18 januari, 2009 | Trefwoord: zuid-afrika

Steekwonden: een goudmijn voor onderzoek

In Kaapstad doet een Utrechtse arts-onderzoeker een studie naar bloedvergiftiging, ’s werelds oudste moordenaar. In een van de armste uithoeken van Zuid-Afrika moet ze zich zien te redden op een plek waar het allemaal net even anders gaat.

Een half uurtje buiten het stadscentrum van Kaapstad ligt het Tygerberg ziekenhuis. Het complex, eigendom van de regering, is dagelijks plek van bestemming voor duizenden mensen uit de armste lagen van de Zuid-Afrikaanse gemeenschap.

Buiten staan twee mannen te roken. De één heeft een mobiel infuus, de ander een emmer waar een buisje in druppelt. Het is een warme lentedag, de patiënten genieten van de zon en de pakjes sigaretten die hun familie ze net heeft gebracht. De bewakers en ambulancechauffeurs maken ook dankbaar gebruik van het weer. Broederlijk liggen ze te slapen in de schaduw die het hoofdgebouw op de parkeerplaats laat vallen.

De gebouwen zijn enorm; er is genoeg ruimte voor alle patiënten. Sterker nog, de helft van de kamers is niet meer in gebruik. Mensen met geld gaan naar privéklinieken – vandaar dat dit ziekenhuis nu alleen nog maar bezoekers uit de armste sloppenwijken van de stad krijgt. De kamers die niet meer in gebruik zijn, zijn slecht onderhouden. Toch liggen ze in dezelfde gang als de ‘gewone’ kamers en zijn ze zichtbaar voor iedereen die ze wil zien. Het ene moment loop je langs een nette kamer van een paar slapende patiënten, het volgende moment kijk je in een vervallen hok.

Op sommige plekken in de gang ligt een metalen streep op de vloer. Vroeger waren die strepen de letterlijke scheiding tussen blank en zwart en stonden er muren en deuren op die punten. Nu dienen ze in de lange gangen van het ziekenhuis als constante herinnering aan de Apartheidsperiode.

Geld voor nieuwe dingen ontbreekt in het Tygerberg. De rolstoelen bij de wachtruimte en de bedden in de zalen zijn oud en krakkemikkig. Afdankertjes van de Westerse landen komen hier terecht. Toch is er een groot gebrek aan bedden voor de patiënten. Vandaar dat de neergestoken dronkaards op een klein zaaltje hun verwondingen in een stoel te boven mogen komen.

Toch is dit ziekenhuis de werkplek van veel jonge en toekomstige artsen. De Universiteit van Stellenbosch gebruikt het als leerziekenhuis en het Universitair Medisch Centrum Utrecht heeft er een artsonderzoeker rondlopen. Kathelijne Groeneveld (25) onderzoekt hier een jaar lang of er een manier is om bloedvergiftiging te voorspellen.

Het onderzoek op zich is niet uniek – in Nederland doen collega’s van het UMC het ook – maar de manier waarop ze het moet doen wel. In haar kleine laboratorium heeft Kathelijne de beschikking over een bloedcentrifuge die niet goed dicht wil en een snel verminderende voorraad antilichamen. “Het is altijd improviseren en behelpen, maar na een paar weken ben je het gewend. Ik kijk er inmiddels niet meer van op,” vertelt Groeneveld terwijl ze op de automatische piloot bloedmonsters onderzoekt. Het doel is om uiteindelijk te kunnen voorspellen of bloedvergiftiging gaat optreden bij een patiënt. En dat is hard nodig – wereldwijd sterven er jaarlijks tienduizenden mensen aan.

In het ziekenhuis zelf is goed te zien dat dit een plek is waar niet alles ‘normaal’ verloopt. Zo lopen er patiënten met een emmer aan de hand door het ziekenhuis. “Dat zijn patiënten die een borstdrain hebben, naar aanleiding van een steekpartij. We geven ze de emmer zodat ze nog wat mobiel zijn; hun drain komt er in uit.” Daarnaast wil het nog wel eens gebeuren dat een patiënt vast moet worden geketend aan het bed. Alcoholisme en drugsgebruik zijn ook in Zuid-Afrika twee immense problemen voor de samenleving. “Dan helpt het rustige verzorgen ook niet meer. Na een tijdje leer je terug te schreeuwen tegen een onwillige patiënt en helpen je collega’s hem of haar vast te maken.”

De reden dat ze de studie in Kaapstad doet is terug te vinden in het misdaadcijfer. Per jaar krijgt één op de zestig inwoners te maken met een messentrekker. Een goudmijn voor Groeneveld, die voor haar werk juist afhankelijk is van dit soort gevallen. “In het weekeinde komen er twintig à dertig mensen mee binnen, terwijl we in Nederland ongeveer driehonderd per jaar hebben.” Op de suggestie dat het hopen is op een grote steekpartij, reageert Kathelijne afkeurend.

“Toen we hier begonnen hebben we eerst een studie gedaan naar borstkasletsel. De meeste van onze patiënten waren neergestoken of neergeschoten,” zegt Kathelijne. “We kijken bij die mensen naar aangeboren afweercellen en gaan op zoek naar receptoren die kunnen voorspellen hoe de persoon het gaat doen.”

In augustus hebben Groeneveld en haar collega’s een nieuwe bron van informatie aangeboord. “Toen zijn we naar meervoudige letsels gaan kijken. Dus bijvoorbeeld een combinatie van een hoofdwond en een steekwond. Het onderzoek is hetzelfde en het doel ook.”

Vier maanden zijn verstreken en Kathelijne is terug in Nederland. Ze analyseert nu al haar resultaten en hoopt er over te kunnen publiceren. “Vandaar dat ik er nu ook nog niet veel concreets over kan zeggen. Ook al vinden we grote uitkomsten, we houden het geheim tot de publicatie.”

Heel voorzichtig wil ze toch een indicatie geven. “Het is veelbelovend. Zoals het nu lijkt zijn we verder gekomen in het voorspellen van wanneer er bloedvergiftiging optreedt. Onze resultaten passen in het plaatje van de studies die in Nederland zijn gedaan.”

Doneren

Door deze investering zorg ik ervoor dat de maker de volgende journalistieke productie realiseert.







Draag bij aan onafhankelijke makers

Onafhankelijke journalistiek begint bij makers die de tijd nemen om te luisteren, onderzoeken en verhalen menselijk te maken. Bij Small Stream Media staan die makers centraal: dichtbij, betrokken en vrij van commerciële druk. Met jouw bijdrage kunnen zij blijven publiceren, verbanden leggen en nieuwe stemmen laten horen. Je helpt eerlijke verhalen boven water te krijgen die anders onzichtbaar blijven. Draag bij aan onafhankelijke makers en bouw mee aan een platform waar kwaliteit, vertrouwen en impact voorop staan voor iedereen die betrokken is.