14 april, 2009 | Auteur: Christina Koop | Beeld: Erik Wallert | Trefwoord: europa

Het Europese Parlement gamed mee

Een ‘rode knop’ om videogames te stoppen moet ouders meer grip geven op het gamegedrag van hun kinderen. Met dit voorstel kwam de Nederlandse Europarlementariër Toine Manders (VVD). Het werd met veel enthousiasme overgenomen door het Europees Parlement.

Voor veel jongeren komt lezen, buitenspelen of tv-kijken tegenwoordig op de tweede plaats. Na school met moeder een kopje thee drinken is er vaak al niet meer bij. Gamen moeten ze! De game-industrie is net zo invloedrijk en trendsettend als Hollywood. In 2008 leverde de verkoop van videospellen in de Europese Unie zeven miljard euro op. Dit is meer dan dat er jaarlijks wordt verdiend met bioscoopbezoek.

Naast de rijen slapende jongeren die wachten om als eerste een concertkaartje voor Britney Spears te kopen heeft zich nu een nieuwe rij gevoegd; de jongeren die wachten op de lancering van een nieuwe game. Maar wat is nu precies de invloed van deze industrie op jongeren?

De Nederlandse Europarlementariër van de VVD Toine Manders deed er onderzoek naar. Zijn bevindingen werden met veel enthousiasme ontvangen in het Europees Parlement. De interesse was groot, vooral toen er wederom dodelijke schietpartijen plaatsvonden op Europese scholen. Manders’ rapport werd bijna unaniem aangenomen door de Europese Parlement. De Europese Commissie gaat nu de ideeën uit het rapport realiseren.

De vraag of videogames daadwerkelijk aanzetten tot geweld leidt wereldwijd tot veel discussie. Er is een kamp van mensen die zeggen dat gewelddadige games weldegelijk aanzetten tot geweld. Hun argument hiervoor is dat de meeste daders van schietpartijen op school verwoed gamers waren:

De Duitse scholier Tim Kretschmer, 17 jaar oud, schoot in maart dit jaar op zijn school vijftien mensen dood. Negen van hen waren medestudenten. Kretschmer bleek geobsedeerd door gewelddadige videogames.

De 22-jarige Matti Saari vermoorde begin 2009 tien mensen op een school in Finland. Ook hij besteedde veel tijd aan het spelen van videogames.

Het rapport van Manders geeft een verassende visie op de relatie tussen videogames en geweld. Manders stelt dat de games lang niet zo schadelijk zijn als wordt gedacht. Het spelen van videogames zet niet aan tot agressief of gewelddadig gedrag. Tot deze conclusie kwamen verschillende experts op het gebied van videogames en psychologen uit onder andere Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

De onderzoekers gaan in tegen de conventies als ze stellen dat het spelen van videogames zelfs de ontwikkeling van jongeren ten goede komt. Het stimuleert creativiteit, strategisch denken en samenwerken. Bovendien leert het jongeren om te gaan met elektronica. Het Europees Parlement roept scholen op om meer gebruik maken van games in hun lespakketten.

Docenten in de EU moeten op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen. Autistische kinderen blijken baat te hebben bij het spelen van games, zelfs als dit gewelddadige spellen zijn. Het stimuleert samenwerking en inlevingsvermogen. Echter, langdurige blootstelling aan extreem geweld in videogames kan bij bepaalde risicogroepen leiden tot ongewenst gedrag. Om dit te voorkomen moeten ouders meer macht krijgen over welke games kinderen spelen en hoelang ze dit doen.

Game over

Manders stelt in het rapport voor een knop in te bouwen in spelcomputers of games.  Dit idee zal door de Europese Commissie binnenkort gerealiseerd worden. Ouders kunnen met deze zogenaamde ‘rode knop’ een game stoppen als ze deze ongeschikt achten voor hun kind. Dit geeft ouders de ruimte zelf te beslissen hoever kinderen kunnen gaan. Bovendien zijn veel videogames zo ingewikkeld dat ouders niet weten hoe ze deze moeten stoppen. De ‘rode knop’ biedt uitkomst.

Met het gebruik van deze knop kan tegelijk een klacht worden ingediend bij de instantie voor de leeftijdsclassificatie van games in de EU. Games worden binnen de Europese Unie net als films ingedeeld in leeftijdscategorieën. De instantie die dit doet is de Pan European Game Information (PEGI). PEGI vervangt sinds 2003 de nationale leeftijdsclassificatiesysteem. Het systeem is nog niet verplicht en is nog niet door alle EU-landen overgenomen. Dit lijdt tot verwarring bij ouders en lidstaten. Het parlement is het ermee eens dat PEGI verplicht moet worden in alle EU-lidstaten. De Europese Commissie en de lidstaten moeten deze richtlijnen wereldwijd promoten.

De meeste games worden tegenwoordig verkocht en gespeeld op internet. Dit pijnigt de hersens van de parlementariërs nog meer. Hoe krijg je grip op jongeren die op het internet gewelddadige games spelen?

Het gamegedrag van kinderen op internet is voor ouders onzichtbaar. Geen fysieke verpakking betekent ook geen duidelijk leeftijdslabel. Ook voor het categoriseren van online games wordt PEGI gebruikt. Dit systeem moet het voor ouders transparant maken of online-games geschikt zijn voor hun kinderen. Probleem is dat de meeste ouders niet weten dat PEGI bestaat of geen idee hebben dat hun kinderen online gamen. Ouders moeten in deze ‘opgevoed’ worden over gamen.

Jongeren vinden altijd een weg om de wil van hun ouders te omzeilen. Om toch games te kunnen spelen waar hun ouders het niet mee eens zijn kunnen ze naar internetcafés. Uit een onderzoek van de Eurobarometer in december 2008 blijkt dat 3,2 procent van de kinderen in de leeftijdscategorie tussen zes en zeventien jaar toegang vindt tot internetcafé’s zonder ouderlijke toezicht. Het Europese Parlement vraagt eigenaars van internetcafés daarom om verantwoordelijkheid te nemen tegenover de jeugd. Eigenaars die zich niet houden aan de nieuwe regels kunnen flinke financiële sancties verwachten.

Hoewel het Europees Parlement stelt dat ze videogames absoluut niet wil demoniseren, valt dit nieuws niet in goede aarde bij jonge gamers. De maatregel beperkt hen in hun vrijheid. Of de ‘rode knop’ de relatie tussen ouder en kind ten goede komt valt nog te bezien.

Meer weten? Zie: www.europarl.europa.eu

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.