat er vergrote kans op obesitas op latere leeftijd. De ongezonde focus op gezond eten in de Verenigde Staten lijkt overgewicht in de hand te werken.”

Minder eten, meer bewegen?

‘Te veel eten, te weinig bewegen’ lijken toch de belangrijke ingrediënten voor het obesitas-recept. Hoe komt het dat in de Verenigde Staten de simpele boodschap ‘minder eten, meer bewegen’ niet werkt? Volgens Dr. Veldhuizen zijn obese mensen in wezen verslaafd aan voedsel zoals een junk verslaafd is aan drugs. Voeding triggert het beloningssysteem in de hersenen. Hoe hoger de aangenaamheid en de calorische waarde van het eten is, hoe meer we het als een beloning ervaren en hoe meer we gaan eten.

Het heeft geen zin obese mensen te adviseren minder te eten; dat is hetzelfde als tegen een junk zeggen dat hij niet meer mag gebruiken. Er moet een gezonde relatie met voedsel worden opgebouwd, want een leven zonder voedsel is natuurlijk onmogelijk. In deze maatschappij wordt het ons erg moeilijk gemaakt. De Amerikaanse bevolking heeft, door toegenomen welvaart, toegang tot voedsel met een hoge aangenaamheid.

De mens heeft duizenden jaren in schaarste geleefd en nu nog zorgt ons oeroude mechanisme ervoor dat we eten als er eten is. Je weet immers maar nooit of je uithongert, denkt de onaangepaste oermens in ons. Dus wordt er snel teveel gegeten. Mensen beschikken over de mogelijkheid na te kunnen denken en gedrag te kunnen evalueren. In principe zijn wij in staat onszelf af te remmen om niet te overeten. Maar het werkt ook omgekeerd: als het voedsel erg aangenaam is of als je afgeleid bent (door bijvoorbeeld tv-kijken), kan het verzadigingssignaal genegeerd worden.

Dat Amerikanen in het dagelijks leven te weinig lichaamsbeweging krijgen, is volgens Dr. Veldhuizen niet verrassend. Amerikaanse steden zijn ruim opgezet, afstanden zijn groot en benzine is goedkoop (een liter kost nog geen euro), dus de auto nemen ligt voor de hand. Beweegmogelijkheden in de nabije omgeving zijn er nauwelijks, steden zijn ontworpen zonder fiets- en voetpaden. Het is of te heet, of te heuvelachtig om te fietsen en mensen durven niet door de ‘slechte’ buitenwijken te lopen of te fietsen. Gebouwen zijn zo ontworpen dat je eerst de lift tegenkomt, want naar de 28e verdieping loop je liever niet.

Dat obesitas de afgelopen vier jaar niet meer is toegenomen in de Verenigde Staten kan een plafondeffect zijn; de groei van de omvang van de bevolking zou gestabiliseerd kunnen zijn. “Lastig is aan te geven waardoor de cijfers nu stabiel zijn gebleven. Zolang de oorzaak van obesitas niet bekend is, kunnen we ook niet nagaan welke maatregel verantwoordelijk is voor de stagnering en dus weten we niet wat moet worden volgehouden,” aldus Dr. Veldhuizen.

Volgens het rapport van ‘Center for Desease Control and Prevention’ komt obesitas significant meer voor onder Afro-Amerikaanse en Mexicaans-Amerikaanse vrouwen dan onder blanke vrouwen (respectievelijk 53, 52 en 39 procent). Uit eerder wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze bevolkingsgroepen kwetsbaar zijn in het obesitas-vraagstuk. Ze behoren veelal tot lagere sociale klassen en hebben minder financiële middelen en toegang tot zorg en gezond eten.

“Sociale economische status blijkt de belangrijkste voorspeller van obesitas. Over het algemeen komt obesitas het meest voor bij de sociale onderklasse en hebben rijke mensen een gezonder BMI. Lekker en vet voedsel is goedkoop. Een Big Mac kost $ 2,50 en groenten en biologische producten zijn relatief duur. Een portie groenten kost ook ongeveer $ 2,50 en dan heb je nog maar één deel van je maaltijd binnen,” vervolgt Dr. Veldhuizen.

Dure privéscholen bieden hoogwaardige maaltijden aan met biologische ingrediënten, de Public Schools voor de ‘normale’ bevolking moeten het doen met de goedkope, minder gezonde maaltijden. Dr. Veldhuizen: “Er zijn sportscholen, het lidmaatschap is helaas prijzig; deelname lijkt weggelegd voor het rijkere deel van de bevolking. Hardlopen op zich kost geen geld, je hebt er alleen een stoep voor nodig. Die zijn er alleen niet veel en het loopt toch een stuk minder prettig als je als Amerikaan verwacht in de bosjes te worden aangevallen. Om een leven te leven met voldoende beweging en gezond eten is dus veel geld nodig.”

Ontwikkeling

Als de ontwikkelingen zo doorgaan zal er volgens Dr. Veldhuizen een sterkere tweedeling in de bevolking van de Verenigde Staten onstaan; de onsportieve onderklasse die Big Macs eet en de rijke sportfreaks. “Het ‘normale’ postuur is langzaam verdwenen. De focus van de media op dun en gezond kun je niet wegnemen, gezonde voeding is belangrijk. Het heeft wel tot gevolg dat men graag te mager wil zijn. Dat zal bij een deel van de bevolking op den duur leiden tot een verstoorde interne balans en op de lange termijn in overgewicht.”

Wat moet er gebeuren om dit toekomstbeeld te voorkomen? “Een oplossing zoeken voor obesitas is zinloos zolang we niet precies weten waardoor het komt en dan voornamelijk op individueel niveau. We weten op basis van de sociale klasse wel waarom bepaalde groepen ongezond eten kiezen, maar waarom eten sommige mensen zoveel? Om het obesitas-probleem aan te pakken moeten we echt begrijpen waarom we eten. Dan begrijpen we ook waarom we overeten.” Voorlichting over simpelweg minder eten zal niet werken, denkt Dr. Veldhuizen. Mensen moeten namelijk wel blijven eten. Voorlichting moet gaan over hoe voedsel op een verantwoorde manier binnengekregen kan worden.

Dr. Veldhuizen vervolgt: “De vet tax vind ik niet zinvol. Het idee producten die vet zijn of suikers bevatten duurder te maken geeft het verkeerde signaal af; de consument zal denken dat deze ingrediënten ongezond zijn, terwijl deze nodig zijn. Goede vetten zijn belangrijk voor het lichaam. Als mensen gaan denken dat vet per definitie slecht is wordt voeding onevenwichtig. De voedselindustrie kan tegenwoordig wel producten aangepassen zodat we verzadiging eerder zullen ervaren, maar als mensen niet op de signalen van hun eigen lichaam letten, heeft het natuurlijk weinig zin. De omstandigheden waarom we gaan eten moeten duidelijker in beeld gebracht worden. Waarom we eten, daar moet de wetenschap zich op concentreren.”

Mocht er in de toekomst een oplossing komen voor obesitas, dan is het zaak de kwetsbare groepen op de hoogte te stellen. Het voorlichten van de sociale onderklasse is echter geen eenvoudige klus, mede dankzij het beruchte Tuskegee-experiment. Tussen de jaren 1932 en 1972 deden bijna vierhonderd arme, zwarte mannen mee aan een langlopend experiment. Deze deelnemers hadden syfilis, maar waren niet op de hoogte gesteld van hun diagnose en kregen geen zorg voor hun aandoening. Hen was verteld dat het onderzoek over ‘slecht bloed’ ging.

In 1947 werd bekend dat er een nieuwe methode was om syfilis te behandelen (penicilline). De onderzoekers grepen niet in op hun populatie omdat ze wilden kijken hoe de ziekte zich zou ontwikkelen. Aan het einde van de studie waren 128 personen overleden aan de ziekte of complicaites hiervan en vrouwen en kinderen waren geïnfecteerd. Sociologische studies tonen aan dat de Afro-Amerikaanse bevolking nu nog weinig heil ziet in de medische zorg en preventie.

Voedsel interventieonderzoeken worden idealiter op scholen uitgevoerd. Grote groepen leerlingen kunnen wisselende diëten aangeboden krijgen en het effect op de gezondheid kan op grote schaal gemakkelijk worden gemonitord. Amerikaanse publieke scholen werken helaas niet graag mee aan voedselprogramma’s van de overheid. Door de bureaucratische romplomp laten onderzoeksgegevens vaak lang op zich wachten en schoolbesturen willen graag zien wat er gebeurt. Men weigert opnieuw een ongeïnformeerd proefkonijn te zijn.

Europa

Ondanks een gustigere sociaal economische bevolkingsopbouw en voldoende fietspaden is ook een flink deel van de Nederlandse bevolking te dik. Volgens de Nederlandse Obesitas Vereniging heeft nu tien procent van de Nederlandse bevolking obesitas (BMI hoger dan dertig). Bijna de helft van de mensen in Nederland heeft overgewicht. Dr. Veldhuizen geeft toe geen goed zicht te hebben op de situatie in Europa. Ze noemt als grootste verschil tussen de VS en Europa de consumentgerichtheid.

Als mensen gezond eten willen, wordt dat in de VS ook aangeboden. Het voedselaanbod in Nederlandse supermarkten is minder gevarieerd en minder gezond omdat er hier veel minder vraag is naar biologisch voedsel. In tegenstelling tot het geitenwollensokken imago dat biologisch eten in Nederland heeft, is biolgisch eten in de Verenigde Staten hip en de ‘raw food’ beweging is populair (het eten van natuurlijke, onbereide ingredienten).

Veldhuizen signaleert een groot verschil in Europa in het budget wat vrijkomt voor onderzoek. De Verenigde Staten zijn rijk en investeren veel in onderzoek. De mogelijkheden tot het opzetten van onderzoeken zijn daarom legio. Nederland is een klein land, het is lastig grote onderzoeken op te zetten en een samenwerking met andere Europese landen resulteert in veel papierwerk. “De VS lopen voor op Europa qua onderzoek.”

In Europa verschuilen we ons graag achter het idee dat Amerika dom is en dat wij het allemaal zo goed weten, maar Europeanen worden ook steeds dikker. Gratis Happy Meals uitdelen in een land waar zoveel mensen dik zijn is inderdaad niet zo verstandig. Maar in Nederland zijn we ook niet handig; deze maand loopt bij Intermediair de actie ‘vette banen’ waarbij sollicitanten een jaar lang gratis kroketten kunnen winnen als ze hun CV achterlaten op de website. Er is natuurlijk geen groot onderzoeksbudget voor nodig om te bedenken dat dat niet bijdraagt aan de Nederlandse gezondheid.

De cijfers voor 2007 zijn in ieder geval allemaal binnen, dus neem gerust een extra oliebol op oudejaarsdag. Dikker zullen we dit jaar in ieder geval niet meer worden. Daarna is niets gegarandeerd.

Volledig CDC rapport: www.cdc.gov/nchs/data/databriefs/db01.pdf

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.