28 januari, 2009 | Trefwoord: nicaragua
Een reisje door Nicaragua, lekker gereserveerd 4
In december moest ik voor het werk met een collegaatje naar Puerto Cabezas aan de westkust van Nicaragua vanaf de hoofdstad Managua. We gingen naar een bijeenkomst van de organisaties die daar werken georganiseerd door de Europese Unie. En hadden van te voren keurig vluchten en hotel gereserveerd. Het werd vooral een heel typische reis.
Esther Barend werkt voor het Rode Kruis in Guatemala. In de rubriek Verbeter de wereld doet zij de komende maanden verslag van haar werkzaamheden en haar leven in Guatemala.
Op een vorige reis van drie medewerkers kon er uiteindelijk maar één de reis maken en waren er dus twee tickets over, die volgens de vliegmaatschappij moeiteloos gebruikt konden worden door Cony en mij voor deze reis. Dat konden we op het vliegveld zelf regelen. Vantevoren voor de zekerheid voor de derde keer nog even over gebeld, maar nee, echt geen probleem.
Staan we op het vliegveld, zegt de baliemedewerker dat we die wijziging toch echt bij het kantoor van de vliegmaatschappij moeten doen. Geen man overboord, want zo'n kantoor is aanwezig op het vliegveld. Op dat kantoor wordt ons gemeld dat, omdat de vluchten gekocht zijn door het Rode Kruis, wij niet zonder een toestemmingsbrief van het Rode Kruis de namen kunnen wijzigen. Het laten zien van onze Rode Kruis carnets hielp niets. We moesten wachten tot het tijd is dat onze adeministratice zo'n brief kon faxen vanaf kantoor. Meer dan een uur later konden we dertig dollar lichter dan toch eindelijk in te checken.
De vlucht duurde anderhalf uur. In een vliegtuigje voor twaalf passagiers, dat volgens mij elke windvlaag wist op te pakken. Een beetje misselijk kwamen we in Puerto Cabezas aan. Gelukkig met bagage deze keer, want dat wil nog wel eens anders uitpakken. Een bekende gaf ons zelfs een lift naar het kantoor van het Rode Kruis daar.
Van dat kantoor werden we een tijdje later naar het hotel gebracht waar we gereserveerd hadden. Het zag er best aardig uit. De eigenaresse begroette ons met een ‘ah Cony, ben je toch gekomen en nog met een collega ook’. Oftewel, ze had maar één kamer gereserveerd, want volgens haar laten klanten die reserveren haar vaak zitten en waardoor ze andere klanten misloopt. De gereserveerde kamer was nogal klein, maar had gelukkig twee bedden. Het probleem was alleen dat ze zei niet begrepen te hebben dat we twee nachten zouden blijven. En ze had reserveringen voor de volgende nacht. Die ze dus wel zou respecteren.
We wisten dat alle acceptabele hotels vol zouden zitten, want als er in Puerto iets georganiseerd wordt zoals onze bijeenkomst, dan is het vrijwel onmogelijk om nog een kamer te krijgen zonder reservering. We probeerden het toch maar, maar kwamen uiteindelijk terecht bij een hotel ergens achteraf, maar waar wel iemand werkt die we kennen. Geen probleem zegt hij. Vanaf de volgende avond kunnen we daar terecht, maar laat wel de koffers in de ochtend vast achter raadt hij aan, terwijl hij onze namen noteert.
Dat doen we de volgende ochtend voor we naar onze bijeenkomst gaan. Onze koffers worden in ontvangst genomen en onze namen wederom genoteerd. Nee, echt, vanaf die middag zouden we allebei een eigen kamer hebben. Gerustgesteld zaten we de hele dag in de bijeenkomst en bezoeken daarna nog even naar het internet café, want ik krijg ontwenningsverschijnsel na een dag zonder internet. Daarna op naar het hotel.
De jongen die we kennen heeft deze avond weer receptiedienst en meldt dat de klanten waarvan hij dacht dat ze vandaag zouden vertrekken, helaas voor ons gebleven zijn en dat het hotel dus geen kamer voor ons heeft. Bijna half tien 's avonds en wat nu? Hij heeft geen oplossing en doet ook in het geheel geen moeite om er een te bedenken, maar zegt ons wel dat we daar niet kunnen blijven.
Cony belt weer alle hotels die ze kent, maar zonder resultaat. We bellen een collega van het lokale Rode Kruis die bij een paar hotels langs gaat die geen telefoon hebben. Die zitten ook vol. Ten einde raad bellen we de voorzitster van de Rode Kruisafdeling. Die probeert het nog weer bij andere hotels, maar echt alles zit vol. Zij biedt ons daarom aan maar bij haar in huis te logeren. Dankbaar aanvaarden we dat aanbod. We mogen de kamer van haar zoon gebruiken die boven haar ijzerwarenwinkel ligt. Om er te komen, moeten we door het magazijn waar ik tot mijn schrik een enorme rat zie wegschieten. De zoon komt nog even wat spullen uit de kamer halen en de voorzitster brengt ons schoon beddegoed en wat te drinken. Dan zijn we alleen, met de ratten en muizen…
Ik doe geen oog dicht. Ik moet er niet aan denken dat zo'n beest mijn slaap zal gebruiken om dichterbij te komen en ja, wat eigenlijk te doen. Gelukkig is er een tv op de kamer. De honden in de tuin slapen kennelijk ook slecht. Bij elk geluid dat ze horen, beginnen ze in koor te blaffen. En geluiden horen ze!
De volgende ochtend wordt de bijeenkomst vervolgd. En in de middag presenteren we ons op het vliegveld om terug naar Managua te reizen. Daar is het ontzettend druk. ‘Vliegveld’ is ook eigenlijk een groot woord voor dit gebouwtje met landingsbaan dat, sinds meer dan een jaar met slechts één luchtvaartmaatschappij, met Managua verbindt. Die landingsbaan wordt overigens gerenoveerd. Met als gevolg dat de vliegtuigen voor ongeveer dertig passagiers hier nu al maanden niet meer kunnen landen. Alle passagiers moeten dus verdeeld worden over vliegtuigjes voor twaalf passagiers, maar het is op dat moment nog niet duidelijk hoeveel van die vliegtuigjes uit Managua zullen komen om de meer dan dertig wachtenden te vervoeren.
Dat blijken er twee te zijn. Het lukt ons niet om bij de 24 gelukkigen te horen die mogen instappen. Sommigen wachten namelijk al sinds de vorige dag en krijgen voorrang. Er zit niets anders op dan weer een zoektocht naar een hotel te beginnen. Deze keer slagen we er sneller in een kamer te bemachtigen. En zaterdagochtend presenteren we ons opnieuw op het vliegveld, waar wij nu degenen zijn die voorrang krijgen op de wachtenden. Nog net op tijd komen we op een volgende vergadering in Managua.